Dwaaltocht over de Grote Oceaan

De boot van drie vissers raakte in november stuurloos.

Negen maanden dreven de Mexicanen over de oceaan.

Drie Mexicaanse vissers (allen twintigers) vertrokken afgelopen november uit een baai nabij de stad Sinaloa om op haai te vissen. Even buiten de kust begaven de beide motoren van hun 8 meter lange boot het ineens. En tot overmaat van ramp raakte ook de brandstof op. De stroming en wind voerden hen geleidelijk zuidwestelijk, richting Australië. „Elke dag dreven we verder weg uit de kust, een verschrikkelijk moment”, aldus een van de drie mannen, dinsdag tegen de Mexicaanse tv.

„Elke vogel die op onze boot landde, vingen we en aten we op, rauw”, vertelde hij. Verder grepen de mannen voorbij zwemmende vissen en dronken ze regenwater. Regelmatig hadden de mannen drie dagen niets te eten. Een keer leden ze zelfs twee weken honger. „Dan deed je buik wel pijn.” Onbekend is of ze zoals Pi Patel – die in het boek Life of Pi (2002) van Yann Martel een soortgelijke schipbreuk lijdt – zeeschildpadden aten.

Om beurten lazen de mannen elkaar voor uit de bijbel. „We baden de hele tijd, allemaal, samen.” Ze overleefden twee zware stormen waarbij hun kunststoffen bootje veel water maakte en bijna omsloeg. Hoewel de mannen verbrandden in de zon en vermagerden, bleven ze gezond.

Lang waanden de drie zich alleen op zee. Geen schip kwam voorbij. „Maar opeens zagen we schepen passeren en hadden we de andere kant [van de oceaan] bereikt. We waren bij de Japanners en de Chinezen.” Veel oceaanstomers voeren voorbij zonder de vissersboot op te merken. De Taiwanese tonijnvissers zagen het schip echter op hun radar en besloten op inspectie uit te gaan.

Toen de drie gered werden lagen ze diep te slapen. Ze werden pas wakker toen ze de motor van de reddingsloep hoorden. En zelfs toen konden ze het amper geloven. Ondanks de spraakverwarring met de Taiwanezen konden de vissers duidelijk maken waar ze vandaan kwamen. Snel kregen ze wat te eten. De bemanning nam contact met de internationale pers.

Volgens een door het Mexicaanse dagblad Excelsior geraadpleegde professor in de psychiatrie konden de mannen deze tocht alleen overleven, omdat ze een „meer dan sterke geest” hadden. „Dat past ook wel bij het profiel van haaienvissers, jongens die gewend zijn aan gevaar en vaak lang op zee blijven.” Het verbaast niet dat de mannen het voornemen hebben om over twee weken, na terugkomst in Mexico, hun beroep weer op te pakken. „Je blijft toch visser”, zei er een.

Hun familieleden hoorden over de verloren zonen via de media. De meesten hadden de hoop opgegeven de mannen ooit nog levend terug te zien. Op één na. De oma van één van de vissers geloofde als enige dat ze nog leefden, vertelde ze tegen Excelsior. Doña Ángela brandde elke nacht een kaarsje en vroeg de maagd van Guadalupe voor hen te zorgen. „Op een dag komen ze opdagen en zie ik mijn kleinzoon weer”, wist ze.