Keel vol schuurpapier

cd soul

Spencer Wiggins: The Goldwax Years

Kent, distr. Munich

Als de cd inderdaad zijn langste tijd heeft gehad, is het goed om straks bij het ten grave dragen van het glimmende schijfje te herdenken dat het het geheugen van de pop heeft aangescherpt. De cd-revolutie heeft immers ook een stroom ‘re-issues’ op gang gebracht: soms lukraak bijeen gegraaid uit het rechtenvrije domein, soms liefdevol en met kennis van zaken samengesteld.

Zo worden er ook eens mensen voor het voetlicht gehaald die anders niet aan de vergetelheid waren ontsnapt.

Neem Spencer Wiggins, een uitstekende soulzanger wiens roem zich zelfs in zijn hoogtijdagen niet veel verder uitstrekte dan zijn eigen streek: het zuiden van de Verenigde Staten.

De Japanse verzamelaarsmarkt had hem echter al eerder ontdekt, maar nu is er ook een cd vol verzamelde singles op het onvolprezen soul-liefhebberslabel Kent, zodat ook de rest van de wereld kan horen wat we al die tijd gemist hebben.

De meest voor de hand liggende vergelijking is die met James Carr, die ook al uit Memphis kwam en bovendien opnam voor hetzelfde label: Goldwax, gerund door de vroegere countrymuzikant en ijzerwarenwinkelier Quintin Claunch. Carr, wiens werk voor Goldwax is verzameld op vier aanrader-cd’s op Kent, had een onverbiddelijke klassieker op zijn naam, het tranentrekkende The Dark End Of The Street (dat dan ook op alle vier staat), én een fikse persoonlijke tragiek in de vorm van een aan schizofrenie verwante psychische stoornis. Hij overleed vijf jaar geleden.

Wiggins leeft nog, en vrij gelukkig bovendien: hij doet nu aan gospel. Toch doet zijn beste werk uit de jaren zestig niet veel onder voor dat van Carr, of van welke andere soul-grootheid uit die tijd dan ook.

Aan gepolijste emoties heeft hij een broertje dood: zijn stem klinkt rauw en direct, alsof er tussen zijn zieleleven en de luisteraar niets anders zit dan een keel vol schuurpapier van het grofste soort.

Net als de meeste grote soulzangers is ook Wiggins zelf geen songschrijver: hij legt zijn ziel bloot in liedjes van gebruikelijke verdachten als Dan Penn, Spooner Oldham, George Jackson, Isaac Hayes en zijn broodheer Claunch. Toch overtuigt hij de luisteraar er moeiteloos van dat hij het is die mateloos lijdt onder ‘The Kind Of Woman That’s Got No Heart’, dat hij de bedrogene is in ‘Who’s Been Warming My Oven’, dat hij en niemand anders de ‘Lonely Man’ is. Geholpen door een swingende band, natuurlijk, vol pompende orgels en jubelende blazers. Geheel in de zuidelijke soulstijl zoals die in het Memphis van die dagen met zoveel elan werd bedreven, al gaat hij af en toe de blues nadrukkelijk niet uit de weg.

Spencer Wiggins kwam uit de gospel en verdween daar weer in, nadat hij de wereldse muziek vaarwel had gezegd. In die paar tussenliggende jaren leverde hij een paar dozijn juweeltjes af die het waard zijn om afgestoft te worden.