Zorgde voor 125.000 woningen per jaar

Als minister tijdens de woningnood van eind jaren zestig, bouwde Willem Schut huizen. Hij introduceerde ook de huursubsidie.

Oud-minister Willem Schut is gisteren op 85-jarige leeftijd overleden. Hij was van 1967 tot 1971 minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het kabinet-De Jong, voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), een partij die later opging in het CDA.

Schut werd geboren in 1920, als zoon van een Amsterdamse advocaat. Hij studeerde van 1937 tot 1942 civiele techniek aan de toenmalige Technische Hogeschool Delft. Voor zijn ministerschap maakte Schut naam als enthousiast stedenbouwkundige. Zo speelde hij een belangrijke rol bij de uitbreiding van Zoetermeer. Overigens droeg hij ook na zijn ministerschap bij aan de ontwikkeling van Zoetermeer tot satellietstad.

De ARP vroeg Schut in 1967 voor de ministerspost, nadat de latere CDA-fractievoorzitter Willem Aantjes zich op het laatste moment had teruggetrokken. Onder Schut werd de huurliberalisatie ingevoerd en, in 1970, de individuele huursubsidie. Ook probeerde hij een huurbelasting te introduceren, maar dat wetsvoorstel werd in overgrote meerderheid door de Eerste Kamer verworpen.

Als minister had Schut regelmatig felle debatten met onder anderen Tweede Kamerlid Hans van den Doel (PvdA), die vond dat er veel meer woningen gebouwd moesten worden. De woningnood gold eind jaren zestig nog als „volksvijand nummer één”. Onder verantwoordelijkheid van minister Schut werden jaarlijks ongeveer 125.000 nieuwe woningen gebouwd. In 1981 werd Schut door de Bond van Nederlandse Architecten onderscheiden met de zogeheten BNA-kubus voor de manier waarop hij als minister had bijgedragen aan de experimentele woningbouw.

Schut was als minister tevens verantwoordelijk voor de aanzet tot nieuw beleid voor de ruimtelijke inrichting van Nederland, neergelegd in de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening, waarin vorm werd gegeven aan het fenomeen van de groeikernen. Verder was hij onder meer betrokken bij de plannen om het noorden van het land te ontwikkelen, waarvoor onder meer nieuwe wegen nodig waren.

In de ministerraad werd Schut gewaardeerd om zijn relativerende humor.