Alles voor de toekomst

Jaarlijks melden twee miljoen Amerikaanse scholieren zich aan bij een universiteit – bij voorkeur de beste. Maar die zijn kieskeurig. En peperduur. Verslag van een vader van de rat race waaraan zijn dochter meedoet. „Dad, iedereen weet dat Hopkins voor nerds is.”

Graduation Day. In Lincoln Center, het concertgebouw van New York, krijgen de Bronx Science High School scholieren één voor één hun diploma overhandigd. Families applaudisseren alsof hun toekomst er van afhangt.

Gastspreker is Richard Dreyfuss. De acteur, bekend van Hollywoodfilms als Jaws en Mr. Holland’s Opus – praat hartstochtelijk in op de scholieren in hun witte en groene toga’s. De belofte die dit land eens had is een holle frase geworden. Oorlogszuchtig Amerika, gehaat in de wereld, verkeert in crisis. Het is aan jullie dit land te veranderen. Moeilijk. Good luck.

Het applaus aarzelt. Wat bezielt de kalende acteur? Lauren vraagt haar oudere zuster of Mr. Holland misschien dronken is. In haar toekomstbeeld is geen plaats voor een Amerika in crisis, oorlogen in een ver buitenland, een tweede 9/11. De ernst van haar bestaan wordt bepaald door de race om aan de bak te komen. De beste wint en krijgt de jackpot.

Maar om te winnen moet je op een gerenommeerde universiteit zien te komen. De afgestudeerde vindt vervolgens een goede baan, kan trouwen, studieschulden afbetalen en een huis kopen. De Amerikaanse droom in kort bestek. Alleen, de toegangsprijs wordt hoger en hoger nu particuliere universiteiten rond de veertig tot vijftigduizend dollar per jaar vragen – collegegeld plus onderdak. Studeren wordt in Amerika niet gezien als een recht maar als een investering. Afgestudeerden verdienen anderhalf tot twee keer zoveel als niet-academisch gevormden. In Manhattan, Amerika’s rijkste stad, heeft drie van de vijf inwoners een academische graad. Zelfs een openbare universiteit kost al tussen de vijftien en twintig duizend dollar.

De hoge kosten weerhouden ouders er niet van te proberen hun kinderen naar een universiteit van naam te sturen. Van de drie miljoen high school-graduates in het afgelopen jaar zocht tweederde een plaats aan een universiteit. Hun aantal leidt onvermijdelijk tot een scherpere selectie. De acht Ivy League universiteiten, de meest prestigieuze instellingen, wezen het afgelopen jaar gemiddeld zeven van de acht aanvragers af.

Voor mijn dochter Lauren (18) weerklonk het startschot voor de race een jaar geleden, lang voordat zij Dreyfuss aanhoorde. De krachtmeting begon met het afleggen van de SAT, een test die beoogt taal- en wiskundig inzicht te meten (zie kader). Lauren scoorde hoog: 1490 van de 1600. Net niet de score die Harvard of Yale automatisch binnen bereik zou brengen – 1500 plus – maar ze had zich gekwalificeerd voor de competitie. Ze wist dat ze er nog lang niet was.

In de herfst houden de universiteiten bezoekdagen. Net als andere gezinnen toerden we weekenden lang rond van Rhode Island tot Pennsylvania. Een Amerikaanse traditie. Je komt families tegen die ervoor overvliegen uit Florida en Texas. Het programma is steevast hetzelfde: onder koffie en bagels een toespraak over de unieke opleiding die deze universiteit biedt, hoe de jonge mens hier centraal staat, plus de connecties met belangrijke organisaties, ten behoeve van de latere carrière. Daarna groepswandeling over de campus, met perfect onderhouden gazons en imposante oude gebouwen. De aangename stilte wordt er slechts onderbroken door de geluiden van sporters en langs snellende joggers. Soms mag het bezoek een blik werpen op een keurig opgeruimde studentenkamer.

De meeste campussen liggen mijlenver van de bewoonde wereld. Vier jaar lang eten in campuscafetarias, rondjes rennen over de aangeharkte paden, een kamer met zijn tweeën delen. Is dat wel iets voor Lauren, opgegroeid in de hustle and bustle van New York? Maar Lauren kijkt met andere ogen: de vraag is welke universiteit de aantrekkelijkste en coolste studenten heeft.

