Albert Heijn zonder Ahold

Iedereen bemoeit zich ook maar met Ahold, zullen de bestuurders en toezichthouders van het geplaagde supermarktconcern wel eens verzuchten. Dat klopt, want bijna iedereen in dit land heeft wel wat met Albert Heijn, de supermarkt die de basis vormde voor het aangeslagen concern dat Ahold nu is.

Albert Heijn heeft met zijn Premie van de Maand Club ooit de Nederlandse consument zijn eerste was-droogcombinatie geleverd. Later kwamen de serviezen, het kristal en de airmiles, en recentelijk nog de supermarktprijzenslag, die het gemiddelde huishoudbudget met hele procentpunten verruimde en het nationale inflatiecijfer merkbaar drukte.

Weinig publicaties hebben door de jaren heen zoveel invloed gehad op wat en hoe wij eten en drinken als het huisblad Allerhande. Albert Heijn bemoeit zich met ons; het is onderdeel van ons dagelijks leven, het is van ons. Geen wonder dus dat wij ons met Albert Heijn en met Ahold bemoeien.

Nu zijn er nogal wat mensen boos op Ahold. Dat zijn geen supermarktklanten maar aandeelhouders. In de voorbije wilde jaren heeft het bedrijf een groot aantal supermarktketens gekocht in verre landen. Die betaalden ze niet met zelfverdiende centen, maar ze gaven er aandelen Ahold voor uit. Die aandelen werden begin 2003 met een grote klap veel minder waard, en dat gaf veel aandeelhouders het gevoel alsof ze ernstig bekocht waren.

Ik had er zelf ook een paar, gekocht in januari van dat jaar tegen een koers van 13,50 euro, slim want een half jaar eerder kostten ze nog 35. Op 26 februari, kort nadat de koers was ingestort, kon ik ze kwijt voor 2,79 euro. Ik was 80 procent van mijn waarde kwijt, maar er waren anderen die veel hoger waren ingestapt.

Dat zet kwaad bloed, en dat kwade bloed is zich nu aan het manifesteren bij de Amerikaanse partijen die vinden dat Ahold moet opsplitsen omdat de delen meer waard zijn dan het geheel. Geen wonder, de mannen van Ahold hebben in Amerika een aantal serieuze ondernemingen gekocht die ze betaalden met wat achteraf monopolygeld bleek.

De Amerikanen willen hun geld terug, of in elk geval zoveel er nog te krijgen is. Opsplitsen, roepen ze. Moeten wij dan sentimenteel gaan doen over dat prachtige supermarktconcern dat ontmanteld zou raken? Welnee. Ahold was ook niet sentimenteel toen het bezig was zijn kerstboom vol te hangen met telkens meer en steeds haastiger overgenomen deelnemingen, met steeds byzantijnser contracten en side letters.

In de tweede plaats is Ahold helemaal nooit een concern geworden. Het is niet verder gekomen dan een verzameling losse detailhandelsketens die opereerden in markten die te veel van elkaar verschilden om er één lijn in te brengen. Wal-Mart, een concern met één formule, is er ondanks een formidabele inzet niet in geslaagd voet aan de grond te krijgen in één buitenlandse markt, Duitsland.

Wat had Ahold dan wel aan inspanning moeten leveren om formules in zulke uiteenlopende gebieden als Slowakije, Zweden, Spanje en de Verenigde Staten strak in het gareel te krijgen? En allemaal tegelijk ook nog? De thuisbasis was veel te smal om daar het benodigde management voor te kunnen mobiliseren of opleiden. Het spelletje van Ahold was op het operationele en commerciële vlak niet te winnen. Maar toen de carrousel eenmaal draaide, kon hij alleen maar sneller gaan of crashen.

Bestuurders en toezichthouders richten zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Dat is de formulering van het Burgerlijk Wetboek, die ook in vrijwel elke corporate governance-code terugkomt. Wat er bij Ahold in het verleden goed of fout is gegaan, is water onder de brug. Maar wat staat bestuurders en commissarissen te doen in de huidige situatie? Wat is het belang van de vennootschap? En wat is de met haar verbonden onderneming?

De bekochte Amerikanen staan met tassen vol monopolyaandelen voor de poort en eisen opsplitsing. Het komt er ongeveer op neer dat ze hun eigen supermarkten terugwillen. Is dat een bezwaar, of is het schadelijk voor de vennootschap en de met haar verbonden onderneming? Nee, al die buitenlandse ketens waren nooit onderdeel van de bloedstroom van het concern. Ze waren gekocht voor de glitter en de glorie. Nu die weg is, kunnen ze net zo goed weer weg.

Ooit was er ook nog het argument dat Ahold zo groot zou moeten worden dat het niet meer als overnameprooi te verslinden zou zijn. Eten of gegeten worden, heette het, maar dat is intussen een illusie. Elk bedrijf is potentiële prooi. Zelfs een bedrijf met de omvang van Unilever moet op zijn tellen passen als het erom gaat, het concern in strategie en uitvoering gefocust te houden.

Philips deed alvast maar op eigen houtje zijn halfgeleiderdivisie de deur uit, en Akzo Nobel laat zijn farmadochter Organon alvast op kamers wonen in voorbereiding op volledige zelfstandigheid. Zelf opsplitsen is slimmer dan dat een ander het voor je doet. En snel en fit is veel beter dan groot en aangeslagen.

Ahold is zeker niet te groot voor een overname of opsplitsing. Het bedrijf is eens te meer kwetsbaar omdat het management de armen niet om de organisatie heen lijkt te krijgen. Bestuursvoorzitter Moberg heeft zijn doelstellingen niet behaald en de omzet in het buitenland stagneert.

Daarom zouden de opsplitsplannen van de Amerikanen aan de poort wel eens heel heilzaam kunnen zijn. Het zou een sterk uitgedund management de gelegenheid geven weer op de kleintjes te letten. En het zou het bedrijf Albert Heijn weer centraal stellen. De enige onderneming waarmee Ahold echt is verbonden, is Albert Heijn. De rest is een effectenportefeuille, die is bij de aandeelhouders in betere handen.

Als de vennootschap en haar bestuur er niet in slagen de belangen van Albert Heijn te dienen, kan Albert Heijn beter zien weg te komen. Een management buy-out door Dick Boer, zou dat niet iets zijn? Hij was directeur van Albert Heijn, en nu gepromoveerd naar de raad van bestuur, maar dat is vast zo leuk niet. Private equity om zo’n buy-out te financieren is er genoeg.