Academische misère 2

Volgens het rapport The future of European universities van het Centre for European Reform, zijn de Europese universiteiten er beroerd aan toe (`Academische misère`, W&O 29 juli). Wanneer we niet ingrijpen en veranderen, blijven de meeste universiteiten in Europa middelmatig, worden we beslist niet the best and the brightest en verliezen we de concurrentie met universiteiten uit de VS en opkomende economieën zoals China en India. Maar zó slecht gaat het niet met het Europese onderwijs, tenminste niet in dit deel van Europa. Na drie jaar accreditatie van Nederlandse en Vlaamse opleidingen in het hoger onderwijs kom ik tot de conclusie dat er géén reden is voor structurele somberheid. Ons hoger onderwijs heeft een gemiddeld goede kwaliteit. Het enige dat zich verder moet ontwikkelen, is de differentiatie van opleidingen. De gemiddelde kwaliteit van Nederlandse en Vlaamse hoger-onderwijsinstellingen is aan de maat, maar er bestaat weinig neiging om de lat bewust hoger te leggen en zich te meten met opleidingen in het buitenland. Dat lijkt mij noodzakelijk om goed in te kunnen spelen op de behoeften en verwachtingen van studenten en de arbeidsmarkt. Nederland en Vlaanderen moeten het immers hebben van de openheid van hun economie.

Als men over de soms wat al te gemakkelijke vergelijkingen tussen de VS en het Europa heen stapt, bevat het rapport van het Centre for European Reform niettemin behartenswaardige aanbevelingen over de noodzaak om de instellingen een grotere autonomie te geven, een betere bekostiging en mogelijkheden om zich van elkaar te onderscheiden. Het rapport maakt duidelijk dat het zeer de moeite waard is op korte termijn te investeren in discussies over de gewenste ontwikkelingen van het Europese hoger onderwijs in het licht van de Lissabon-doelstellingen, maar ook over het nationale beleid. Het belang van goed onderwijs en onderzoek kan niet worden overschat. Wellicht een absolute prioriteit voor een nieuw regeerakkoord?