Bovendien krijgt ze via de geruchtenmachine op school aanvullende informatie waar moeilijk tegen in te praten valt.

„Als je zo in internationale betrekkingen geinteresseerd bent, waarom ga je dan niet Johns Hopkins bekijken?”

„Dad, iedereen weet dat Hopkins voor nerds is en dat je er belachelijk hard moet werken.”

„Maar je bent toch een harde werker en je wil toch vooruitkomen?”

„Je begrijpt er niets van. Ik werk me kapot om op een bekénde universiteit aangenomen te worden. Ik ben Ivy League-fanaat. Dus hou op over dat Johns Hopkins.”

In hun wedijver de beste studenten aan te trekken en bij voorkeur die met ouders met geld, beloven sommige universiteiten een kandidaat een voorsprong te geven als hij meedingt in een voorronde. Dit bindende koopcontract heet early decision.

Lauren wordt door twijfels verscheurd of ze de early decision-kaart moet spelen. Ik bepleit de voordelen en beweer onethisch dat er altijd wel een manier is om er onderuit te komen als ze zich bedenkt. Maar mijn dochter kan niet beslissen en de optie verloopt. Wel maakt ze gebruik van early action, eveneens een vervroegde inschrijving maar zonder verplichting, bij Georgetown, een prestigieuze universiteit in Washington, bekend om de studierichtingen internationale betrekkingen en politieke wetenschap.

De spanning in huis over de universiteitskeuze neemt toe. Het is ook een conflict tussen de eerste en tweede generatie. Lauren beklaagt zich over het gebrek aan inzicht van haar immigranten-ouders in deze materie. Wij onderschatten het levensbelang van de juiste universiteitskeuze.

Veel ‘autochtone’ ouders maken gebruik van dure particuliere adviesbureaus. Ik stel voor met het hoofd van de collegeadviseurs op Laurens school te gaan praten.

Mrs. Fisher, de schoolmentor, heeft de stijl van iemand die uitsluitend met big business van doen heeft. Ze is zeer beslist: Lauren moet de Ivy League vergeten. Te hoog gegrepen, luidt het oordeel. Lauren kijkt uit het raam, haar gezicht van steen. Mrs. Fisher doet graag wat suggesties. Michigan University en Wisconsin zijn uitstekend geschikt voor Lauren. Haar zoon heeft ook Michigan gedaan.

Dat is wel erg ver weg, aarzel ik. Waarom niet een openbare universiteit in de staat New York? Deze jongeren willen zo ver mogelijk van huis, zegt Mrs. Fisher minzaam. En dat is ook goed voor ze, een andere omgeving dan New York leren kennen.

Ik zie Lauren liever naar Nederland teruggaan dan zich begraven in het provinciale Midden-Amerika. Maar Nederland klinkt Lauren weer in de oren als Siberië. Wel, waarom dan niet Californië, droom ik hardop. UC Sta. Barbara, een van Californië’s uitstekende openbare universiteiten, biedt een beeld van strand en surfen. En: ze zijn er ook goed in voetballen.

Lauren, aanvoerster van het schoolteam, ziet er wat in.

Half december. Georgetown University feliciteert Lauren met haar early action-keuze en kijkt uit naar haar komst. Wij, ouders, zijn er blijer mee dan Lauren. Die herinnert zich van het bezoek jezuïtische crucifixen en een verpletterend saai college. Maar ze schept moed uit de acceptatie van deze topuniversiteit. Tegen het advies van haar schoolmentoren in begint ze aan de papierwinkel voor enkele andere topinstellingen.

31 december 2005 is de uiterste datum. Lauren twijfelt tot het laatste moment met papieren opsturen. Ze heeft uiteindelijk grotendeels de voorkeurslijst van haar schoolvriendin Catalina gekopieerd.

