Elfsteden met de kurappusukaatsu

Nicoline van der Sijs: Klein Uitleenwoordenboek. Sdu Uitgevers, 206 blz. € 19,95.

Als je leenwoorden hebt, dan heb je ook uitleenwoorden, moet woordenboekmaakster Nicoline van der Sijs gedacht hebben. Ze heeft nu een woordenboek samengesteld van woorden die andere talen hebben ontleend aan het Nederlands. En passant heeft ze het Nederlands verrijkt met een nieuw woord: uitleenwoordenboek.

Zoals het Nederlands veel woorden heeft overgenomen uit andere talen, zo heeft het ook woorden aan andere talen mogen uitlenen. ‘Apartheid’ is volgens Van der Sijs het meest genoemde voorbeeld, al is dat woord via het Afrikaans en pas na de betekenisverandering die het daar onderging, in allerlei andere talen terecht gekomen, en heeft het Nederlands ‘apart’ ooit van de Romaanse talen geleend.

In het Klein Uitleenwoordenboek worden de omzwervingen van een paar honderd Nederlandse woorden beschreven. ‘Fles’ wordt ‘pelés’ in het Indonesisch, ‘klapschaats’ wordt in het Japans ‘kurappusukaatsu’. Soms verschuift de betekenis: ‘jongen’ wordt in het Russisch ‘junga’, en betekent dan een heel bepaald soort jongen, namelijk een scheepsjongen.

Vaak is het Nederlands een doorgeefluik: het Oud-Nederlands heeft ‘duin’ ooit geleend van het Keltisch, waarin het heuvel betekende. In de Nederlandse betekenis ‘zandheuvel’ is het woord vervolgens door alle omliggende talen overgenomen. Ook gebeurt het dat een uitgeleend woord later, in een andere context, weer door ons wordt teruggeleend. ‘IJsberg’ is een van origine Nederlands woord, dat door het Engels werd overgenomen, daar op gegeven moment gebruikt werd in de uitdrukking ‘the tip of the iceberg’ en die uitdrukking kwam weer als een leenvertaling terug in het Nederlands: ‘het topje van de ijsberg’.

Een andere mogelijkheid is dat niet het woord, maar alleen de betekenis wordt overgenomen. ‘Kraan’ betekende eerst kraanvogel en later hijskraan. Het Frans nam die betekenisverandering over, door hem toe te passen op het eigen woord voor kraanvogel: ‘grue’, dat nu dus ook hijskraan betekent.

Dit woordenboek is anekdotisch en speels van opzet. Het pretendeert geen volledigheid en de benadering is cultuurhistorisch: elk woord krijgt zijn eigen kleine essay. Meestal heeft het uitlenen van woorden te maken met de uitwisseling van voorwerpen en denkbeelden – met handel en cultuur dus. Een enkele keer is er ook een grammaticaal woord van het Nederlands geleend, zoals ‘door’ en ‘ja’, die een plaatsje hebben gekregen in de nog vrij jonge talen van Suriname en de Antillen (Sranan en Papiamento).

Van der Sijs vertelt in het voorwoord dat ze een databank aan het aanleggen is met zoveel mogelijk Nederlandse uitleenwoorden. Ook kondigt ze nu al een publicatie aan, die per vreemde taal zal opsommen welke Nederlandse woorden daarin zijn terechtgekomen. Dat wordt dan een Groot Uitleenwoordenboek.