Stop met die hetze tegen pannenkoeken

In nrc.next van 15 augustus bewijst Ewoud Sanders ongewild dat al het kabaal om de invoering van alweer een (marginale) spellingwijziging in feite om helemaal niets gaat. In Sanders` bijdrage van ca. 725 woorden komt niet één maal een woord voor van het soort waarover journalisten, studeerkamertaalkundigen, politici en mensen zich druk maken. Maar hij schrijft wel: ”Het Genootschap Onze Taal heeft nu, na een pittige interne discussie, gekozen om de tussen-n vrij te laten, een letter die in tienduizenden samenstellingen voorkomt.” Maar wanneer gebruiken we die woorden? Hoe vaak moet iemand die schrijft kiezen tussen een foute en een goede spelling? Een klein onderzoek naar de frequentie van het soort woorden als `pannenkoek` in dagelijks Nederlands leert, dat het hier niet om procenten, maar om vaak minder dan promilles gaat. Een ondersteuning van deze waarheid is het feit, dat de opstandelingen niets beters dan die pannenkoek weten te verzinnen. Waar ik me als leraar Nederlands veel meer zorgen over maak is het verschijnsel, dat de vervoeging van werkwoorden zelfs veel vwo-leerlingen boven hun pet gaat. Of een zinnetje op dezelfde pagina van deze krant dat als volgt luidt: ”Leidse studenten die lid zijn van een studentenvereniging hebben meer kans hun studie succesvol af te ronden.” Meer kans dan wie? Slordig en primitief formuleren wordt langzamerhand de norm, helaas. Het zijn deze dingen waaraan we meer aandacht zouden moeten besteden dan aan die flauwekul van hondenlul, tinnegieterij en kerkenraad.