In het nieuwe jaar komt het gewone schoolleven weer op gang. Laatste loodjes, Bronx Science trekt hard aan de teugels. Als één van de drie openbare high schools in New York die de best and the brightest rekruteren via een vergelijkend toelatingsexamen, wordt de school geacht de leerlingen klaar te stomen voor de top. De beste scholieren wordt dringend aangeraden vakken te volgen op universitair niveau – AP (Advanced Placement). Lauren doet er vijf. Na schooltijd en voetbaltraining betekent dat nog eens vier à vijf uur huiswerk. Vaak sukkelt ze ’s nachts boven de boeken in slaap.

In afwachting van de uitslag van hun aanmeldingen raken Lauren en haar schoolvriendinnen in een roes. „We praten zelfs niet meer over onze vriendjes of feestjes. Alleen maar of we de juiste keuze hebben gemaakt, wat onze kansen zijn en of Yale nou wel zo leuk is.” De tegenwerping dat iedere universiteit ontplooiingskansen biedt, is aan dovemansoren gericht. Terecht misschien wel. „Alleen aan de betere universiteiten krijg je een breder perspectief op de wereld”.

De blijken van politiek engagement en activisme komen inderdaad van de bekende universiteiten. Maar volgens Nicholas Kristof, Afrika-correspondent van The New York Times zijn het er bij lange na niet genoeg. Ouders moeten hun schattebouten een enkele reis Timboektoe geven in plaats van ze te laten feestvieren in Florida met veel drank en wet T-shirt wedstrijden, zo schreef hij onlangs. Volgens hem is het algemeen heersende gebrek aan belangstelling in Amerika voor Darfur en andere brandhaarden in de wereld te wijten aan het isolement van Amerikaanse universiteiten. Hij bepleitte dat studenten verplicht worden minstens een jaar naar een ver buitenland te gaan.

Op 17 april wordt de uitslag bekend. Lauren is aangenomen door Michigan, Binghamton, Sta. Barbara en CUNY Honors. De Ivy Leagues Brown en Yale wijzen haar af. Columbia en Penn hebben haar op een wachtlijst maar schrijven dat ze er niet te veel van moet verwachten. Ze is zwaar teleurgesteld.

En als ze hoort, dat haar vriendin Catalina Brown en Yale heeft binnengehaald, barst ze in tranen uit: we hadden dezelfde SATs, evenveel AP’s, hetzelfde vakkenpakket. What’s the fucking difference? Retorische vraag. Zij is Latina en ik ben wit. White people like me get screwed. Blanken zonder geld, wel te verstaan. So unfair!

Ook Laurens vriend, zwart, wordt aangenomen door Columbia, met scores die vijftien procent beneden die van haar liggen. Universiteiten mogen met twee maten meten om de diversiteit van de studentenbevolking te bevorderen (zie kader.)

Lauren weigert de volgende dagen naar school te gaan. Ze zweert nooit meer een woord met haar omhooggevallen schoolvriendinnen te wisselen die nu shirts dragen met de naam van hun toekomstige universiteit.

Inmiddels is Georgetown University met een financieel voorstel gekomen. Collegegeld plus onderdak bedragen 48.000 dollar. De universiteit biedt een beurs van 12.610 dollar plus een baantje dat er drieduizend kan opleveren. Rest een kleine 33.000 dollar te financieren. Maal vier. Ik schrik: ik had er niet bij stilgestaan dat Lauren wellicht geen toereikende beurs zou krijgen.

Amerikaanse universiteiten kennen een uitgebreid en ingewikkeld beurzenstelsel. Een enkeling die uitblinkt in een populaire sport of ongemeen hoge cijfers heeft, krijgt een beurs aangeboden, en soms meer dan dat, ongeacht het inkomen van de ouders. Het merendeel van de beurzen is echter bedoeld om het verschil te overbruggen tussen de kosten en wat een gezin kan opbrengen. Een standaardformule geeft aan hoeveel een gezin geacht wordt bij te dragen op grond van belastingaangifte, aantal kinderen en eigen vermogen. Maar de universiteiten behouden zich het recht voor van een eigen interpretatie.

Hoogvliegers uit arme gezinnen en minderheden krijgen al gauw een volledige beurs. Studenten uit de middenklasse krijgen vaak aanmerkelijk minder, ook als hun familie niet voldoende kan bijspringen.

