Hoed u voor de schelmenprauw

Vibeke Roeper en Diederick Wildeman (hertaling en annotering): Het Journaal van Abel Tasman. Waanders, 208 blz. €17,95

In augustus 1642 lagen op de rede van Batavia de fluit Zeehaen en het jacht Heemskerck. De 110 mannen aan boord bereidden zich voor op een belangrijke reis. Ze moesten het zogeheten Zuidland exploreren, een continent in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan waar alle zeevarende naties naar op zoek waren. Het was een land van goud, zilver, specerijen, edelstenen en beschaafde inwoners, zo wist men. Dit continent moest expeditieleider Abel Tasman in opdracht van de VOC in kaart brengen.

Tasman beëindigde op 14 augustus de eerste alinea in zijn logboek met de bede: ‘God Almachtig gelieve hiervoor Zijn zegen te geven.’ Als hij het journaal op 15 juni 1643 voor het laatst dichtklapt, doet hij dat met een verzuchting: ‘God zij geloofd en gedankt voor de behouden reis. Amen.’

Zijn god mag de schipper dan bewaard hebben, Tasmans verzoek liet hij onbeantwoord. De Nederlanders ontdekten Van Diemensland (later Tasmanië), Nieuw-Zeeland en de Tonga- en Fiji-eilanden, maar het Zuidland bleef onvindbaar. De reis van Tasman werd door zijn opdrachtgever niet als een succes beschouwd. Hij was te weinig aan land gegaan en was er daarom niet in geslaagd nieuwe handelswegen voor de compagnie te openen.

Het journaal waarin Tasman zijn reis beschrijft is onlangs verschenen in een naar modern Nederlands hertaalde versie. De beide bezorgers voorzagen het van een korte, heldere inleiding.

Het lezen van de eerste weken van het journaal is net zo eentonig als de reis geweest moet zijn. Tasman heeft vaak niet meer te noteren dan lengte- en breedtegraad, stromingen en winden. Maar wie net als de ontdekkingsreizigers volhoudt, wordt beloond op het moment dat er ontmoetingen met inheemse bewoners plaatsvinden.

Op 19 december 1642 gaan de Nederlanders voor het eerst aan land in Nieuw-Zeeland. Als een sloep van de Zeehaen contact probeert te maken met een boot van de Maori gaat het mis. ‘De voorste man in de schelmenprauw stiet de kwartiermeester Cornelis Joppen met een lange stompe piek verschillende malen zo fel in de nek, dat deze overboord viel.’ Na het bergen van drie doden en vier gewonden laat Tasman schielijk het anker lichten, ‘omdat we niet konden verwachten hier enige vriendschap met dit volk te sluiten.’

Bij dit soort passages wordt de lezer in één keer aan boord van de schepen geplaatst. De gereproduceerde tekeningen uit het journaal dienen als mooie illustraties van deze levendige scènes.