Eckardstein speelt afgewogen

Concert: Gürzenich-Orchester Köln o.l.v. Markus Stenz m.m.v. Severin von Eckardstein, piano. Gehoord: 17/8 Concertgebouw Amsterdam.

De Duitse pianist Severin von Eckardstein, in 2003 de winnaar van het Koningin Elisabethconcours in Brussel, speelde gisteravond voor de tweede keer in korte tijd in ons land het Vierde pianoconcert van Beethoven. In juni werd hij in Rotterdam begeleid door het Rotterdams Philharmonisch orkest onder leiding van Valery Gergjev. Nu was Severin von Eckardstein in de serie Robeco Zomerconcerten in Amsterdam de briljante solist bij het Gürzenich-Orchester Köln onder leiding van de chef Markus Stenz.

Al was er niet veel verschil te bespeuren in het classicistische en heldere optreden van de solist, de twee uitvoeringen als geheel verschilden fors van elkaar. Bij Gergjev was er een eenheid van opvatting in een uitvoering zonder een zweem van romantiek in veelal voortvarende tempi en vaak opmerkelijk stevig spel van Eckardstein. De begeleiding die Stenz nu bood in het eerste deel was aanmerkelijk zachtaardiger dan Gergjev produceerde, zodat Eckardstein zich krachtig en prominent kon profileren. In het lange slotdeel ontstond evenwicht, terwijl Stenz en zijn orkest daar excelleerden in een gedetailleerd uitgewerkte begeleiding met tal van schakeringen in klank, tempo en dynamiek. Gergjev richtte zich daar meer op de grote lijn.

Voor beide opvattingen valt wat te zeggen bij een solist die zich zo neutraal lijkt op te stellen als Eckardstein. Zijn spel is opmerkelijk gaaf, alles is keurig, afgewogen en technisch perfect beheerst. Maar hij toont ook een soort afstandelijkheid en bevangenheid, hij lijkt meer te spelen voor Beethoven daarboven dan voor het publiek beneden in de zaal. Het is allemaal prachtig, maar het is lang wachten op het magische extra van de Grote Solist, al kwam dat hier wel degelijk even aan het slot van het tweede deel.

Stenz’ aanpak van Beethoven – transparante structuur en sterk en beeldend uitgewerkte details – waren ook kenmerkend voor de door het orkest zeer degelijk gespeelde omlijstende romantische muziek: Mendelssohns ouverture ‘Die Hebriden’ en Schumanns Derde symfonie ‘Rheinische’. De Schotse rotsen en de plechtige Dom van Keulen: je zag ze voor je, al luisterend, als ansichtkaarten.