Van nazi-tijd tot Eurovisie

Berlijn heeft sinds kort een tv-museum, als onderdeel van het hypermoderne Sony Center aan de Potsdamer Platz. Duitsland begon als televisiepionier tijdens het nazi-bewind. „Heil Hitler”, zei de omroepster.

De hoogblonde omroepster kijkt lieflijk in de camera. Ze hoopt dat de kijkers vanavond weer hebben genoten. „Was u tevreden?” vraagt ze met een schalks glimlachje. „Vertel het anderen. En was u niet tevreden? Vertel het ons. Tot ziens bij de volgende uitzending”. Dan heft ze ter afsluiting van het avondprogramma haar rechterarm, maakt een achterwaarts knikje met de hand en zegt stralend: „Heil Hitler!”

Zo ging dat, anno 1939 bij de Sender Paul Nipkow, die destijds amusement en nazi-propaganda uitzond voor 250 tv-toestellen in en om Berlijn. Mede dankzij de uitvinder Nipkow, naar wie vele jaren later de prijs van de Nederlandse tv-critici werd genoemd, was Duitsland er vroeg bij met het nieuwe medium. De regelmatige uitzendingen begonnen op 22 maart 1935. Ook in Groot Brittannië werd toen al geëxperimenteerd met de overdracht van bewegende beelden, maar de BBC begon pas anderhalf jaar later met het uitzenden van regelmatige tv-programma’s. De nazi’s liepen voorop.

De vaste expositie in het kortgeleden geopende Fernsehmuseum in Berlijn begint met twee nauwelijks herkenbare fragmenten zonder geluid uit de oertijd van de televisie (gezichten die er uitzien alsof er telkens een waaier door het beeld wappert) en daarna komt de Duitse omroepster die als vanzelfsprekend eer bewijst aan haar Führer. En in het volgende fragment, uit 1941, zien we de toen hoogst populaire zangeres Ilse Werner optreden voor een zaal vol gewonde Wehrmacht-soldaten. Maar naarmate de oorlog grimmiger werd, verloren de machthebbers hun interesse voor de ontwikkeling van de televisie. Met als gevolg dat Duitsland uiteindelijk op achterstand raakte. Pas op 25 december 1952, meer dan zeven jaar na de bevrijding, begonnen de programma’s van de West-Duitse televisie. Oost-Duitsland, toen nog ‘de Russische sector’ genaamd, begon vier dagen eerder - op de 73ste verjaardag van de communistische leider Stalin. Zelfs in Nederland bestond de televisie toen al ruim een jaar.

Het nieuwe Fernsehmuseum is ondergebracht in het Sony Center aan de Potsdamer Platz, een spectaculair staaltje staal- en glasarchitectuur dat ook het hoogst bezienswaardige Filmmuseum huisvest. De uitstalling heeft 3,8 miljoen euro gekost, waarvan het grootste deel is gefinancierd door het Duitse ministerie voor cultuur en Europese fondsen.

De eerste zaal brengt globaal in beeld wat de hoogtepunten van de Duitse televisie waren: de kroning van de Britse koningin Elizabeth die tot de oprichting van het Eurovisie-netwerk leidde, het beroemde optreden van de Amerikaanse president Kennedy („Ich bin ein Berliner!”), de eerste voetstappen op de maan, de zege van Boris Becker op Wimbledon en de val van de muur, in de dramatische beelden die toen rechtstreeks werden uitgezonden. Het overzicht eindigt met de samensmelting van de West-Duitse en de Oost-Duitse televisie.

De tweede zaal is een spiegelzaal waarin een halfuur lang een bombardement van tv-fragmenten op de bezoeker wordt afgevuurd. Men kijkt tegen een metershoge muur aan, waarop een razendsnelle montage van beelden wordt geprojecteerd – en omdat ook de andere muren en het plafond uit spiegels bestaan, worden die beelden eindeloos vermenigvuldigd. De makers hebben een impressie van ruim vijftig jaar televisie uit de beide Duitslanden samengesteld, die ook voor niet-Duitsers hoogst bezienswaardig is: Russische les op de DDR-televisie, parades uit het oosten en showballetten uit het westen, een muur vol beelden van geïnterviewde politici die allemaal volop zitten te roken, een flard Rudi Carrell met topbokser Muhammad Ali, een flits uit een videotechnisch geavanceerde Dusty Springfield-show van de Nederlandse regisseur Bob Rooyens, een kakofonie van deelnemers aan spelshows, een Derek-fragmentje en nog heel veel meer.

Een heel verschil met de rust in de derde zaal, waarin gerieflijke sofa’s en monitoren staan. Daar kan de bezoeker zelf een keuze maken uit de bijna 500 tv-programma’s die integraal in de databank te vinden zijn. Wie wil, kan er de hele dag blijven.

Fernsehmuseum, Potsdamer Strasze 2, Berlijn, 0049-303009030, www.deutsche-kinemathek.de