Twee provincies vechten om rivier

Griekenland is waarschijnlijk het enige land met een minister die zowel Openbare Werken als Milieuzaken in zijn portefeuille heeft. Het is dan ook niet toevallig dat de beheerder, Jórgos Soufliás. al ettelijke malen de grote milieu-organisaties tegen de haren in heeft gestreken.

Zijn laatste initiatief betreft Griekenlands grootste rivier, de Achelóos, die ontspringt in het noordwestelijke Pindos-gebergte, door het westen van het land stroomt en bij het historische Missolónghi in zee uitmondt. In de Griekse Oudheid was Achelóos één van de twee riviergoden die ‘van gedaante konden veranderen’; zo heeft hij met Herakles een - onsuccesvolle - strijd gestreden om de gunst van Dianeíra.

Al sinds 1979 zijn er plannen de loop van deze rivier gedeeltelijk te wijzingen, zodat haar wateren ten gunste komen van de vlakte van Thessalië in het oosten, die wegens haar katoenproductie veel water nodig heeft. Het plan is, met de bouw van twee dammen, al vrij ver gevorderd maar is intussen gestuit op de bezwaren van de drie grootste milieu-organisaties, die tot drie keer toe een veto van de Raad van State hebben afgedwongen. Bovendien ziet men het helemaal niet zitten in Brussel – wegens gebrek aan voorbereiding weigert de EU vooralsnog geld hiervoor af te dragen.

Na het jongste veto van de Raad van State heeft Soufliás, zelf Thessaliër, bij het naderen van de locale verkiezingen van oktober zijn toevlucht gezocht tot een staatsrechtelijke truc (coup, zeggen de tegenstanders). Hij heeft het hele project ondergebracht als amendement bij een wet op de ‘registratie van gronden’, waardoor de Raad van State buitenspel wordt gezet. Het project komt in de nieuwe terminologie niet meer zozeer ten goede aan irrigatie, maar aan de watervoorziening van de dorstende bevolking. Zeshonderd miljoen ton – eenvijfde van het totale rivierwater – moet jaarlijks via de zeer vervuilde rivier de Pínios naar Thessalië worden geleid.

In het parlement deed zich een ongewone situatie voor: afgevaardigden splitsten zich op naar regio, niet naar partij. Zelfs communisten uit Thessalië stemden voor. Zo ontstond ook een meerderheid, want Griekenlands grootste vlakte is veel volkrijker dan Aitalo-Akarnaníë in het westen, waar volgens de minister „het water nutteloos de zee in stroomt”. In Agrínion, de grootste stad in dit district, liep men meteen te hoop, en ook in de hoofdstad Missolónghi, waar volgens vogelkenners het unieke deltagebied, als natuurreservaat nu reeds beschermd, in gevaar komt.

De teelt van het winstgevende ‘witte goud’ (katoen) in de Thessalische vlakte heeft de vorige eeuw ongebreidelde vormen aangenomen. Tijdens het socialistische bewind van de jaren ’80 kon de bevolking ongemoeid en zonder betaling waterputten delven. De meer dan 2000 boringen gingen steeds dieper, tot 600 meter, de bodem raakte uitgeput en de resten van de pesticiden en kunstmest vermengden zich met drinkwater. Thessaliërs drinken nu uitsluitend bronwater uit flesjes.

Bovendien houdt de EU in 2013 op met het subsidiëren van katoen waarvan de prijs verre boven de internationale marktprijs ligt. De boeren zullen dan toch moeten afzien van het populaire gewas.