Vinkenoog schittert in stuk Spinvis

Muziektheater: De suikerklok van Spinvis. Festival De Parade.

Met zijn kosmisch extatische poëzie is Simon Vinkenoog overal inzetbaar. Op een poëzieavond, in de kroeg, op een poppodium of in een theatertent. De 78-jarige beat poet brengt deze week samen met popzanger Spinvis het programma Ja! op de festivals Lowlands en Noorderzon. Dit weekeinde stond hij in Amsterdam kort op festival De Parade in Spinvis’ nieuwe mini-rockopera De suikerklok. Een duidelijke rol had hij niet, maar zijn poëzie is van dien aard en zijn optreden heeft zo’n theatrale kracht, dat hij er toch prima inpaste.

In mei maakte Spinvis (Erik de Jong, 1960) zijn eerste muziektheaterstuk De vaandragers. Vlak daarop heeft hij met zijn eigen band De suikerklok gemaakt. Die voorstelling heeft alles van een tussendoortje. Volgens Spinvis is het gebaseerd op een roman van de „Portugese schrijver Michael Magio”, maar dat lijkt een mystificatie.

Op videoschermen zien we beelden van landschappen, doorsneden met collages van archiefbeelden. Met een voice-over vertelt de zanger dat hij op reis gaat, op zoek naar ‘de suikerklok’. Hij komt vreemde types tegen in een postapocalyptische droomwereld. Een man die wild met een stok om zich heenslaat (Vinkenoog). Een meisje met een gek geworden vader in djellaba, die als goochelaar zijn eigen vrouw doorzaagde. En de Zwarte Flamingo (trompet spelende acteur Hans Dagelet), die weet dat de suikerklok niet bestaat.

Gelukkig voor Spinvis ging het niet om het doel, maar om de reis zelf, die vooral symbolisch was bedoeld. Die symboliek is echter nogal vaag en clichématig, en de taal steekt schraal af bij die van Spinvis’ liedpoëzie. Mede daardoor stelt de voorstelling theatraal gezien teleur. Beschouwd als een mooi aangekleed mini-theaterconcert rond vier reeds bestaande liederen, is het echter wel geslaagd. Het ensemble speelt op indrukwekkende wijze Astronaut, In de staat van narcose, Aan de oevers van de tijd en Flamingo.

Een gunstige uitzondering op de tegenvallende reis is de passage waarin Spinvis aankomt bij een rivier waarin zijn herinneringen drijven. Hier is zijn proza gelijkwaardig aan de liedjes. Zoals meer van zijn liederen is het bijbehorende Aan de oevers van de tijd een collage van flarden onbestemde beelden van vroeger. Op het videoscherm Super 8-opnames van een gezin op vakantie in de jaren zestig. Doodgewone beelden die door het patina en de begeleidende tekst toch een dramatische, melancholische lading krijgen. Is dit de jonge Erik, het spin-guppie?

En dan is daar Simon Vinkenoog, die als een ineengedoken gier naar voren schuift, de broek opgetrokken tot zijn ribben, en met een jaren vijftig-kraak zijn grote woorden proclameert: „Helios! Ik ben die ik ben! Quick Quick Slow! Amsterdam! De Parade !”