de official

Het begin is fascinerend: na het fluitsignaal stormen de met helmen en gezichtsbeschermers uitgeruste kanoërs, voorzien van op kogelvrije vesten gelijkende bovenkleding, met woeste slagen op elkaar af én de in het midden drijvende waterpolobal . Wat daarna volgt, is ook ditmaal en wel acuut aan hoognodige spelregels onderhevig: het is verboden elkaar (met de peddel) te slaan, permanent onder water te houden, vast te pakken, voor- of achteruit te duwen, opzichtig af te houden, tijd te rekken, elkaar de pas af te snijden of de bal buiten de drijvende speellijnen te gooien. Bij het woeste spel dat kanopolo heet en een mengeling is van wildwaterkano, waterpolo en basketbal, bevinden de twee scheidsrechters zich aan beide zijden van het spel. De spelers zijn geen permanent kermende en klagende watjes, hun lichaamsbouw en taalgebruik laten het tegenovergestelde zien en horen. Om het energieke zootje in bedwang te houden, zijn er internationaal regels, vastgelegd in een handboek dat vijftig pagina’s telt en is onderverdeeld in vijftien hoofdregels. De straffen, meestal zonder gemopper geaccepteerd, bestaan uit een directe bal, een groene, gele of rode kaart, de bijbehorende oplopende tijdstraffen en een penalty. De scheidsrechter wordt gerekruteerd uit de spelersgroepen, en van een reis- of onkostenvergoeding kan ook ditmaal geen sprake zijn, hoogstens één of – wie weet – meer consumptiebonnen.

Dit is het vierde deel in een serie over officials in de sport.