De roeping van de LPF

De LPF lijkt vastbesloten strijdend ten onder te gaan. Strijdend tegen elkaar, welteverstaan. De fractievoorzitter Van As vermoedt een coup van partijvoorzitter Snel, in vereniging met oud-fractievoorzitter Herben. Hij treedt af en voegt zich bij de eerder afgescheiden fractiegenoot Nawijn. Voor het reces verliet Kamerlid Kraneveldt al de fractie en de Kamer, om zich als lid van de PvdA te melden. Haar opvolger Van Oudenallen is nooit tot de LPF-fractie toegelaten, en heeft niettemin haar zetel ingenomen. Binnen de fractie dromen Eerdmans en Hermans van een toekomst in een andere partij. De LPF-fractie roept het beeld op van een planetarium gevuld met kleine ijsdwergen die allen in een donkere uithoek van het zonnestelsel hun eigen baan vervolgen. Het zou komisch zijn als het hierbij niet ging om een democratisch gekozen partij in de Tweede Kamer. De kiezers die zich hebben laten verleiden tot het uitbrengen van hun stem op deze beroepsruziemakers, zijn bedrogen uitgekomen. Dit valt de LPF aan te rekenen want het toch al geringe vertrouwen van veel burgers in de politiek wordt door deze gang van zaken verder geschaad.

Onbedoeld levert de teloorgang van de LPF, die structureel op nul zetels staat in de peilingen, een bewijs dat de rol van klassieke partijen voorlopig niet is uitgespeeld. De politieke partij is als institutie al vele malen dood verklaard. En natuurlijk staat de legitimatie van partijen bijvoorbeeld door teruglopende ledentallen onder druk. Maar een betere manier om de stem van burgers te laten doorklinken op plaatsen waar beslist wordt over bijvoorbeeld de verdeling van schaarse middelen, is nog niet voor handen. In ieder geval toont het voorbeeld van de LPF aan dat politiek alleen kan functioneren als mensen bereid zijn het eigen belang in voorkomende gevallen ondergeschikt te maken aan een algemener belang. Niettegenstaande de mogelijke kritiek op de soms gebrekkige interne democratische procedures, hebben politieke partijen nog steeds een functie als organen die op min of meer geordende wijze belangentegenstellingen kunnen beslechten en aspiraties van burgers bundelen.

Wat dat betreft zou het ontstaan van een fatsoenlijke rechts-conservatieve politieke partij voor de komende verkiezingen uitkomst bieden. De vooruitzichten daarop zijn echter niet rooskleurig. De Partij voor de Vrijheid, van het Kamerlid Wilders, scoort laag in de peilingen. Bovendien kampt die partij nu al met een afsplitsing. De eenpersoons conservatieve denktank Spruyt liet gisteren weten bij nader inzien niet verkiesbaar te zijn voor die partij. En in Rotterdam worstelt Pastors, de voorman van Leefbaar Rotterdam, nog altijd met het oprichten van zijn landelijke partij.

De grotere politieke partijen nemen geen risico met al te afwijkende standpunten. Dat bleek alvast uit het gisteren gepresenteerde conceptprogram van het CDA. De aantrekkingskracht van het politieke midden, waar de meeste stemmenwinst valt te behalen, is voor die partijen te groot. Hier had een partij als de LPF een functie kunnen hebben. De stembusrevolte van 2002 heeft uitgewezen tot welke spanningen het kan leiden wanneer grote groepen burgers zich niet gerepresenteerd voelen binnen de parlementaire democratie.