Iedereen wil bij de hand genomen worden

„Ik doe wat research, mensen zijn zo fascinerend.” Het was een rake opmerking van dokter Gregory House in de ziekenhuisserie House M.D., waarvan SBS6 gisteravond de pilot uitzond. Eindelijk is er weer eens een goede doktersserie, met scherpe, geestige en verrassende dialogen, een geweldige acteur – Hugh Laurie – in de hoofdrol, intrigerende verhaallijnen en een spannende plot. En alles draait er om ziekte, verval en het onvermogen te leven.

Dat was in nog heviger mate zo in vrijwel alle non-fictieprogramma’s die op de Nederlandstalige zenders te zien waren. Op Nederland 1 reisden bij de EO in Op zoek naar een wonder zeven zieken onder begeleiding van een arts de wereld over op zoek naar ziekenheil in de vorm van bijvoorbeeld een ‘geloofsgenezer’. Daarna kon je bij de KRO genieten van het leed van jongeren die een geslachtsverandering hadden ondergaan. Op RTL4 werden te dikke mensen onder handen genomen in Wat je eet dat ben je zelf en op RTL5 mochten in Amputee admirers mannen vertellen waarom ze zich aangetrokken voelen tot vrouwen met geamputeerde ledematen. In de pedagogische hoek zond RTL5 een aflevering uit van de serie Moeilijk opvoedbaar, waarin een Engelse asociale moeder haar zes kinderen verrot schold en vervolgens voorspelbaar advies kreeg van een gedragstherapeut. Je zou bijna denken dat er geen gezonde en normale mensen meer bestaan.

Bovendien lijkt het alsof niemand nog zelf ergens over kan beslissen en op ieder vlak bij de hand genomen moet worden. In het RTL4-programma Geen cent te makken werd aldus een ontslagen IT’er geholpen bij het oplossen van zijn financiële problemen. Hij was een intelligente man, maar toch moest hem als een kleuter worden voorgekauwd hoe hij maandelijks 400 euro kon bezuinigen door 1. te gaan verhuizen, 2. op de hotelschool te eten in plaats van in een restaurant, 3. naar een sneak preview te gaan in de bioscoop.

Hopelijk heeft hij niet naar Canvas gekeken waar de documentaire Leven als God in Monaco werd uitgezonden. Ongetwijfeld was hij jaloers geweest op de handige rijken die in dit belastingparadijs neerstrijken. Een dame zei tevreden: „Je kunt hier om 1 uur ’s nachts gaan wandelen met massa’s juwelen om.” Probeer dat maar eens in Bloemendaal.

De ARD vertoonde om kwart voor elf een ander spektakel: de eerste aflevering van het boekenprogramma van Ulrich Wickert, de Duitse Philip Freriks, met als gast de onder vuur liggende schrijver Günter Grass. Het was een openhartig gesprek, waarin je alleen maar begrip voor Grass kreeg. Over zijn langdurige zwijgen over zijn tijd als 17-jarige jongen bij de SS zei hij: „Bij alles wat ik in mijn leven heb gedaan speelde het een rol.” En ook: „Ik vond het runenteken toen iets heel gewoons, maar na de oorlog kon ik er niet meer over praten.” Op de vraag of hij zich schuldig voelde, zei Grass: „Als ik twee, drie jaar ouder was geweest, was ik misschien wel betrokken geraakt bij oorlogsmisdaden.” Dat hij er nu wel over kan vertellen, komt volgens eigen zeggen doordat hij nu zelfverzekerd genoeg is om het te doen. „Alles staat in mijn boek.” Eerlijker kan het bijna niet. Ik was er bijna door vergeten dat ik dankzij al dat eerdere gezondheidsvariété een naam voor een nieuw vermageringsprogramma heb bedacht: Mijn bruid is te dik.