Niet dat de topuniversiteiten om geld verlegen zitten. Harvard bijvoorbeeld beheert een fonds van 23 miljard dollar en zou van de renteopbrengst iedereen gratis kunnen laten studeren. Maar de universiteiten zijn niet genegen veel cadeau te geven – het zijn over het algemeen puur commerciële instituten. De heersende filosofie is simpel: de Amerikaanse droom vraagt de bereidheid te investeren. Wie wil studeren, moet lenen. Afgestudeerden moeten bereid zijn tien, vijftien jaar lang honderden dollars per maand af te betalen.

Ik beloof Lauren hard te onderhandelen maar wat doen we als Georgetown geen krimp geeft? Lauren verwijst naar een krantenartikel waarin jongeren stoer melden studieleningen van meer dan honderdduizend dollar te hebben afgesloten. Ik wijs er op dat banken garanties vragen aan ouders en dat in feite de ouders voor die leningen opdraaien. Maar Lauren vindt het haar zaak.

–Een Georgetown-graduate verdient al gauw $80.000 in zijn eerste baan.

–Waar dan?

–Nou, als investment banker of zoiets.

Moet mijn dochter, geïnteresseerd in de wereld en politiek, nu al, op haar tweeëntwintigste, het grote geld najagen om de enorme studieschulden af te lossen?

Een moeilijke tijd breekt aan. De koehandel met Georgetown levert niet genoeg op. Lauren wijst Californië en Michigan af.

What about CUNY? De ooit beroemde universiteit van de stad New York, bakermat van zowel linkse intellectuelen als neocons, verloor haar glans toen zij onder druk van de groeiende immigratie uit Latijns Amerika de toelatingseisen verlaagde. Maar New York opende onlangs een speciaal programma voor hoogvliegers, CUNY Honors. De New York Times sponsort een School voor Journalistiek. Lauren krijgt een volledige beurs, een G4 laptop, $7,500 vrij te besteden voor een verblijf op een buitenlandse universiteit en een gratis kamer downtown aangeboden. Op een wervingsbijeenkomst wordt de kandidaten op het hart gedrukt om deze kans niet te laten schieten. Lauren kijkt verveeld om zich heen. Er zijn nog al wat Bronx Science-scholieren, het stemt haar niet vrolijk.

Maandag is het 1 mei, dan moet ik mijn beslissing laten weten, kondigt Lauren aan op vrijdag. Via email en telefoon wordt familieberaad gehouden. Laurens broer en zus verwerpen Georgetown als een snobistische keus. Hou je geld voor een Mastersdegree en prijs je gelukkig met CUNY Honors. Lauren wil niet van wijken weten.

En Binghamton dan? Solide topuniversiteit, niet snobistisch want openbaar, niet te ver van New York, en ze geven een beurs.

Laurens protest negerend, rijdt mijn vrouw die middag met haar naar Binghamton, vijf uur rijden. Jordan, Laurens vriendje, zit dat weekend toevallig in Washington en meldt zijn indrukken van Georgetown: een racistische, gesegregeerde ballenclub. Niets voor jou.

Maar volgens de geruchtenmachine wordt de openbare universiteit van Binghamton bevolkt door dikke en lelijke studenten.

Na een doorwaakte nacht meldt Lauren zich maandag schoorvoetend aan bij CUNY. Een week later neemt een vriend van Jordan haar mee naar een college aan CUNY en is het pleit gewonnen. „De professor is een twee meter lange zwarte gay die een Derde-Wereld kind heeft geadopteerd.” Het was de „interessantste les die ik ooit bijwoonde”.

Op een bankje in het stadspark met uitzicht op Columbia’s campus praten we na. Lauren heeft zich eroverheen gezet dat een paar schoolvriendinnen hoger uitkwamen. „Ik denk niet dat ik minder succesvol zal zijn. Ik ga gewoon harder werken.”

Ze loopt deze zomer stage bij een hulpverleningsorganisatie in Engeland. Ze was eigenlijk te jong, maar ze wist de personeelschef te overtuigen. In de Amerikaanse concurrentieslag leer je jezelf verkopen.