Beelden vertellen niet hele verhaal

In 1942 begon de Britse luchtmacht, later samen met de VS, een reeks zware, systematische bombardementen op Duitse steden om te verhinderen dat nazi-Duitsland de oorlog zou winnen. Strategen aan geallieerde zijde hadden besloten dat bombarderen hét middel was om de fascistische oorlogsmachine tot staan te brengen. Live-beelden zouden het tv-publiek de rillingen hebben bezorgd: burgers kwamen bij tienduizenden om het leven. Als de huidige technologie er toen was geweest, zouden de inwoners van Groot-Brittannië en de VS dan stopzetting van de bombardementen hebben geëist? Zou de tv Hitler aan de zege hebben geholpen?

En als wij nu eens wel beelden van de bombardementen op Berlijn, Keulen en Dresden hadden gezien, maar niet van Auschwitz?

De macht van het beeld over het publieke debat maakt de verleiding om de media te manipuleren heel groot. Het kan de overwinning schenken aan de partij die in een woonwijk zijn wapens opstelt en afvuurt, en vervolgens de media vraagt te komen kijken naar het bloedbad dat door aanvallen op die wapens is veroorzaakt. Ook straft het de partij die investeert in schuilkelders en burgerbescherming.

Menselijk leed lokt televisiecamera’s aan. Diezelfde camera’s kunnen echter geen goed beeld geven van ideologische allianties, politieke scenario’s en de eigenlijke oogmerken van de strijdende partijen. Live-televisie zou ons het bloedbad in Guernica tijdens de Spaanse Burgeroorlog hebben laten zien. Ze had veel minder makkelijk de betrokkenheid van de nazi’s bij dat bloedbad kunnen tonen, en bij de catastrofe die de wereld overkwam toen Duitsland en Italië de gelegenheid kregen om Spanje als oefenterrein te gebruiken. Wanneer de televisie een moeder laat zien die huilt om haar kind, wie kan er dan staande houden dat een vreselijke oorlog soms een nog vreselijker oorlog kan voorkomen?

Vroeger spraken onderzoekers wel van het ‘CNN-effect’. Dat was toen CNN het monopolie had op live-televisiebeelden van het oorlogsfront. Dat effect was de macht van emotionele televisiebeelden om beleidsmakers te dwingen, om een golf van publieke opinie op te wekken die uitliep op sussend beleid. Een merknaam heeft dat effect niet meer, maar krachtig is het nog altijd.

Helaas schudt leed op de televisie niet alleen de pacifist in ons wakker; het zet velen er ook toe aan om ten strijde te trekken en te doden. En het wekt een storm van verontwaardiging, die handige politici gemakkelijk kunnen manipuleren -- wat de Iraanse president Ahmadinejad eerbiedig ,,de heilige haat’’ noemt.

Om oorlog goed te begrijpen en oplossingen te vinden zijn televisiebeelden alleen niet voldoende. Ze maken indringend duidelijk wat de prijs van de oorlog is in menselijk leed, een realiteit die geen taal nodig heeft. Maar juist omdat die beelden zo indringend zijn, kunnen ze nooit het hele verhaal vertellen.

Frida Ghitis, een voormalig CNN-producer en -correspondent, is auteur van ‘The end of revolution: a changing world in the age of live television’.