Vissers overleven oceaantocht

Drie Mexicaanse vissers hebben negen maanden 8.000 kilometer over de Grote Oceaan gedobberd nadat hun boot stuurloos was geworden. De mannen waren in november de haven van Sinaloa uitgevaren om op haai te vissen toen beide motoren van hun 8 meter lange boot het ineens begaven. De stroming en wind voerden hen zuidwestelijk, richting Australië. Op 9 augustus werden ze opgepikt door een Taiwanese tonijntreiler, ergens tussen de Marshall Eilanden en Kiribati.

„Elke vogel die op onze boot belandde, vingen we en aten we op, rauw”, vertelde een van de vissers, dinsdag aan de Mexicaanse tv. Verder grepen de mannen voorbij zwemmende vissen en dronken ze regenwater. Onbekend is of ze net zoals Pi Patel – die in de bestseller Life of Pi (2002) van Yann Martel een soortgelijke schipbreuk lijdt – ook zeeschildpadden aten.

Om beurten lazen de mannen voor uit de bijbel. Ze overleefden ook twee zware stormen waarbij hun kunststoffen bootje veel water maakte en bijna omsloeg.

Lang waanden de drie zich alleen op zee. „Opeens zagen we schepen passeren en hadden we de andere kant [van de oceaan] bereikt.” Veel oceaanstomers voeren echter voorbij zonder de vissersboot op te merken.

Toen de drie gered werden lagen ze diep te slapen en werden pas wakker toen ze de motor van de reddingsloep hoorden. Ondanks de spraakverwarring met de bemanning konden de vissers duidelijk maken waar ze vandaan kwamen. Hun familieleden vernamen vervolgens via de pers dat de drie nog leefden. (AP, BBC)