Pianotalent van 10 krijgt 200 euro

Het Amsterdamse Grachtenfestival met laagdrempelige klassieke muziekvoorstellingen drijft op sponsors. Zesde deel van een serie over het geld achter zomerevenementen.

Het wordt wel het leukste festival van Amsterdam genoemd. Voor wie houdt van kleinschalige klassieke muziek, architectuur, water of een combinatie daarvan, ís het dat waarschijnlijk ook. Met Vivaldi als excuus gluren in de burgemeesterswoning, of zomaar een recital in een privé-grachtenpand. Op het Grachtenfestival kom je nog eens ergens.

Uit onderzoek van de gemeente bleek tien jaar geleden dat Amsterdam behoefte had aan een kleinschalig muziekfestival met de sfeer van het Prinsengrachtconcert. Dat evenement presenteert dit jaar voor de 25ste maal klassieke muziek op een laagdrempelige manier: een beroemd musicus (komende zaterdag pianist Lang Lang) op een ponton in de Prinsengracht en 20.000 luisteraars met picknickmanden op bootjes of in raamkozijnen eromheen. Allen heimelijk wachtend op het massaal meegezongen Aan de Amsterdamse grachten waarmee het concert traditioneel in chauvinistische hoerastemming besluit.

Een meerdaags klassiek grachtenfestival bleek financieel haalbaar en in 1998 kwam het er. Altijd in het weekend vóór de Uitmarkt, met weinig culturele concurrentie als voordeel en veel door vakantie afwezige Amsterdammers als nadeel. Het bleek een succesformule, en de afgelopen negen jaar veranderde er ook weinig aan de opzet: klein was fijn. Kleuters mochten komen trommelen in een grachtentuin, groepjes grijze vriendinnen stapten giechelig aan boord van een monumentenrondvaartboot.

Dit jaar wordt het Grachtenfestival tweemaal zo groot – in aantal festivaldagen én in de grootte van het festivalgebied, dat is uitgebreid naar de oevers van het IJ. Wat blijft is de kleinschaligheid van de meeste concerten. Nieuw is dat het Grachtenfestival nu ook concerten kan produceren in de grote zaal van het Muziekgebouw aan het IJ, waar ruim 750 zittende luisteraars in passen. „Een enorm voordeel”, vindt zakelijk directeur Henriëtte Post. Tot dit jaar waren producties die geheel door het festival zelf werden geproduceerd nauwelijks haalbaar: alle deelnemende zalen waren klein en dure kaartjes passen niet in de festivalformule. Het ‘rendement’ van zo’n eigen productie is dan niet meer in verhouding. Maar vanaf dit jaar ontwikkelt het festival meer eigen producties. Het gros van de programmering bestaat echter nog steeds uit kleinschaliger concerten. „De honoraria wisselen sterk”, aldus Post. „Een tienjarig pianowonder krijgt 200 euro, een diva van naam zo’n 4.500 en een eigen productie kost snel meer dan 20.000 euro.”

Daarmee is het Grachtenfestival financieel bescheiden. Ter vergelijking: het financieel onafhankelijke maar wel bijbehorende Prinsengrachtconcert aanstaande zaterdag kost de AVRO en de Stichting Prinsengracht samen 222.000 euro voor één avond – televisieregistratie, ponton, 350 meter dranghekken, 10 camera’s, 50 vierkante meter vloerbedekking, 6 EHBO’ers, 8 mobiele toiletunits en honderden lampen inbegrepen. De totale begroting voor de 166 activiteiten – concerten, wandelingen, rondvaarten, workshops en films – van negen dagen Grachtenfestival, bedraagt in totaal bijna 1,1 miljoen euro. Daarvan wordt de helft opgebracht door hoofdsponsors Schiphol, ING en ontwikkelaar Overhoeks. Kleinere projectsubsidies en sponsorbijdragen brengen eenderde van de begroting op. De rest, zo’n 20 procent, wordt betaald door de gemeente Amsterdam. Wie een concert bezoekt, gaat ook even winkelen of een tosti eten op een terras. Met andere woorden: de stad vaart er zelf ook wel bij.

Opvallend is dat inkomsten uit kaartverkoop (50.000 euro totaal) nauwelijks een rol spelen in de festivalbegroting. „We zijn het enige klassiekemuziekfestival in Nederland dat voor zo’n groot deel door sponsoren wordt betaald”, vat zakelijk directeur Post samen. Dat heeft nadelen, want meerjarige financiële zekerheid is er niet. Post: „Vooral voor de programmering is dat een handicap. Nu al contracten sluiten voor een dure opera in 2008 is niet haalbaar, want die opera moet gefinancierd worden uit projectsubsidies die er nu nog niet zijn.” Daar komt bij dat sponsors werven een vak apart is. Tussen het eerste contact en een ondertekend contract ligt doorgaans een periode van één tot anderhalf jaar, berekent Post. Sponsorwerving is de belangrijkste bezigheid van haarzelf en de directeur van het festival.

Het Grachtenfestival draait om muziek. De programmering kost 70 procent van het budget. Dat van die 750.000 euro zoveel evenementen kunnen worden betaald, hangt samen met lage kosten en is een kwestie van samenwerking. De meeste musici komen uit Nederland en/of zijn jong, huiseigenaren openen hun woonkamers of dakterrassen om niet, ‘echte’ zalen doen het voor minder met de extra horeca-inkomsten als compensatie. Het resterende budget is voor overige organisatiekosten; kantoorhuur, salarissen. Of voor posten als drukwerk, advertenties, vlaggen en pianohuur – die deels uit kleinere, ‘in natura’ sponsorende bedrijven worden bekostigd. Veel werk tijdens het festival wordt gedaan door vrijwillige ‘productieassistenten’, in ruil voor concertkaartjes, een maaltijd en een vrijwilligersvergoeding.

Ondanks de festivaluitbreiding worden voorlopig geen grote concerten geprogrammeerd op een ponton op het IJ. Ook het Prinsengrachtconcert blijft op de oude locatie. Door de hevige golfslag aan het IJ zou een ponton daar uit zeewaardige vlotten moeten bestaan. En dan is het de vraag of vips, musici en publiek gelukkig zouden worden van een concertlocatie waar stemmen, kapsels en melodieën zo gemakkelijk verwaaien.