Boksnatie zonder kampioenen

Met de nederlaag van Hasim Rahman (33) moest vorige week ook de laatste Amerikaanse profbokser afstand doen van zijn titel in de koningsklasse, het zwaargewicht.

Mark Hoogstad

Lang hoefde hij niet na te denken over een prikkelende aankondiging van het titelgevecht. Als geen ander beseft Bob Arum (74) dat het Amerikaanse profboksen op zijn retour is. Dus toen zijn protégé Hasim Rahman vorige week zijn kampioensgordel in het zwaargewicht moest verdedigen, liet de joods-Amerikaanse bokspromotor op het affiche een subtiele verwijzing naar de Koude Oorlog afdrukken: The Last Line of Defense.

Die ‘laatste verdedigingslinie’, titelhouder bij de World Boxing Council (WBC), bleek een broze dam, die in Las Vegas in twaalf ronden vakkundig werd geslecht. Door toedoen van een 37-jarige Rus, Oleg Maskajev, die in voorbeschouwingen was afgeschilderd als de vleesgeworden reïncarnatie van Ivan Drago: de geblokte Sovjet-robotbokser, die het in de jaren tachtig opnam tegen filmheld Rocky Balboa (Sylvester Stallone).

Maar het was niet zozeer Rahman (33) als wel zijn vaderland Amerika dat een gevoelige nederlaag leed. Voor het eerst moeten de Verenigde Staten het doen zonder een kampioen in de koningsklasse van de bokssport, het zwaargewicht. En dat doet pijn in het land dat zich sinds eind negentiende eeuw onaantastbaar waande in de meest prestigieuze gewichtsklasse. Slechts een enkeling wist de Stars & Stripes-hegemonie – voor korte tijd – te doorbreken.

Pittig was de kritiek aan het adres van Rahman, een 33-jarige beul uit Baltimore met een grillige staat van dienst. Door zijn gebrekkige verweer – Rahman werd in de achtste ronde letterlijk buiten de ring geslagen – was de erfenis van kampioenen als Joe Louis, Floyd Patterson, Muhammad Ali en Mike Tyson verkwanseld. Aan ‘de Russen’ nog wel.

Een blik op de kampioenslijsten van de vier grote boksbonden leert dat met Maskajev (WBC) nu alle titels in het zwaargewicht in het bezit zijn van boksers, die een voor een afkomstig zijn uit de voormalige Sovjet-Unie. De 2 meter 13 lange Nikolaj Valoejev uit Rusland, bijgenaamd The Beast from The East, is sinds acht maanden de kampioen van de World Boxing Association, terwijl Vladimir Klitsjko (Oekraïne) en Sergei Liakhovitsj (Wit-Rusland) op nummer één staan bij respectievelijk de International Boxing Federation en de World Boxing Organisation.

Rahman verdedigde zich door te wijzen op de Russische machtsovername, die zich in de nasleep van de val van het communisme ook elders (tennis, atletiek) heeft voltrokken. Hij had zijn best gedaan, luidde de boodschap. Dat kon van veel van zijn collega’s niet gezegd worden. Die zijn „een beetje verwend geraakt”, vermoedde Rahman, die binnen afzienbare tijd opnieuw een gooi hoopt te doen naar de titel bij een van de vier bonden. Dat geldt ook voor Evander Holyfield (43), de eveneens ex-wereldkampioen die gisteren zijn rentree aankondigde.

Intussen tuimelen de deskundigen in Amerika over elkaar heen, in een poging die ene allesoverheersende vraag te beantwoorden: hoe heeft het zover kunnen komen met het eens zo oppermachtige Amerikaanse boksen? Eén verklaring keerde telkens terug, en was ook op te tekenen uit de mond van een van ’s lands grootste zwaargewichtboksers ooit, George Foreman. „Wij hebben geen honger meer, de Russen wel”, verklaarde Big George, de laatste Amerikaan die het ‘klassieke traject’ volgde: eerst olympisch (1968), vervolgens wereldkampioen (’73) bij de profs.

Waarmee Foreman maar wilde zeggen dat de gemiddelde tiener vandaag de dag wel wat beters te doen heeft dan zich te bekwamen in het beulswerk tussen de touwen. Arum: „Ze gaan tegenwoordig liever basketballen of honkballen; daar is het grote geld te verdienen, en daar hoeven ze nog minder voor te doen ook.”

Emanuel Steward, een van Amerika’s bekendste bokstrainers, wijt de terugval vooral aan het gebrek aan rolmodellen én de onzichtbaarheid van zijn sport. „Kinderen raken gefascineerd door wat ze zien, en vandaag de dag zien ze geen amateurboksen meer op televisie”, zei de voormalige begeleider van onder anderen Lennox Lewis tegen The New York Times.

Maar of de jeugd daar vrolijk van zou worden? In de kweekvijver van het profboksen telt Team USA al jaren niet meer mee. Bij de laatste wereldkampioenschappen, vorig najaar in China, won de eens zo trotse boksnatie ‘slechts’ twee bronzen medailles. Ter vergelijking: de boksers uit de voormalige Sovjet-Unie waren in de elf gewichtklassen gezamenlijk goed voor negentien medailles: vijf goud, zes zilver en acht brons. Zelfs Cuba, decennialang dé grootmacht in het amateurboksen, moest een pas op de plaats maken.

Eén troost hebben de Amerikanen: Maskajev is een halve landgenoot, nadat de voormalige legerofficier twee jaar geleden de Amerikaanse nationaliteit verkreeg. Hij woont in Staten Island (New York). „Ik ben óók Amerikaan’’, zei The Big O tot vervelens toe.