Brahms + Liszt + Schumann + Berlioz

Bart van Lierde: Een sprong naar de hemel. Van Gennep, 432 blz. € 18,90

Plak de biografieën van een aantal componisten uit de eerste helft van de 19de eeuw aan elkaar, schuif een beetje met de personages, laat hen plagiaat, incest en overspel plegen, en voor je het weet heb je een kassucces à la Dan Brown.

Zo moet Bart van Lierde (1974) hebben geredeneerd toen hij na zijn in Vlaanderen bejubelde debuut Violist van de duivel (2004) zijn tweede ‘muziekroman’ Een sprong naar de hemel bedacht. Hij schetst in dit boek een 19de-eeuws Hamburgs gezin waarin drie muzikale wonderkinderen elkaar beconcurreren. De broers Hector en Felix Nissen zijn gemodelleerd naar Hector Berlioz en Johannes Brahms, hun zusje Fanny naar de componerende zus van Felix Mendelssohn.

Bart van Lierde studeerde zang aan het conservatorium van Brussel en gebruikt zijn kennis van 19de-eeuwse componisten voor vreemdsoortige literaire collages die slechts in schijn historische romans zijn. In Violist van de duivel figureert een musicus met het uiterlijk van Paganini en de levensloop van Liszt. Felix Nissen uit Een sprong naar de hemel speelt evenals Brahms (wiens moeder Nissen heette) als jongen piano in bars en bordelen en wordt ontdekt door een impresario die hem veel geld biedt voor een tournee door Amerika. Zijn pianoleraar verijdelt dat plan en zorgt ervoor dat hij gratis les krijgt van een beroemde docent. Van Lierde laat Felix Nissen in Leipzig die gratis lessen krijgen van Carl Friedrich Zelter, in het echt docent van Felix en Fanny Mendelssohn, maar in de roman gedeeltelijk gebaseerd op de figuur van Robert Schumann. Felix verwekt een kind bij Zelters echtgenote, die net zo als mevrouw Schumann Clara heet en een begenadigd componiste is.

Voor Van Lierde is de historische werkelijkheid blijkbaar niet dramatisch genoeg. Niet alleen laat hij Felix zijn moeder en zusje Fanny misbruiken, hij schuift hem ook meervoudig plagiaat en moord in de schoenen.

Ongetwijfeld is de roman bedoeld als een zoveelste variant op het Kaïn en Abel- of het Jacob en Esau-verhaal. De broers Hector en Felix beconcurreren elkaar op leven en dood. Hector verliest aanvankelijk en wordt, net als Berlioz, naar Parijs gestuurd om er geneeskunde te studeren. Tegen de wens van zijn ouders kiest hij voor het conservatorium. Hector dingt mee naar de Prix de Rome, geholpen door het onooglijke homoseksuele joods bankierszoontje Jacob Mendel die hem vervolgens op een uitermate smerige wijze misbruikt. Niettemin slaagt Hector erin Parijs te veroveren met zijn Symfonie d’Amour, opgedragen aan zijn verloofde Harriet – precies zoals Berlioz deed met zijn Symfonie Fantastique voor zijn geliefde die ook Harriet heette. In de roman herkent Felix in Harriet de hoer met wie hij als jongen optrad in bordelen. Als ultieme wraak op zijn broer die hem in muzikaal opzicht overtreft vermoordt hij Harriet op een manier die iedere verbeelding tart.

Het probleem waar Felix mee worstelt, is dat hij niet over eigen creativiteit beschikt. Hij kan alleen componeren door te plagiëren. Dat heeft hij gemeen met zijn twee leermeesters: Cossel laat zijn werken componeren door Felix’ zus Fanny en Zelter gebruikt er zijn echtgenote Clara voor.

Van Lierde schetst in zijn romans een van jaloezie en machtshonger doordrenkte wereld waarin iedereen elkaar bedriegt, afperst en misbruikt. Ook zijn verwarde roman Luister niet naar Robert Blake (2005) – losjes gebaseerd op Shakespeare’s Othello – over een Noord-Amerikaanse oplichter die zich voor arts uitgeeft, behandelt dat thema.

Ergerlijk is dat hij geen kans ziet zijn verhalen aannemelijk te maken of om een boeiende interpretatie te geven van de historische werkelijkheid. Als historische roman is Een sprong naar de hemel alleen al mislukt omdat er geen overtuigend tijdsbeeld in wordt geschetst. De poging tot archaïsch taalgebruik waarmee bijvoorbeeld Thomas Rosenboom een grote mate van authenticiteit weet op te roepen – mondt uit in potsierlijke formuleringen zoals een maaltijd die ‘zwijgzaam genuttigd’ wordt.

Irritanter dan de onbeholpen stijl en het bizarre toeval waartoe de auteur zijn toevlucht neemt is het evidente gebrek aan creativiteit van Van Lierde, een tekort dat hij projecteert op zijn personages.