Tijd van matiging is voorbij

De vakbeweging ziet door de aantrekkende economie ruimte voor hogere looneisen dan in vorige jaren. Het kabinet maant tot voorzichtigheid.

Den Haag, 17 aug. - Twee jaar lang hield de vakbeweging zich aan de afspraak over loonmatiging die met het kabinet was gemaakt. FNV en CNV stelden in 2004 beide een maximale looneis van 1,25 procent. Dat compenseerde nét de stijging van de consumentenprijzen. In 2005 lag de maximale looneis op 2 procent, niet meer dan een fractie (0,3 procent) hoger dan de inflatie.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekende begin deze week dat dit verregaande gevolgen heeft gehad voor het budget dat huishoudens konden besteden. Vier jaar achtereen daalde het zogenoemde reële beschikbaar inkomen. Vorig jaar met 0,7 procent. Dat kwam doordat de belastingen en premies sneller stegen dan het kunstmatig getemperde inkomen.

Het contrast met de gunstige economische cijfers van de afgelopen tijd is groot. De economie is in het eerste halfjaar van 2006 flink aangetrokken, de winsten in het bedrijfsleven zijn gestegen, de arbeidsproductiviteit is hoger, bedrijven investeren weer, burgers consumeren meer, het aantal vacatures groeit, de werkloosheid loopt terug.

De vakbeweging ziet in dit alles aanleiding om de looneisen op te schroeven. Traditioneel presenteren de vakcentrales hun arbeidsvoorwaardenbeleid, inclusief looneisen, rond prinsjesdag. Op basis van de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau (CPB) stellen ze dan hun definitieve eisen vast. De vakcentrales benadrukken dan ook dat de cijfers die zij nu noemen voorlopig zijn, en op een later tijdstip nog bijgesteld kunnen worden als de CPB-ramingen daartoe aanleiding geven.

De FNV wil pas in september uitsluitsel geven over de hoogte van de looneis, maar stelt vooruitlopend daarop „dat er dit jaar waarschijnlijk meer in het vat zit dan andere jaren”.

CNV en MHP hebben al wel mogelijke percentages naar buiten gebracht. De christelijke vakcentrale CNV denkt aan een loonstijging van 1 procent bovenop de inflatie, die momenteel zo’n 1,5 procent bedraagt. De vakcentrale voor het middelbaar en hoger personeel, die een andere berekeningsmethodiek hanteert, ziet een loonruimte van 3 procent. Na aftrek van de inflatie komt dat neer op een inkomensverbetering van 1,5 procent.

Premier Balkenende en minister Zalm (Financiën) hebben de vakbeweging gemaand tot voorzichtigheid. Zalm zei vorige week vrijdag, na afloop van de ministerraad: „Een van de redenen dat het nu beter gaat, is de loonmatiging van de laatste jaren door de discipline van de vakbonden. Laten we hopen dat het zo blijft. Anders is het snel over.”

CNV-voorzitter René Paas reageerde ’s avonds op zijn weblog: „Er wordt weer goed geld verdiend in Nederland. En dan kan het ook een beetje ruimer. De inflatie corrigeren en een procentje erbij. Maar er is altijd wel een werkgeversvertegenwoordiger of een minister bereid te zeggen dat onze loonvraag een bom legt onder het economische herstel.”

Wat ook een rol speelt, is dat de vakbonden zich ergeren aan de ‘feestbegroting’ die het kabinet volgens hen aan het voorbereiden is. „De bewindslieden doen het voorkomen alsof alleen zij over de loonstijging gaan”, zegt een woordvoerder van het CNV.

CNV-voorzitter Paas zegt het op zijn weblog zo: „Jazeker, wij zijn wel voorzichtig. En we hopen hetzelfde van het kabinet. Ik gun iedereen zijn lastenverlichting, maar ben ook altijd bereid om voor te rekenen hoeveel miljard belastinggeld het kabinet steekt in de verkiezingscampagne!”