Universiteiten lanceren allerlei nieuwe, flitsende, studies

Komend studiejaar komen er een kleine honderd studierichtingen bij. „Docenten zien soms door de bomen het bos niet meer.”

Rob Wijnberg

Game Architecture and Design in Breda, Islamitische theologie in Leiden, Technische Geneeskunde in Enschede, Musicology Research in Utrecht: in totaal doen naar schatting 98 nieuwe opleidingen komend studiejaar hun intrede in het hoger onderwijs, bovenop de 4.500 reeds bestaande. Is dat niet wat veel?

In de periode dat Loek Hermans minister van Onderwijs was, van 1998 tot 2002, kregen hogescholen en universiteiten vrij spel in het opzetten van nieuwe opleidingen. Er kwamen in vier jaar ruim 250 opleidingen bij in het hoger onderwijs, terwijl in de acht jaar ervoor slechts 80 nieuwe opleidingen werden toegelaten door toenmalig onderwijsminister Jo Ritzen.

In 2004 werd, ter vervanging van de een jaar eerder opgeheven Adviescommissie Onderwijsaanbod, de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) in het leven geroepen. Deze organisatie beoordeelt de kwaliteit van alle opleidingen, op basis van hun doelstellingen, academische inhoud en personele bekwaamheid. Goedkeuring van de NVAO is noodzakelijk om in aanmerking te komen voor rijkssubsidie. Na accreditatie beoordeelt de minister via de zogenoemde ‘macrodoelmatigheidstoets’ ook nog eens of een nieuwe opleiding voldoende maatschappelijk nut heeft en of de studie binnen een regio niet al ruimschoots wordt aangeboden.

Het precieze aantal nieuwe studies is overigens onduidelijk, omdat sommige opleidingen niet in september, maar halverwege het jaar beginnen. Ook betreft het soms ‘slapende’ studies, alleen master-varianten, of opleidingen die binnen dezelfde instelling op meerdere plaatsen worden aangeboden. Volgens de lijst van de IB-groep gaan er per 1 september 98 opleidingen van start.

Het nieuwe accreditatiesysteem en de doelmatigheidstoets leiden er dus niet toe dat onderwijsinstellingen terughoudend zijn met het bedenken en opzetten van nieuwe opleidingen. Sinds 2004 zijn er 129 aanvragen bij de NVAO ingediend, waarvan 80 groen licht kregen. In 2005 werd in één geval bezwaar gemaakt tegen een negatief besluit, maar meestal trekt de onderwijsinstelling in zo’n geval zijn aanvraag in, om negatieve publiciteit te voorkomen.

Dit jaar heeft de NVAO al 70 aanmeldingen. Verwacht wordt boven de honderd uit te komen. „Een opvallende toename”, meent Karl Dittrich, voorzitter van de NVAO.

Die toename komt voort uit de toegenomen marktwerking in het onderwijs. Hogescholen en universiteiten beconcurreren elkaar om de gunsten van de toekomstige student, zeggen ondervraagden. Flitsende namen als International Development Studies (begint 1 september in Amsterdam), Master Real Estate (Groningen) of Commucation & Multimedia Design (Breda) zijn veelgebruikte lokmiddelen. Ook worden vaak reeds bestaande studies in een ‘nieuw’ jasje gestoken, terwijl het om praktisch dezelfde opleidingen gaat, zoals ‘international business administration’.

„Onderschat het marketingapparaat in het huidige onderwijs niet”, waarschuwt Frits van Oostrom, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). „Studenten worden op beurzen gelokt met pennetjes, t-shirts en Ali B. De vraag is of je dat moet willen.” Van Oostrom pleitte eerder dit jaar in de traditionele jaarrede van de Akademie al voor een lager aantal studies met meer diepgang. „We trappen er allemaal in”, zegt hij nu, „het idee dat meer keuze ook automatisch beter is. Studenten, en docenten, zien soms door de bomen het bos niet meer.”

Van Oostrom signaleert een toenemend „switchgedrag” bij studenten. „Ik spreek steeds meer studenten die in een paar jaar tijd twee, soms drie studies zijn begonnen en dan weer afhaken. Simpelweg omdat ze niet meer weten wat ze moeten kiezen.” Volgens Van Oostrom zouden studies een „scherper profiel” moeten krijgen.

NVAO-voorzitter Karl Dittrich ziet ook een groei in het aantal studies, bedoeld om studenten te lokken zoals bedrijfskunde- en communicatie-varianten. Maar hij signaleert ook dat onderwijsinstellingen „specifieke niches” opzoeken. „Vooral in de ‘Life Sciences’, een combinatie tussen geneeskunde en exacte wetenschappen.” De richting is populair onder nieuwe studenten, omdat het een bedrijfstak is met een enorm potentieel, waar veel overheidssubsidie naartoe gaat en waarin studenten zich direct richten op innovatie, zoals het ontwikkelen van nieuwe medicijnen, zonder eerst geneeskunde te hoeven studeren.

Kan het bestaande curriculum niet gewoon worden aangepast? Waarom meteen een nieuwe studie? „Er is veel weerstand tegen verandering binnen bestaande studies”, zegt Dittrich. „Een programma omgooien is moeilijker dan er een aparte studie van maken.”

Is het aanbod overdreven groot? Dittrich wil dat in perspectief plaatsen: „In absolute aantallen lijken het er veel, maar gemiddeld genomen gaat het om één nieuwe opleiding per instelling.”

Bij de overheid is het marktdenken in ieder geval niet taboe. Hoewel toenmalig staatssecretaris Nijs in 2003 nog pleitte voor een rem op nieuwe studies, start het ministerie van Onderwijs komend studiejaar met het experiment ‘open bestel’, waarin commerciële onderwijsinstellingen opleidingen voor subsidie kunnen voordragen (zie kader). Doel van het omstreden experiment: meer concurrentie en dus meer keuzemogelijkheden voor studenten.

De NVAO ziet daarin geen bezwaren, maar wil wel dat de minister eerst het maatschappelijk nut en de geografische vertegenwoordiging van de opleiding bepaalt voordat de NVAO tot beoordeling over gaat. Nu gebeurt dat nog andersom. „En dan komt het regelmatig voor dat we zeven maanden bezig zijn met een beoordeling die daarna door de minister wordt afgewezen omdat er al zo’n opleiding in de buurt is”, verzucht Dittrich. „En dan is alles voor niets.”