Schud de arbeidsmarkt op

Mathijs Bouman: Hollandse overmoed. Hoe de beste economie van de wereld ontspoorde. Balans, 255 blz. € 17,50

De burgers besteden weer, de banenmachine trekt aan, het zakelijke optimisme is terug, de overheidsfinanciën zijn op orde. Het kabinet-Balkenende, dat politiek geamputeerd naar de vervroegde verkiezingen in november strompelt, kan terugkijken op een succesvol economisch herstel. Na een dip van vijf jaar waarin zich stagnatie, welvaartsverlies, koopkrachtdaling en een bijna ziekelijk gebrek aan vertrouwen manifesteerden, staat Nederland er in economisch opzicht weer redelijk voor.

Maar juich niet te vroeg, waarschuwt Mathijs Bouman: voorspoed is vergankelijk en overmoed komt voor de val. Bouman, beurscommentator bij het tv-programma RTL-Z, voormalig medewerker van De Nederlandsche Bank en ex-adjunct-hoofdredacteur van het zakenblad FEM Business, heeft een onderhoudend boek geschreven over het spectaculaire succes en de dramatische val van de Nederlandse economie rond de eeuwwisseling. Van een bejubeld polderwonder tot de hekkensluiter van Europa. En dat alles in een periode van tien jaar, politiek gesproken vanaf het hervormingskabinet Kok-I tot en met het restauratiekabinet Balkenende-II.

De omslag was volgens Bouman geen kwestie van onkunde of conjuncturele golfbeweging. Hij beschrijft een land dat alle voorzichtigheid uit het oog verloor en het tafelzilver er doorheen joeg, burgers die verslaafd raakten aan consumeren, bedrijven die in een delirium van optimisme de balans van winst en verlies kwijtraakten, een overheid die de portemonnee leegschudde boven de feestende natie. De financieel-economische en politieke elite verwarde de conjuncturele hoogconjunctuur in de laatste jaren van de 20ste eeuw met een structureel economisch mirakel. Maar toen de hype van de ‘nieuwe economie’ implodeerde, de telecombedrijven na hun miljardenbiedingen bij de UMTS-veilingen op de rand van bankroet balanceerden, de winstverdubbelaars loze beloftes bleken en de meevallers voor de schatkist opdroogden, was het gedaan.

Bouman schrijft over het economische feest en de daaropvolgende kater met een toon van lichte spot: met verstandiger beleid was de economische terugslag minder diepgaand en korter van duur geweest. In de jaren van overvloed werd vergeten dat bij een stagnerende bevolking de stijging van de arbeidsproductiviteit de enige bron van structurele groei is. Hogere arbeidsproductiviteit kan volgens Bouman slechts bereikt worden door meer marktwerking. Maar marktwerking is uit de gratie geraakt. Tijdens Paars-II kreeg het al minder aandacht dan bij Paars-I en onder Balkenende-I, -II en -III heeft marktwerking nog meer aan betekenis ingeboet.

In een slothoofdstuk komt Bouman met aanbevelingen om de arbeidsproductiviteit op te krikken. Daarvoor is het naar zijn mening nodig de arbeidsmarkt op te schudden, zodat werknemers aangespoord worden vaker van baan te wisselen of als zelfstandige ondernemers aan de slag te gaan. Het werknemerschap, dat beschermd en begunstigd wordt door sociale afspraken, moet risicovol worden. Zijn voorstel: schaf alle gunstige arbeidsvoorwaarden af voor werknemers met een inkomen vanaf 40.000 euro. Dat zal ze aansporen sneller van baan te veranderen en de dynamiek van de diensteneconomie versterken.

Het is een originele gedachte, maar de politieke haalbaarheid ervan is nul. Geen onderhandelaar bij de komende kabinetsformatie, ongeacht welke partij, zal zoiets ter sprake brengen. Toch doen de politici er goed aan om Hollandse Overmoed te lezen. Ter lering en vermaak. En als waarschuwing ter voorkoming dat Nederland door beleidsontsporingen opnieuw met vijf magere jaren opgezadeld wordt.