Al mijn scheppen is voor God

De Duits-Russische componiste Sofia Goebaidoelina is composer-in-residence op de internationale Summer Academy van het Nationaal Jeugd Orkest. Twee dagen met orkest en componiste in Schleswig-Holstein.

Een landelijk gelegen kasteel in Noord-Duitsland. Uit open ramen klinkt muziek: een eenzame klarinet oefent Brahms, elders klinkt onbestemd koper, een piano speelt wat verdwaalde vogels uit Messiaens Des canyons aux étoiles. De Summer Academy van het Nationaal Jeugdorkest (NJO), een soort zomerschool voor getalenteerde conservatoriumstudenten van over de hele wereld, is neergestreken in Kulturzentrum Salzau. Ooit bezit van de plaatselijke adel, doet het kasteel nu dienst als uitstekend geoutilleerd repetitiecentrum van het Schleswig-Holstein Musikfestival.

Dinsdagavond. Twee fagottisten, een Nederlands meisje en een Amerikaanse jongen, repeteren de Duo Sonata van Goebaidoelina. De Amerikaan beschikt over een verbluffende techniek, hij heeft duidelijk hard gestudeerd en hij heeft ervaring met moderne muziek. Zij heeft een prachtige toon, maar worstelt nog wat met de avant-gardistische speeltechnieken. Beiden spelen voor het eerst een stuk van Goebaidoelina. De volgende dag zal de componiste bij hun repetitie aanwezig zijn, overmorgen is het concert, maar nu richten de musici zich nog vooral op technische zaken: hoe de juiste stofzuigerachtige dubbeltonen uit de fagot te krijgen? Hoe die twee schijnbaar onsamenhangende ritmes te combineren?

Het fascinerende aan Goebaidoelina’s muziek is de combinatie van extreme klankvrijheid en uiterst gebalanceerde vorm. Natuurlijk, elke componist moet een balans vinden tussen het vrije, intuïtieve en de bewuste, intellectuele constructie. Bij weinigen zijn beide aspecten tegelijk zo duidelijk aanwezig en toch zo vanzelfsprekend met elkaar geïntegreerd. De klinkende ‘oppervlakte’ lijkt soms volledig geïmproviseerd (en is dat soms ook daadwerkelijk), vol klanken die lijken te worden uitgevonden waar je bij zit, terwijl de muziek op grotere schaal een doordachte voortgang vertoont die even onverbiddelijk is als natuurlijk. Elke verandering van klank, structuur of sfeer, hoe ingrijpend of subtiel ook, lijkt precies op het juiste moment te komen.

In die spanning tussen intuïtie en intellect ziet Goebaidoelina het wezen van de kunst. „Ik ben eigenlijk meer intuïtief dan intellectueel ingesteld”, vertelt ze een dag later in de auto tussen haar huis in de buurt van Hamburg en de repetitielocatie. „Maar in de kunst, échte kunst, is het intuïtieve niet genoeg. Daar is begrenzing door het intellect noodzakelijk.”

Goebaidoelina werd in 1931 geboren in Kazan, de hoofdstad van Tatarstan. Op het conservatorium van Moskou kreeg ze van de eindexamencommissie te horen dat ze de ‘verkeerde weg’ was ingeslagen. Lees: dat ze niet in de voorgeschreven ‘sovjetrealistische’ stijl componeerde. Ze trok zich er weinig van aan, gesteund door een opmerking van de voorzitter van diezelfde commissie. Onder vier ogen vertrouwde hij haar toe dat ze toch vooral op die foute weg door moest gaan. Het was niemand minder dan Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975), destijds de belangrijkste nog levende Russische componist die zijn vaderland niet ontvlucht was. Het NJO speelt naast Goebaidoelina’s Stimmen … Verstummen zijn Vijftiende symfonie.

Ze lacht minzaam als ze aan het verhaal wordt herinnerd: „Ik vond het eigenlijk lachwekkend. Wat vreesden ze van mij? Ik had alleen maar een stukje muziek geschreven. Zou de stad erdoor instorten?” Ze vervolgt indringend: „Maar het was natuurlijk een symptoom van een veel dieper liggend probleem. Er werd geen enkele vrijheid toegestaan; elk initiatief van de bevolking werd onderdrukt. En zonder initiatief kan een land niet bestaan, laat staan de kunst. Ik denk dat Sjostakovitsj dat bijzonder goed begreep.”

De ‘verkeerde weg’,

waarlangs Goebaidoelina uiteindelijk zou uitgroeien tot één van de meest oorspronkelijke componisten van deze tijd, was er een van onderzoek, van het hervinden van vrijheid en onbevangenheid in de omgang met klank. „Ik heb altijd geprobeerd zo diep mogelijk in de klank, in het binnenste van de klank door te dringen”, legt ze uit.

