Dagschotel Duwbak en satéschotel Veerhuis

Met het zicht op Europa’s drukste scheepvaartknooppunt eet Joep Habets voor het laatst in een veerhuis

Voor een zicht op Dordrecht is een bezoek aan Dordrecht niet noodzakelijk. Van Boedapest tot Washington is in musea het stadsgezicht in zijn zeventiende-eeuwse glorie te bewonderen. De skyline van Dordrecht ziet er nu wat anders uit. Langs de Merwekade bepalen nieuwbouwflats tegenwoordig het beeld en het oude veerhuis houdt als het enige oude gebouwtje moedig stand op het plein. „De stadsplanners hebben hier meer schade aangericht dan de Elizabethsvloed”, moppert de getogen Dordtenaar die me vergezelt en bezweert daarna nooit meer een voet in Dordrecht te zullen zetten. Hij doet het voortaan met de beelden van Cuyp en Van Goyen.

Het oude veer naar Papendrecht is vervangen door drie regionale lijndiensten met een waterbus onder de naam Fast Ferry. De opstapplaats oogt als een busstation aan het water. Dichter Jan Eijkelboom heeft het oude veerhuis en de teloorgang van de pont bezongen in een weemoedig gedicht uit 1992. Het veerhuis, vroeger voor de kaartverkoop bestemd, stond toen nog leeg. Nu is het uitgebreid met een grote glazen ruimte aan het water en fungeert het als café-restaurant. Zowel het terras als de eetzaal van het Veerhuis bieden er een riant uitzicht op het drukst bevaren scheepvaartknooppunt van Europa bij het Groothoofd.

Restaurant Veerhuis voert een omvangrijke kaart. Ik tel 33 gerechten, wat erg veel is voor een goed voorraadbeheer in een betrekkelijk kleine zaak. Op de lunchkaart staan zelfs 37 gerechten. De voorgerechten doen gemiddeld elf euro, de hoofdgerechten vijftien euro.

De kaart is niet alleen groot, maar soms ook behoorlijk ambitieus. De gamba’s zijn gefrituurd in een jasje van ‘Japans broodkruim’. De pittige zoete saus met decoratieve rode en oranje spikkels is een oude bekende. Die kregen we vorige week ook in ’t Veerhuis in Den Helder. Een ander gerecht dat van enige ambitie getuigt is de stiltonsoep die een excellente combinatie vormt met de stukjes selderijstengel waarmee hij gestoffeerd is. De stilton is te proeven in het gladde soepje, waarin ik graag nog wat brokjes kaas had willen zien drijven.

Men is hier bang de gasten tekort te doen. Het Veerhuis is ideaal voor de luncher met een grote appetijt. Om ons heen zien we overladen borden met veel frietjes en sla op tafel komen. Ook het bord van mijn tafelgenoot mag er zijn. De meervalfilet met grote garnalen gaat bijna ten onder tussen de frietjes en groenten als groene asperges, prei en courgette.

De dagschotel ‘duwbak’ had me wel wat geleken, maar die is er alleen op doordeweekse dagen verkrijgbaar. Ik behelp me met de satéschotel Veerhuis, ook een gerecht waar uit de naamgeving enige couleur locale spreekt. De saté bestaat uit flinke stukken vlees die goed zijn gegaard. De dikke saus is schepbaar. Het royaal geportioneerde garnituur bestaat uit atjar, kroepoek, ei, sla, frietjes en hete boontjes. En daar is-ie weer. De saus met spikkels maakt nu de boontjes heet. De frietjes zijn stevig gebakken, maar ze hebben een licht bijsmaakje. Wordt er in het vet soms ook vis gebakken?

Onderwijl geeft het uitzicht niet te klagen. De busdiensten over water trekken veel voetgangers en fietsers en er zijn voortdurend mensen die voor of na de oversteek iets eten of drinken op het terras van het Veerhuis. De waterbussen functioneren wel, al is de romantiek van de pont verloren. Jan Eijkelboom treft de juiste toon aan het slot van zijn gedicht ‘Het heen-en-weer ging hier voorgoed voor anker’.

Café Restaurant Veerhuis, Bleijenhoek 2 Dordrecht, 078 6132425, www.dordt.nl/veerhuis