Sovjet-kernbommen op Apeldoorn

In Polen is een deel van het Warschaupact-archief open.

Daar liggen de plannen voor de aanval op West-Europa, als het in de Koude Oorlog uit de hand zou zijn gelopen.

Het is een kolossale landkaart, van drie bij drie meter. Europa, 1970. Rode pijlen lopen van oost naar west: Poolse troepen die Duitsland onder de voet lopen. Op Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Apeldoorn en Zwolle zijn rode bommen getekend. Kernbommen.

„Geen grote, zoals in Hiroshima en Nagasaki, maar kleine tactische bommen”, licht historicus Jerzy Eisler toe. „Niet dat het veel uitmaakt. Minder erge atoombommen bestaan niet.”

De kaart komt uit de archiefdoos van het Warschaupact, het in 1991 opgeheven militaire verbond van communistische landen in Oost-Europa, en behandelt de Poolse bijdrage aan een massale aanval op West-Europa. Op het document, dat jarenlang topgeheim was, staat de handtekening van generaal Wojciech Jaruzelski, toen minister van Defensie, later de sterke man van het regime.

Polen stelt op dit moment, als eerste oud-lid van het Warschaupact, zijn deel van het over verschillende landen verspreide archief beschikbaar aan historici. Eigenlijk is dat niet de bedoeling. In 1991 werd zwart op wit afgesproken dat de archieven geheim moesten blijven. „Maar er werd niet bij gezet hoe lang”, zegt Eisler. „Dat is raar. Archieven kunnen niet voor eeuwig dicht blijven.”

Dat vond ook de vorig jaar aangetreden regering in Warschau. Het stokpaardje van de anticommunistische machthebbers is de definitieve afrekening met het oude regime en zijn erfgenaam, de huidige sociaaldemocratische oppositie. Om het publiek nog eens flink in te prenten dat ook oud-communisten verraders zijn, mochten de archieven open.

De stukken zouden ook licht kunnen werpen op de gebeurtenissen van 1981, toen vakbond Solidariteit met harde hand werd opgerold door partijleider Jaruzelski. De generaal heeft altijd gezegd dat hij wel moest optreden, omdat de Sovjet-Unie Polen anders zou binnenvallen. Is dat waar? Eisler tempert de verwachtingen: „We weten het pas zeker als de archieven in Moskou óók open gaan.”

In Warschau liggen 1.700 klappers, met memo’s en verslagen en ook met andere kaarten, met andere aanvalsvarianten. „Maar de reuzenkaart uit 1970 is zonder twijfel het topstuk”, zegt historicus Pawel Piotrowski. „Het is bijna een kunstwerk”, zegt Eisler. „De kaart ziet er prachtig uit.”

Oorlogskunst. Volgens de kaart moeten de Poolse troepen na zeven dagen de Rijn bereiken. De Poolse aanval loopt door het noorden van Duitsland. Ook daar vallen atoombommen. Al snel splitst de aanval zich op, richting Denemarken en richting Nederland. Op de derde dag (‘D3’ op de kaart) bereiken Poolse pantserdivisies de Nederlandse grens. Ze gaan de grens over bij Winschoten, Ter Apel en Vriezenveen. Op de kaart staan de blauwgekleurde NAVO-troepen, onze jongens, stil. Op D6 wordt Amsterdam bereikt.

De confrontatie met het Westen zou hoe dan ook een atoomoorlog worden. En, zo redeneerde het Warschaupact, die kun je maar beter als eerste voeren. Daarom draait alles in het aanvalsplan om snelheid en excessief geweld. De troepen werden geacht minstens 90 kilometer per etmaal af te leggen, wat volgens Piotrowski zelfs voor een Blitzkrieg een hoog tempo is. Snelheid was volgens de historicus ook geboden omdat de eigen soldaten niet konden ontsnappen aan de nucleaire regen. De Rijn moest bereikt worden voordat ze echt ziek werden.

Voor conclusies is het nog te vroeg, maar één ding is Eisler al opgevallen. „Ik had verwacht dat de stukken er uit zouden zien als een dictaat, van Moskou aan de rest van het pact. Maar niets is minder waar. Het oogt op het eerste gezicht als een gelijkwaardige relatie. Maar dat is natuurlijk op papier zo.”

In werkelijkheid wilde de Sovjet-Unie haar partners in het geval van een aanval gebruiken als „kanonnenvlees”, aldus Eisler. Er werd aan eigen kant rekening gehouden met twee miljoen burgerdoden door tegenaanvallen van de NAVO. En vooral Polen zou zwaar worden getroffen door nucleair geweld. Het was die informatie die de hooggeplaatste Poolse kolonel Ryszard Kuklinski in de jaren zeventig inspireerde tot samenwerking met de Amerikaanse CIA. Hij speelde liefts tien jaar lang informatie door, waarna hij overliep.

Op de kaart stopt de aanval in België. De reden is dat Wit-Russische en Oekraïense Sovjettroepen het houtje van de inmiddels doodzieke Polen in België zouden overnemen. „De Poolse rol hield daar op”, zegt Piotrowski. Piotrowski en Eisler werken bij het IPN, de Poolse versie van het Nederlandse instituut voor oorlogsdocumentatie. Dit Instituut zal de komende jaren met een selectie uit het archief bronnenpublicaties verzorgen.

„We hebben alles, op 2 of 3 procent na”, zegt Eisler. „Daarin staan dingen die nu nog van belang zijn voor onze staatsveiligheid of die van andere landen.” Kaarten van de Russische enclave Kaliningrad, vlak boven Polen, met daarop de door Russische onderzeeboten gevolgde zeepaden worden niet vrijgegeven. Toch is Moskou niet blij met de geplande openbaarmaking. De Russen noemen het een „provocatie”. Maar Polen luistert niet meer.