De wegkruiptrui

Bijna herfst, tijd voor nieuwe mode.

nrc.next onthult de trends, van top tot teen.

Als de herfst net zo koud wordt als de zomer warm was, is dat niet erg, want we mogen ons hullen in de wegkruiptrui. Dat vertelt Aliye van Pijkeren, de bevlogen verkoopster van het cutting edge warenhuis Beljon in Rotterdam. „Voor vrouwen zijn er grote truien, in de kleuren zwart, grijs en taupe. Ze zijn sober, maar van heel lekker zacht materiaal.” Zij raadt truien van het Italiaanse merk I aan – die zijn vrij prijzig, rond de driehonderd euro, maar volgens Van Pijkeren kun je er over drie jaar nog in wegkruipen zonder dat het er a-modisch uitziet.

Nu hoor ik je denken: zie ik er niet uit als een overspannen maatschappelijk werkster uit de jaren tachtig, in zo’n grote, grijze trui? Nee. Want onder die trui moet een ‘strak broekje’, en, voor wie het aandurft, pumps met een flinke hak. Dus van boven knuffelberin, van onderen seksbom.

De truien hebben vaak een brede hals, zodat je er ook wat leuks onder kunt dragen. Van Pijkeren vindt een ‘klassiek bloesje’ er goed onder, en als je wat minder klassiek aangelegd bent, is een strak T-shirt in dezelfde kleur als je trui ook mooi.

Wie een willekeurig modeblad openslaat, ziet daar ook modellen in jurktruien. Een risicovolle onderneming, een jurktrui, want je ziet er al gauw vijf kilo dikker uit dan je eigenlijk bent. „Je moet er géén broek onder dragen”, waarschuwt Van Pijkeren. Zij vindt een legging het mooiste onder zo’n jurktrui. Als je groot bent, gewoon een zwarte, en als je dun of avontuurlijk bent, een gekleurde.

Mannen hebben minder wegkruipmogelijkheden, want zij moeten op de college-toer. Het vest is terug, en dan niet zo’n vest met rits dat je de afgelopen jaren op ongeveer elke man zag, maar een heus omslagvest, het liefst in donkerblauw. Het is even wennen, zo’n ceintuurtje om je middel. Maar volgens Van Pijkeren heeft het niets wufts. Het merk Day maakt erg mooie, en ook Jeroen van Tuyl, een Rotterdamse ontwerper die ook al Parijse aanhang heeft, heeft veel vesten.

Onder zo’n blauw overslagvest kun je een wit overhemd dragen, maar dan moet je er niet óók nog een nette broek onder doen, want dan word je wel een heel erge tutman. Van Pijkeren raadt een baggy spijkerbroek aan. „Het contrast is heel belangrijk.” Bij sommige mensen zit dat contrast trouwens ingebouwd in hun uiterlijk. „Bij ons werkt een jongen met dreads. Hij kan wel een college-vest, een net overhemd én een nette broek aan, want dat is juist leuk, met die dreads erboven.’