Van over de hele wereld naar Wageningen

De studenten van de Wageningen Universiteit zijn tevreden over hun opleiding.

De universiteit staat ook in het buitenland in hoog aanzien.

„You can’t say: I like Wageningen. That’s impossible.” Maar, zegt de Fransman Mathieu Pel, „Wageningen is perfect, want door de week kun je je goed concentreren op je werk. Er is toch niets te doen.”

In Wageningen staat een universiteit. Ok. Maar kun je de stad dan ook meteen een echte studentenstad noemen? Het heeft niet eens een eigen NS-station, het deelt er een met Ede. En vanaf Ede-Wageningen is het nog ruim twintig minuten met bus 83 of 86s naar Wageningen.

En de universiteit in Wageningen heette lange tijd ‘Landbouwuniversiteit’. Dat is toch een veredelde boerenopleiding? Nee hoor. De universiteit – sinds 1998 gewoon ‘Wageningen Universiteit’ – zegt zelf dat het mensen opleidt en kennis ontwikkelt „op het gebied van life sciences en natural resources”. In goed Nederlands: ‘biowetenschappen’ en ‘natuurlijke hulpbronnen’. Op de site staat als toelichting: „Wonen, werken en recreëren in een evenwichtig ingerichte groene ruimte met een grote variëteit aan planten en dieren.”

De Wageningse studenten zijn zelf erg tevreden over hun universiteit, ze geven de opleiding gemiddeld een 7,15, en leidde daarmee de ranglijst van de Keuzegids Hoger Onderwijs 2005, die in oktober verscheen. Internationaal staat de universiteit goed aangeschreven. Van de kleine vijfduizend studenten is zo’n 40 procent van buitenlandse komaf.

Zoals Mathieu Pel. Hij is 25 en komt uit Toulouse, waar hij ‘Genetics & genomics’ heeft gestudeerd. Na een master in Montpellier ging hij naar Londen. Daar heeft hij onder andere in een lab gewerkt. „Maar ik verveelde me daar, het was alleen maar werk. Ik wilde meer, eigen onderzoek doen. dus ik heb wat rondgekeken.”

Pel is nu bezig met PhD-programma (promotieonderzoek) op het gebied van plantwetenschappen in Wageningen. Op zijn short list stonden Jeruzalem en Wageningen. „Het is een klein wereldje, plantwetenschappen”, legt Pel telefonisch uit. „Ik kende Wageningen van een paar papers van tijdens mijn studie in Frankrijk. En Wageningen en Toulouse hebben samenwerkingsprogramma’s. Ik heb voor Wageningen gekozen, omdat de voorwaarden om onderzoek te doen hier beter zijn dan in Israël. Je hebt een hoger salaris en je werkt onder betere omstandigheden.”

Pel heeft geen spijt van zijn keuze voor Wageningen. Hij is tevreden over de universiteit, zegt hij. En dat Wageningen niet de aller leukste stad van Nederland is, neemt hij op de koop toe. Pel heeft niet veel contact met andere studenten. „Maar dat komt ook omdat ik geen colleges volg. Als PhD-student ben je nogal zelfstandig bezig. Ik werk hier op het lab samen met een aantal andere Franse studenten. Die kende ik nog niet toen ik hier kwam, het is toevallig dat we allemaal uit Frankrijk komen. Met hen heb ik wel contact, ook buiten het lab. Maar ik ontmoet bijna nooit Nederlandse studenten.”

In de weekeinden ontvlucht Pel Wageningen vaak. „De trein is heel handig, je bent vlak bij Amsterdam en Utrecht. Daar kun je wel leuke dingen doen. Dat is wel jammer aan Wageningen: er is één bioscoop en er zijn nauwelijks restaurants. Het is niet als Londen.”