Prodi’s herstelplan blijft nog in nevelen gehuld

De eerste honderd dagen van de centrum-linkse regering van Romano Prodi in Italië zitten er (bijna) op. Bestuurlijk zat hetniet tegen, maar de contourenvan noodzakelijk geachte hervormingen zijn nog vaag.

Bij de start van de regering-Prodi half mei gaf directeur-generaal Rodrigo de Rato van het Internationaal Monetair Fonds ongevraagd advies. „De eerste honderd dagen zijn cruciaal”, aldus de Spanjaard.

Zijn woorden waren natuurlijk vooral bedoeld als aansporing. De centrum-linkse coalitie van Romano Prodi moest snel een route naar financieel-economisch herstel uitzetten. Want de prestaties van centrum-rechts, onder leiding van de zakenman-politicus Silvio Berlusconi, waren de financiële wereld zwaar tegengevallen. Italië was (weer) zorgenkind geworden met hardnekkige nulgroei, excessieve bureaucratie en oplopende tekorten.

De Rato’s honderd dagen zijn nu bijna om. Op bestuurlijk vlak zat het Prodi en de zijnen niet tegen. Na de uiterst nipte verkiezingsoverwinning van 9 en 10 april – het uiteindelijke verschil met de gezamenlijke oppositie bedroeg 25.000 stemmen – wist centrum-links sleutelposities in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat in te nemen, het presidentschap in de wacht te slepen (half mei), versterkt uit regionale en lokale verkiezingen te komen (eind mei) en een ongewenste grondwetsherziening van de regering-Berlusconi per referendum te torpederen (eind juni).

Ook in het parlement hield Prodi zijn wankele coalitie van acht partijen overeind. Met kunst- en vliegwerk, weliswaar. Al zeven keer moest hij de vertrouwenskwestie stellen om zijn politieke sympathisanten tot discipline te manen. Een zeldzaam staaltje powerplay, dat ook de nieuwe president Giorgio Napolitano langzamerhand te gortig werd.

Maar toch. De deelname (1.400 militairen) aan de NAVO-missie in Afghanistan werd verlengd, nadat het eerste contingent uit Irak was teruggetrokken (een verkiezingsbelofte). En het onorthodoxe plan om het cellentekort te bestrijden door duizenden gedetineerden amnestie te verlenen, vonden sommigen een zwaktebod, maar viel per saldo niet verkeerd.

Ook over de beteugeling van de illegale immigratie tekent zich consensus af. Hetzelfde geldt voor het wijdverbreide afluisteren. Dat leverde wel een reeks smeuïge schandalen – bij banken, geheime diensten en profvoetbal – op, maar strengere regels worden breed gesteund.

Daarentegen is de nieuwe regering nog nauwelijks toegekomen aan de economische hervormingsagenda, waar De Rato cum suis zo naar zitten te snakken. Vrijwel elke week viel er wel een lijk uit de inboedel die Berlusconi naliet. Minister Tommaso Padoa Schioppa van Economische Zaken en Financiën liet geen gelegenheid voorbijgaan om te onderstrepen hoe beroerd de centrum-rechtse erfenis was.

Aan 8 tot 10 miljard euro extra bezuinigingen, nog dit jaar, valt volgens de super-minister niet te ontkomen. Om nog maar te zwijgen van de ingrepen die nodig zijn om eind volgend jaar aan de Europese begrotingseisen te voldoen.

Ongewijzigd beleid zou leiden tot een tekort van om en nabij de 4,5 procent, maar Padoa Schioppa is vast voornemens over anderhalf jaar onder de limiet van 3 procent te duiken. Overlegd wordt over uitstel en afstel van voorgenomen werken in de weg- en waterbouw, maar genoeg zal dat zeker niet opleveren.

Voor de wat langere termijn moeten versobering van het royale pensioenstelsel, flexibilisering van de stroeve arbeidsmarkt en investeringen in het (deels) verouderde industriepark soelaas bieden. Van de urgentie is zijn regering doordrongen, zo heeft Prodi een en andermaal gezegd. Maar op deze stuk voor stuk politiek brisante terreinen zijn de contouren van de centrum-linkse aanpak nog steeds in nevelen gehuld.

Het enige wapenfeit betreft het snoeien in de regels voor advocaten, apothekers, notarissen en taxi’s. Maar dat was nog door het vorige kabinet op de rails gezet.

Toen hij onlangs tachtig dagen aan het roer stond, zei Prodi met een knipoog naar Jules Verne: „We zijn de wereld nog niet rond, maar we zijn wel begonnen Italië weer in beweging te brengen”. Het kwam hem te staan op een schampere reactie van ex-premier Berlusconi.

De huidige oppositieleider was van oordeel dat zijn opvolger van Italië „een politiestaat” aan het maken is. De verscherpte instructies voor belastinginspecteurs en corruptiejagers spraken volgens hem boekdelen. Maar Prodi antwoordde gedecideerd: „We zijn bezig de staat opnieuw op te bouwen” – andermaal een verwijzing naar de deplorabele staat waarin hij het land zou hebben aangetroffen.

Het was – niet voor het eerst – onderhoudend theater. Maar bijster tevreden zullen IMF-baas De Rato en zijn medestanders er niet mee zijn geweest.