‘Veroordeling pensionmoord was onterecht’

Een pensionhoudster uit Anjum is in 1998 op onterechte gronden veroordeeld tot zes jaar en tbs voor de moord op twee mannen. Zowel de rechtbank in Leeuwarden als het hof hechtte te veel waarde aan twee onbetrouwbare getuigenverklaringen.

Dit concludeert rechtspsycholoog Peter van Koppen, die met onderzoekers van de Universiteit Maastricht rechterlijke dwalingen onderzoekt in het Project Gerede Twijfel. Zijn artikel ‘Anatomie van een dubieuze veroordeling’ verschijnt morgen in het Nederlands Juristenblad. Het Leeuwarder gerechtshof legde Marianne van der E. acht jaar geleden zes jaar plus tbs op voor moord op haar kostganger Louw de Jong (26) en haar „bodyguard” Hermanus Sonnemans (38). Beide lijken werden op 23 december 1997 aangetroffen op het terrein van het pension. De terbeschikkingstelling van Van der E., die altijd is blijven ontkennen, werd dit jaar met twee jaar verlengd.

Van Koppen deed een jaar onderzoek naar de zaak en concludeert dat de bewijsvoering op belangrijke punten niet klopt. Rechtbank en hof hechtten in zijn ogen te veel waarde aan verklaringen van twee getuigen, houthandelaar Ernst B., een „vage kennis’’ van de veroordeelde, en van Pieke H. Volgens Van Koppen legden zij tegenstrijdige en op een aantal punten onjuist verklaringen af.

Het hof geloofde de verhalen van beide getuigen „tegen beter in”, zegt hij, omdat Van der E.’s verhaal ongeloofwaardig werd gevonden. De dubieuze bewijsvoering betekent overigens niet dat de veroordeelde onschuldig is, beklemtoont Van Koppen. „Ze kan van de moorden hebben geweten of ze hebben gefaciliteerd. Ze is geen blanke ziel en heeft over veel punten gelogen, maar dat betekent niet dat ze schuldig is.”

Van der E. ontkende bijvoorbeeld dat ze op de hoogte was van een hennepkwekerij in een schuur bij het pension. Van Koppen acht dit ongeloofwaardig. De hennepkwekerij kan een rol bij de moorden hebben gespeeld, vermoedt hij. Beide slachtoffers kunnen zijn omgebracht omdat het risico bestond dat ze loslippig zouden worden.

De komende maanden analyseert Van Koppen de zaak verder, door gesprekken met Van der E. en dossieronderzoek. Als daarna duidelijk is dat ze onschuldig is, moet de commissie-Posthumus, die gerechterlijke dwalingen onderzoekt, de zaak behandelen, vindt hij.