Een belangrijke rol was hierin weggelegd voor de improvisatie. Met twee collega-componisten vormde ze jarenlang het improvisatie-ensemble Astreja. „We speelden bij voorkeur op instrumenten die we niet beheersten”, zegt ze. „Viool, piano en andere bekende instrumenten waren taboe. Het moest zijn alsof we in een voor-cultureel stadium verkeerden; als wilden. Alleen zo konden we iets oorspronkelijks maken. Geen techniek, alleen klank. Die oorspronkelijkheid is heel belangrijk voor mij.”

Woensdagmiddag. Dirigent Reinbert de Leeuw werkt met een kamermuziekensemble aan Am Rande des Abgrunds, een zeer recent werk van Goebaidoelina. Gretig neemt De Leeuw de compositie, die nieuw voor hem is, tijdens het dirigeren in zich op. Zijn enthousiasme verraadt een onstilbare honger naar nieuwe muziek. Zijn bewondering en respect voor componisten als Goebaidoelina is groot. Omgekeerd zien componisten in hem de ideale interpreet. Het is dus niet verbazend dat, zoals NJO-directeur Arthur van Dijk zegt, „het gewoon niet in componisten opkomt om ‘nee’ te zeggen als Reinbert ze uitnodigt.”

Al sinds hij de partituur zag, loopt De Leeuw rond met de vraag wat toch die twee ‘aquafoons’ zijn die Goebaidoelina in Am Rande des Abgrunds voorschrijft, naast zeven celli. De componiste zelf tovert ze uiteindelijk tevoorschijn: twee ronde instrumenten met opstaande stalen pinnen die met een strijkstok worden aangestreken. Het binnenste is gevuld met water, zodat door het instrument te bewegen de resonantiefrequentie kan worden gevarieerd. Als de instrumenten na een lyrische cellopassage eindelijk inzetten (één ervan bespeeld door Goebaidoelina zelf), lijkt een ware betovering door te breken. De onbestemd glazig galmende klank van de aquafoons contrasteert onwerelds met de geconcentreerde lyriek van de celli.

De percussionist die het instrument van Goebaidoelina overneemt weet zich er niet meteen raad mee. Zijn partij zegt alleen wanneer hij moet spelen, en hoe lang. Er staat niet precies wát hij moet doen. „Luisteren”, zegt De Leeuw. „Mann muß etwas schönes machen”, voegt Goebaidoelina glimlachend toe.

De christelijke identiteit van Goebaidoelina speelt in al haar muziek een belangrijke rol. Vaak openlijk (ze brak internationaal door met het vioolconcert Offertorium), soms haast obsessief, maar zoals bij veel componisten uit de voormalige Sovjet-Unie vaak ook versleuteld in symbolen en verborgen programma’s. Het belang dat ze hecht aan een bewust gebruik van de stilte versterkt het gewijde karakter van veel van haar werken (Stimmen … Verstummen bevat zelfs een ‘solo voor dirigent’). „Het geloof is een enorme steun”, vertelt ze. „Dat al mijn scheppen voor God is, geeft het in eerste instantie zin.”

Ze voelt dan ook een sterke verwantschap met Olivier Messiaen (1908-1992), de devoot katholieke componist wiens Des canyons aux étoiles deze zomer ook door het NJO wordt gespeeld. Is het wel een logische combinatie, de heftige muziek van Messiaen, met zijn tot apocalyptische proporties opgeblazen vogelgeluiden, en de soms eveneens heftige, maar vaak toch veel fragielere muziek van Goebaidoelina? „Ik weet het niet”, zegt ze. „Het is goed als er contrasten zijn. Maar op het gebied van geloof is er geen bijzonder contrast. We komen beiden uit de christelijke traditie. We zullen zien.”

Woensdag,

eind van de middag. Het fagotduo maakt lichtelijk nerveus zijn opwachting bij Goebaidoelina. Dat de twee intussen nog hard gestudeerd hebben is te merken: het duet klinkt fenomenaal. Het samenspel is ritmisch verfijnd, de multiphonics zijn vlekkeloos, en de technische beheersing maakt ook een diepe expressiviteit mogelijk. In een dag is uit twee individuen één duo ontstaan. Ook Goebaidoelina is verrukt. „Großartig!”, is het enige dat ze na een lange stilte uitbrengt. Ze kwam om met de musici te repeteren, maar in dit geval was zelfs haar aanwezigheid al genoeg om hen boven zichzelf te laten uitstijgen. Ze heeft slechts een paar kleinigheden op te merken. Hier wat meer pianissimo, daar wat agressiever. Maar het belangrijkste: „Die passage daar, dat is een gebed.”

NJO Summer Academy o.l.v. Reinbert de Leeuw. Sjostakovitsj, ‘Symfonie no. 15’ en Goebaidoelina, ‘Stimmen... Verstummen’: 19/8 Nijmegen, 20/8 Apeldoorn, 21/8 Amsterdam. Messiaen, ‘Des canyons aux étoiles’: 24/8 Veere, 27/8 Edinburgh. Kamermuziekconcert met o.a. werk van Goebaidoelina: 22/8 Veere. Voor alle concerten, zie www.njo.nl en www.geldersemuziekzomer.nl.