De zes beste boeken onder de paraplu

Peter de Bruijn neemt het liefst non-fictie mee op vakantie: eindelijk tijd om de wereld om ons heen te leren begrijpen

1 Hoogzomer, tijd voor Heidegger. Hij is immers de denker die zich in zijn beroemdste werk Sein und Zeit (1927) als geen ander verweert tegen de opdringerigheid van de alledaagse beslommeringen; de grote en kleine zorgen, en ook de wezenloze verstrooiing, die ons omringen. We komen zo niet toe aan de ‘existentële’ vragen waar het werkelijk om gaat. In de vakantie hebben we daarvoor wél de ruimte; het omstreden werk van Heidegger is daarom ideale vakantielectuur.

Een groot en kennelijk onuitroeibaar misverstand over Martin Heidegger is dat zijn werk onleesbaar of onbegrijpelijk zou zijn. Dat komt onder andere door zijn filosofisch gemotiveerde voorliefde voor neologismen. Heidegger probeert een nieuwe taal te vinden om het menselijke Dasein te verhelderen en verzint daarvoor allerlei woordcombinaties. Die kunnen out of context een belachelijke indruk maken (‘werelden’ als werkwoord, ‘vastleven’, ‘geworpenheid’.) Binnen zijn betoog zijn ze meestal helder, en vaak goed gevonden. Daarnaast is zijn beroemdste boek, Sein und Zeit, ook meteen het meest omslachtige. Nieuwkomers kunnen veel beter beginnen met kortere beschouwingen als Wat is metafysica? of de meesterlijke Brief over het humanisme, waarin hij afrekende met het toen (in 1947) modieuze existentialisme van Sartre. Ook is het verwijt van onbegrijpelijkheid een handige – en gemakzuchtige – strategie van Heideggers tegenstanders om zijn werk in één klap weg te zetten.

Heidegger had wel degelijk de gave van het woord. Met zijn bezwerende formuleringen en strategische herhalingen probeert hij ‘het denken te wekken’. Heidegger is een verleider. Hij doet niet alleen een beroep op verstandelijke vermogens, maar , vooral, op pre-rationele ‘stemmingen’. Alleen daaruit kan volgens hem het denken worden geboren. Niet voor niets is hij de filosoof die het meest heeft gedaan om de literatuur, kunst en filosofie dichter bij elkaar te brengen. Daarom laat het lezen van zijn boeken je ook niet onberoerd. Zijn werk geeft veel mensen het idee dat het hen ‘de ogen doet openen’.

De blijvende aantrekkingskracht van zijn denken komt formidabel tot leven in de voortreffelijke filosofische biografie van Rüdiger Safranski, Heidegger en zijn tijd. Heideggers kracht zit ’m in zijn durf om het hele bestaan van de grond af te ‘her-denken’ – door zich los te maken van alle vaste, overgeleverde opvattingen. Safranksi brengt de radicale inzet van zijn werk knap over het voetlicht en heeft ook ruime aandacht voor de maatschappelijke en intellectuele context. Hij is dienstbaar aan zijn onderwerp, maar niet onderdanig. Zo besteedt hij veel aandacht aan Heideggers beruchte keuze voor hat nationaal-socialisme, na Hitlers machtsovername in 1933, die hij verklaart als een vlucht voor het denken. ‘Plotseling breekt er een honger naar concreetheid en compacte werkelijkheid door, en de eenzame filosofie zoekt het bad van de menigte.’ Ontluisterend is het om te lezen dat Heidegger in brieven aan de autoriteiten rapporteerde over collega’s die onvoldoende in de pas liepen met de Nieuwe Orde. Diep in de jaren dertig liep hij nog rond met een speldje van de nazi-partij op zijn jasje.

Het blijft raadselachtig dat de man die in zijn denken voor geen dogma terugdeinsde, zich enthousiast schaarde achter de nieuwe machthebbers. Heidegger was een provinciale kleinburger en een denkend avonturier in één persoon – dat kan ook Safranski niet verklaren. Heidegger waarschuwde er zelf al voor: het echte filosoferen is ‘een denken dat op zijn zaak stukloopt.’

Rüdiger Safranski: Heidegger en zijn tijd. Olympus, 575 blz. 15 euro

2 De historicus Robert A. Paxton, specialist in Vichy-Frankrijk, vat een leven lang studeren op het fascisme samen in The Anatomy of Fascism, een handzame historische beschouwing; met een interessante theorie over de ontwikkelingsfasen en de varianten van het fascisme. Het gaat Paxton niet primair om de ideologie, maar om de factoren die het politieke succes en het falen van fascistische bewegingen bepalen. Het antisemitisme van de nazi’s blijft wat onderbelicht. Ook handig om het hedendaagse populisme beter te begrijpen.

Robert A. Paxton: The Anatomy of Fascism. Penguin, 352 blz., 15,99 euro

3 Over de Eerste Wereldoorlog is veel geschreven en in veel van die boeken staat ongeveer hetzelfde. Dat geldt niet voor het klassieke Rites of Spring van Morris Eksteins. Hij brengt de ontketening van de kunst in het modernisme – onder meer met de tumultueuze première van Stravinsky’s Le sacre du printemps, Parijs mei 1913 – in verband met de woeste uitbraak van het irrationalisme in de Europese samenlevingen, in de eerste plaats in Duitsland, die eindigde in de loopgraven.

Morris Eksteins: Rites of Spring. The Great War and the Birth of the Modern Age. Houghton Mifflin, 396 blz., 16 euro

4 Geografie van goed en kwaad is een onverwachte bestseller (vierde druk) van de denker onder de Nederlandse neocons, Andreas Kinneging. Strenge, moralistische opstellen over de plichten van het individu, het gezin en de politiek. Vaak zeer stellig – filosofische twijfel is ver te zoeken in dit boek – maar helder geschreven, didactisch van opzet en met knappe uiteenzettingen van onder meer het denken over democratie van Tocqueville. Bekroond met de Socrates-wisselbeker in april van dit jaar.

Andreas Kinnenging: Geografie van goed en kwaad. Filosofische essays. Het Spectrum, 533 blz., 19,95 euro

5 The Twilight of Atheism is geen briljant boek, maar heeft wel een erg goed onderwerp: de wonderbaarlijke terugkeer van religie in het openbare leven van het westen. De hedendaagse futloosheid van het atheïsme hangt volgens de protestantse theoloog Allister McGrath paradoxaal genoeg samen met secularisering. Een minder machtige kerk maakt atheïsme ook minder urgent. Verder spelen postmoderne tolerantie voor de Ander en de ontnuchterende ervaringen met de goddeloze regimes van Hitler en Stalin een rol.

Allister McGraith: The Twilight of Atheism. The Rise and Fall of Disbelief in the Modern World. Rider, 306 blz., 15,40 euro

6 Tientallen Mozart-boeken zijn er verschenen in dit Mozartjaar – 250 jaar geleden werd hij geboren – maar slechts één van die boeken is echt onmisbaar: een herdruk van een bloemlezing uit zijn brieven. De levenslust, het vakmanschap en de persoonlijke drama’s van Mozart, gezien door zijn eigen ogen en in zijn eigen, levendige en aanstekelijke woorden. Daar kan geen biografie tegenop. Goed van verbindende teksten voorzien door Lucas Bunge – wel zijn uitgesproken opinies over de mensen rond Mozart met een klein korreltje zout nemen – zodat het leven van de componist ook goed te volgen is in de perioden dat hij geen brieven schreef.

Lucas Bunge (red.): Mozart in zijn brieven. Een bloemlezing. De Arbeiderspers, 301 blz., 12,50 euro