‘Vrouwen in de moskee geen probleem voor islam’

Niet alleen in Turkije proberen progressieve imams de islam te moderniseren. In Syrië onderneemt de liberale sjeik Mohammad al-Habash ook een poging. Fundamentalistische sjeiks zien hem als een gevaar.

Mohammad al-Habash schudt zijn hoofd. Nee, nee, zegt hij met nadruk, het is veel te simplistisch om zo maar te zeggen dat katholieken naar de hel gaan. En dan begint de sunnitische liberale Syrische sjeik aan een theologische uiteenzetting waar veel van zijn fundamentalistische opponenten van zouden gruwen. God kijkt naar hoe je hebt geleefd, zegt hij. Als je moslim bent en je netjes hebt gedragen, mag je toch wel met reden hopen op een plekje in het paradijs. Maar ook niet voor niet-moslims is er hoop. „Voor niet-moslims die een goed leven hebben geleid, heeft hij een beloning in petto. Wat voor beloning dat is weet ik niet, maar er wacht hun iets moois.”

Liberalisering van de islam staat hoog op de agenda van veel politici in het Westen. Zij kijken met zorg hoe met name in Arabische landen de fundamentalistische islam steeds meer aan terrein lijkt te winnen. Voor die islam zijn de antwoorden op de grote vragen van het leven duidelijk: de koran is het woord van god, elke goede moslim interpreteert de geboden van dat geschrift tot op de laatste punt en komma. Dan wacht het zoete loon van het eeuwige paradijs. Ongelovigen zullen tot aan het einde der tijden branden in de hel. Alleen in Europa en Turkije wordt, zo constateren Europese waarnemers vaak met zorg, gewerkt aan een meer liberale, humanistische vorm van de islam, waarbij de kern van die godsdienst wordt geherinterpreteerd met een moderne blik. In de Arabische wereld lijkt er van zo’n nieuwe blik nauwelijks sprake.

Omringd door een schare van volgelingen is Habash op een vrijdagmiddag na het gebed gaarne bereid om vragen te beantwoorden. En dan blijkt dat zijn vernieuwingsdrift nauwelijks onderdoet voor die van de Turken. Wat denkt de sjeik bijvoorbeeld van de Turkse opvatting dat in de moderne tijd, waarin iedereen werkt en nog eens werkt, twee keer bidden per dag voldoende is als je dan maar zo intens bidt dat je als het ware in twee gebeden vijf keer ‘meeneemt’? Hij glimlacht. „Daar heb ik geen probleem mee, dat kun je in de koran vinden. In tijd van oorlog bijvoorbeeld is het onmogelijk om vijf keer te bidden. Pas hield ik een toespraak voor het Syrische leger en toen zei ik dat ook. Vijf keer bidden is niet noodzakelijk, zei ik, maar het leger moet iedereen wel de mogelijkheid bieden om te bidden.” En wat denkt hij van de Turkse vernieuwing om mannen en vrouwen tegelijkertijd in de moskee toe te laten om te bidden?” Ook dat is niets nieuws”, zegt hij. „Ga maar kijken in Mekka, dan zie je dat de moskee daar een plek heeft voor zowel mannen of vrouwen. Bij het toelaten van vrouwen moet je kijken naar de opvattingen van de maatschappij. Als de mensen er geschokt door raken, moet je het niet doen. Maar de islam heeft er op zich geen probleem mee.”

Hoe revolutionair Habash is blijkt wel uit een boekje over zijn opvattingen dat hij mee hielp schrijven. De verzen van de koran, zo stelt het boek, werden geschreven als reactie op historische gebeurtenissen. Om hen volledig te begrijpen, moet je daarom de historische context mee laten wegen. Dit argument is in het arsenaal van Turkse progressieve theologen altijd de ultieme rechtvaardiging om – in hun ogen – reactionaire leerstellingen van de islam van tafel te vegen. Natuurlijk moet een vrouw kuis zijn, zegt Habash, maar ze mag zelf bepalen hoe ze dat begrip invult: in de islam zijn de burqa en de hoofddoek niet verplicht en vrouwen kunnen, net als mannen, arts, advocaat of politicus worden. Ook rente is niet per definitie onjuist, zegt Habash. Als zij er louter toe dient om mensen uit te buiten, dan mag zij niet worden geheven. Maar als banken door het heffen van rente geld verdienen en dat geld weer uitzetten in de economie zodat het leven van de ‘gewone’ moslim er beter van wordt, dan is er absoluut niets op tegen.

Met zijn vernieuwingsdrift heeft Habash, die ook lid is van het Syrische parlement, flink wat ophef veroorzaakt. De macht in Syrië ligt bij de alawitische (een shi’itische stroming) minderheid en zij hecht er zeer aan dat Syrië een seculiere staat is waar plaats is voor elke godsdienst. Het regime, dat sunnitisch moslimfundamentalisme als zijn grootste vijand ziet, geeft Habash alle kans zijn liberale ideeën te verbreiden. Maar veel fundamentalistische sjeiks hebben er problemen mee. „Ik zie vernieuwing van de islam net zoals jullie in het Westen terrorisme zien”, zegt hoogleraar islamitisch recht Mohammad Hassan Awad. „Het is totaal onacceptabel. De islam is compleet zoals zij is.”

Duidelijk is dat Habash het politieke tij tegen heeft. In een land als Turkije wordt religieuze vernieuwing mede gestimuleerd door het positieve beeld dat veel Turken nog steeds hebben van het Westen. Zij zien bijvoorbeeld Europa, waar de meerderheid van de bevolking christen is, als bastion van vrede, vooruitgang en welvaart. Om dichter bij dat bastion te komen, zijn Turken bereid om de islam humanistischer te maken. Maar in Syrië ligt dat bepaald anders. Veel Syriërs voelen zich verworpen door het Westen, dat hun land als een schurkenstaat ziet, en vinden dat bijvoorbeeld de Verenigde Staten een lakei zijn geworden van Israël. „In Syrië zijn er natuurlijk christenen en daarom kun je niet zeggen dat in dit land elke christen als ‘westers’ wordt gezien”, zegt de monnik Cihad. „Maar het is wel zo dat Syriërs het Westen als christelijk zien.” Cihad is nauw betrokken bij de organisatie van een interreligieuze dialoog die in zijn klooster in Mar Musa, zo’n anderhalf uur rijden van Damascus, plaats heeft. De afgelopen vijf jaar heeft hij gezien hoe de Syrische geestelijken steeds meer zijn gaan letten op de letter van de koran. De jaarlijkse dialoog, zegt hij, wordt steeds moeilijker. Sommige sjeiks willen hoe dan ook niet komen, op anderen moet dagen worden ingepraat en weer anderen komen wel maar weigeren om in het klooster te overnachten.

Ook de Syrische maatschappij lijkt nog nauwelijks klaar voor de boodschap van Habash. Habash mag dan liberale ideeën hebben over de hoofddoek, „maar veel conservatieve mensen hier zien een vrouw als een hoer als ze er geen draagt”, zegt een sunnitische Damasceen die in een volkswijk woont. Nu Syrië steeds meer in het internationale verdomhoekje komt, vrezen veel Syriërs voor de toekomst en dat maakt hen conservatiever, niet progressiever: de hoofddoek is nu een veel promimenter deel van het straatbeeld dan een aantal jaren geleden.