Israël is teleurgesteld en vooral in verwarring

De (voorlopige) afloop van de oorlog in Libanon heeft Israël in verwarring gebracht. Teleurstelling overheerst. En de regering van premier Olmert is haar belangrijkste diplomatieke speerpunt kwijtgeraakt.

Het eerste politieke slachtoffer van de Israëlische oorlog in Libanon is gisteren begraven. Premier Olmert heeft zijn plan om grote delen van de sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever te ontruimen voor onbepaalde tijd uitgesteld.

In gesprekken met ministers en bevriende journalisten heeft Olmert gezegd dat het afbreken van nederzettingen en militaire bases ter wille van een Palestijnse staat niet langer op de agenda van zijn regering.

Toen korporaal Gilad Shalit door de Palestijnse Hamas, en de reservisten Goldwasser en Regev door de Libanese Hezbollah werden ontvoerd, begreep Olmert dat het draagvlak voor de ontruiming van tientallen nederzettingen met ongeveer 80.000 kolonisten rap aan het verschrompelen was.

Tegen Associated Press hield de premier halverwege de oorlog nog vol dat na een overwinning op Hezbollah het zogeheten „convergentieplan” voor de Westelijke Jordaanoever uitgevoerd zou worden. Israël had in Libanon immers aangetoond een terreurbeweging te kunnen verslaan. Dat dacht hij toen en dat vindt hij nog steeds.

Duizenden soldaten en reservisten uit de nederzettingen zagen het anders. Zij wilden hun leven niet wagen voor een land dat geleid werd door een premier die uit was op „de vernietiging van hun gemeenschappen”. Er groeide serieuze onrust, die door Olmert op het nippertje kon worden bezworen. Het is vooral dankzij enkele toegewijde commandanten dat soldaten uit de nederzettingen niet rechtsomkeert maakten en naar huis gingen. Voor de consequenties (een paar weken cel) waren zijn niet bang. Meteen na de oorlog concludeerde Olmert dat er ook in zijn regering, zijn eigen Kadima-partij en in de Knesset geen draagvlak meer is.

De Israëlische redenering is op het eerste gezicht eenvoudig: we zijn in 2000 uit Libanon vertrokken en in 2005 uit Gaza om vervolgens aangevallen te worden door de terroristische islamfascisten van moslimfundamentalistische organisaties als Hamas en Hezbollah. Wie garandeert dat er niet vanuit een – gedeeltelijk – ontruimde Westelijke Jordaanoever katjoesja’s op Tel Aviv en Jeruzalem worden afgevuurd.

Deze opvatting vindt grote weerklank in het teleurgestelde en verwarde Israël, waar de publieke opinie de Libanese oorlog als een regelrecht debacle beschouwt. De raketaanvallen hebben diepe indruk gemaakt. De bittere gedachte dat er soldaten voor niets zijn gestorven, wordt versterkt door het groeiend besef dat Hezbollah in het zuiden van Libanon niet zal worden ontwapend door het Libanese leger en dat de inzet van de internationale vredesmacht vooralsnog onduidelijk is. In Zuid-Libanon wordt, vreest Israël, nu toch een ‘mini-Iran’ (Haaretz) gesticht.

Voeg daarbij de verhalen van de reservisten over slecht materieel, stagnerende bevoorrading, onervaren commandanten en onduidelijke, slecht voorbereide missies – en het is duidelijk waarom vele Israëliërs terugverlangen naar Ariel Sharon. ‘Arik, wakker worden, Olmert ligt in coma’ luidt een graffititekst bij de ingang van een schuilkelder in Kiryat Shmona.

De man in de straat is van mening dat het land nu wordt geleid door een stelletje schuinsmarcheerders en oplichters: de president, de premier, de minister van Justitie, de voorzitter van de belangrijke defensiecommissie in de Knesset en de chef-staf zijn om allerlei wissewasjes in opspraak geraakt. Olmert wordt beschouwd als een listige advocaat, een praatjesmaker die beloofde de twee ontvoerde soldaten te zullen bevrijden en Hezbollah te zullen breken.

Voor premier Olmert is het uitstellen van het ontruimingsplan de eerste stap om zich op te trekken uit het Libanese moeras. Aangezien ‘Arik’ niet wakker zal worden – hoewel zijn zonen nog iedere dag hopen dat hij uit zijn coma zal komen en daarom de artsen opdragen zijn leven te rekken – is er in zijn partij Kadima geen tegenstrever die de leiding kan overnemen. Ook de Arbeidspartij van de impopulaire en als zwak beschouwde minister van Defensie Amir Peretz heeft geen onmiddellijk belang de regering te laten vallen.

De oppositie onder leiding van oud-premier Netanyahu, die als enige in de verkiezingscampagne van 2006 sprak over Hezbollah en Iran, glorieert. Maar zijn Likud-partij is niet in staat de regering op korte termijn ten val te brengen en daarop volgende verkiezingen te winnen

Israël mag dan niet in de stemming zijn nieuwe stappen te zetten naar een Palestijnse staat, tegelijkertijd heeft de regering van premier Olmert geen alternatieve diplomatieke agenda. Fundamentele oplossingen – oprichting van een Palestijnse staat, vrede met Syrië, diplomatieke openingen naar Iran, wederopbouw van Libanon – zijn niet aan de orde.

Vergeten is ook de aanleiding van de Libanese oorlog: Hezbollah viel een Israëlische patrouille aan uit woede over Israëls optreden in de Strook van Gaza. De joodse nederzettingen en militaire bases werden een jaar geleden ontruimd, maar het gebied met 1,4 miljoen arme en geradicaliseerde inwoners bleef afgesloten van de buitenwereld – zeker na de verkiezingswinst van Hamas dat de wapens niet wil neerleggen tot er een Palestijnse staat is gevormd. Gaza was en is het ground zero van het Israëlisch-Palestijns conflict. Zolang dat conflict niet is opgelost, kan het Midden-Oosten elk moment weer opnieuw in brand komen te staan.

Het directe gevolg van Olmerts besluit voorlopig af te zien van (gedeeltelijke) ontruiming van de Westelijke Jordaanoever is dat een oplossing in de vorm van een Palestijnse staat in de gebieden die sinds de Zesdaagse Oorlog bezet worden gehouden, op de lange baan is geschoven. De Zesdaagse Oorlog wordt beschouwd als Israëls laatste succesvolle oorlog omdat toen heel Jeruzalem werd veroverd.

Maar het was ook de oorlog die de Palestijnse nationale beweging en later Hamas voortbracht. Het was de oorlog die Israël geen duurzame vrede bezorgde, zoals geen enkele oorlog de joodse staat blijvende veiligheid heeft opgeleverd.