In het bos bij de wilde dieren

Henk Huseler is boswachter op de Veluwe. Hij weet waar grof wild huist: reeën, edelherten, en wilde zwijnen.

Vorige week nam hij 23 kinderen een nacht en een ochtend mee op safari. De kinderen volgen Henk (47) zonder aarzeling als hij rond zes uur het pad verlaat en dwars door een dicht, donker bos in de richting van het kamp loopt. Ze dragen een rugzak met wat snoep en hebben een verrekijker om hun hals. „Ik heb ook scoobidoo-touw in mijn rugzak”, zegt Richard (12). Hij draagt een legerbroek en legershirt. „Je weet maar nooit. En ik heb een zakmes bij me. En ik ken survivaltrucs.” Welke trucs dat zijn, onthult hij niet. Dan staat de groep ineens stil. Twee reeën draaien schichtig hun kop, kijken de kinderen met fonkelende ogen aan en schieten dan weg. Er heerst een gevoel van triomf. Voor het kamp bereikt is zijn de eerste wilde dieren al gespot.

In de legertent wordt nog even het doel van de excursie besproken. „We willen wilde zwijnen zien”, zeggen de meesten. Henk legt uit dat dat niet eenvoudig is: „Ze ruiken je al van een kilometer afstand en ze horen je van ver.” Hij maant de kinderen tot stilte als ze rond negen uur ’s avonds op pad gaan. Door de avondschemer sluipen ze door het bos. Dan springen er reeën en een edelhert over de weg, de groep houdt halt om op de hurken door de verrekijkers te turen. Er worden ook vosjes en vleermuizen ontdekt en Fynn (7) ziet met zijn speelgoedverrekijker een vossenhol.

Nu neemt Henk hen mee naar de open plek waar de wilde dieren ’s nachts eten. Hij fluistert: „Ik zag net in de bosjes twee wilde zwijnen.” De groep loopt naar de open plek. Het geritsel van regenpakken is niet te voorkomen. Dan trapt een van de kinderen op een tak. Knak. De wilde zwijnen vluchten. Niemand, behalve Henk, heeft ze gezien. „Laten we wachten. Misschien komen ze terug”, zegt hij. De volle rode maan komt op en beschijnt de regenkleding. „De maan verraadt ons”, zegt Fynn geïrriteerd. De wilde zwijnen blijven weg.

Kon Richard geen truc toepassen? „Nee”, zegt hij. „Die gebruik ik alleen in noodgevallen.” Als het te donker is om nog iets te zien wordt besloten om terug te gaan naar het kamp. Om een uur in de nacht kruipen de kinderen in hun slaapzak. ’s Ochtends om zes uur zijn ze alweer op om opnieuw naar de graanakker te gaan. „De wind staat onze kant op”, zegt Henk. „Ze kunnen ons nu niet ruiken, dat is gunstig.” De kinderen turen door de verrekijkers. En warempel, daar peuzelen vijf wilde zwijnen van het graan. Tevreden wandelen ze verder. Een survivaltruc van Richard bleek uiteindelijk helemaal niet nodig.

Info kindersafari www.hogeveluwe.nl