Thuiszorgen

Staatssecretaris Ross-Van Dorp (Volksgezondheid, CDA) trekt 95 miljoen euro uit voor knelpunten in de thuiszorg, zo liet ze de Tweede Kamer weten. Dat is mooi, denkt men dan als 82-jarige die maanden met zichzelf langs instellingen liep te leuren en uiteindelijk voor thuiszorg na een oogoperatie op een wachtlijst werd gezet. Mooi – maar zou het helpen? Extra geld biedt deze sector-in-verandering hooguit tijdelijk soelaas. De wachtlijsten in de thuiszorg zijn het symptoom van een onderliggende kwaal die zich niet met een lapmiddel laat bestrijden.

Het siert Ross dat ze eerlijk toegeeft dat veel thuiszorgorganisaties hun patiënten dit jaar onnodig lang hebben laten wachten. Zieken en ouderen hadden kunnen worden doorverwezen naar concurrerende instellingen, waar ze meteen geholpen konden worden. Daar was namelijk ruimte genoeg. Dat dit niet is gebeurd, heeft te maken met laksheid en een foute mentaliteit. Dat kan de thuiszorg zich aantrekken. De vraag naar thuiszorg neemt door vergrijzing toe, terwijl de service alleen maar lijkt af te nemen. Met de verkiezingen in zicht is het zo geformuleerd geen populair thema. Het extra geld van Ross-Van Dorp is dan ook vooral een politiek gebaar. Het zal de nood tot na de stembus in november wel lenigen.

De thuiszorg is een sector die grote veranderingen doormaakt. Marktwerking leidt sinds kort tot meer concurrentie, maar lang niet iedere thuiszorgaanbieder is daar al aan gewend. Volgend jaar verandert weer het nodige als de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in werking treedt. Die maakt de gemeenten verantwoordelijk voor de thuiszorg. De branche wordt goeddeels betaald met belastinggeld, geïnd met de AWBZ, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Hierin gaan miljarden om. Aangetrokken door geld en groeikansen zijn er meer aanbieders van thuiszorg gekomen.

Idealiter betekent marktwerking voor de cliënten van thuiszorginstellingen: meer keus, een goede kwaliteit en een redelijke prijs. Dat is de theorie. In de praktijk is er nog veel onduidelijkheid, miscommunicatie en animositeit onder zorgaanbieders, die onderlinge tegenwerking verwarren met concurrentie. Onvermijdelijk is de klant daarvan het slachtoffer. Zie de schande van het falende toewijzingsbeleid, met als dieptepunt de verontrustende cliëntenstops die hier en daar werden afgekondigd.

Maar er is meer aan de hand dan deze vormen van – hopelijk tijdelijke – onwennigheid. In toenemende mate zijn thuiszorgaanbieders aan het fuseren. Net als particuliere bedrijven hopen ze door overnemingen en samensmeltingen marktleider te worden en grotere invloed te kunnen uitoefenen op de prijsstelling. Daar zit de echte pijn.

Met 95 miljoen euro wordt dit ‘knelpunt’ niet opgelost. Hier ligt werk voor een nieuw kabinet en voor de Nederlandse Zorgautoriteit in oprichting.