Nog geen rust bij korps na vertrek Van Deursen

De Arnhemse korpschef Van Deursen legde gisteren zijn functie neer. Klachten over zijn bestuursstijl en discriminatie binnen het korps maakte zijn positie onhoudbaar.

De vertrokken korpschef Jos van Deursen van Gelderland-Midden heeft de afgelopen twee jaar het krediet bij het personeel verspeeld. Klachten over zijn bestuursstijl werden hem fataal. Volgens betrokkenen ging hij niet voor zijn mensen staan als zij steun nodig hadden. Toen de Arnhemse burgemeester en korpsbeheerder Pauline Krikke constateerde dat Van Deursen de onrust bij het personeel niet meer weg kon nemen, kon hij niet verder functioneren.

De affaire binnen het korps Gelderland-Midden begon maart 2005 met een conflict over een Turkse tolk die al jaren voor het korps werkte. De vertaler was zo goed ingevoerd in de Turkse drugsmaffia dat hij ook door een groot aantal andere instellingen werd ingezet.

Hij werkte voor de Nationale Recherche, het Korps Landelijke Politiediensten en verschillende rechtbanken. Klachten waren er nooit. Maar vanwege de vertrouwelijke aard van zijn werk, werd hij zoals gebruikelijk, periodiek gescreend door de inlichtingendienst AIVD. In maart 2005 weigerde de dienst een ‘verklaring van geen bezwaar’ af te geven. Een beslissing waartegen de tolk met succes bezwaar maakte bij de rechtbank omdat de AIVD het besluit weigerde toe te lichten.

Ondanks de steun van rechters, officieren van justitie, het toenmalige hoofd van de KLPD, die allemaal verklaarden de tolk voor 100 procent te vertrouwen, draaide de Raad van State het oordeel van de Arnhemse rechtbank terug. Voor de korpschef was het reden om de tolk in 2006 uit zijn functie te zetten en ontslag aan te vragen.

De man, wiens naam wordt afgeschermd omdat hij vanwege zijn rol in grote drugsonderzoeken zijn leven niet zeker zou zijn, mag niet meer werken voor andere diensten van politie en justitie. Daarom stapte hij naar de Nationale Ombudsman.

Ondanks de nadrukkelijke steun van veertig prominente figuren binnen justitie en politie – waaronder de officieren van justitie Koos Plooy en Fred Teeven, leiders van het onderzoek naar Willem Holleeder – liet Van Deursen de tolk vallen. Dat zette kwaad bloed binnen het korps.

Volgens voorzitter Hans van Duijn van de Algemene Politiebond staat de zaak van de tolk niet op zichzelf. „Er is al geruime tijd sprake van groeiende onrust binnen het korps.” In mei 2005, blijkt uit een brief van de ombudsman, diende een allochtone politie-inspecteur een klacht in bij het korps wegens gebrek aan integriteit en transparantie bij het personeelsbeleid. Meer klachten volgden over ondoorzichtige besluitvorming en discriminatie.

Medio 2005 geeft korpsbeheerder Pauline Krikke het Bureau Interne Zaken de opdracht de situatie te onderzoeken. Volgens Interne Zaken zijn de klachten gegrond en zouden twee districtchefs en het hoofd personeelszaken zich schuldig zouden hebben gemaakt aan plichtsverzuim.

De betrokken onderzoekers van het bureau voelen zich door korpschef Van Deursen niet serieus genomen omdat met het rapport niks gebeurt. Ze melden zich ziek.

Dit gegeven in combinatie met nog meer klachten kan korpsbeheerder Krikke niet langer negeren. Zij laat de zaak eind maart 2006 nogmaals onderzoeken, dit keer door een externe commissie. Maar ook daarmee werd de onrust volgens Hans van Duijn van de politievakbond niet weggenomen. „De klachtenstroom over de problemen met het management van het korps nam alleen maar toe.”

Naast klachten richting de ondernemingsraad werd er een intern vluchtschrift opgesteld. Daarin werd gedetailleerde kritiek op de korpsleiding geventileerd.

De onrust leidt tot het vertrek van het hoofd personeelszaken. Bovendien wordt een van de betrokken districtschefs onderzocht door de AIVD. Dat leidt tot het intrekken van zijn verklaring van geen bezwaar. De man wordt op non-actief gesteld.

In het voorjaar van 2006 loopt de onrust zo hoog op dat minister Remkes van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de politie, zich met de zaak moet bezighouden. Dat leidt tot de instelling van een tweede externe onderzoekscommissie die de gebeurtenissen binnen het korps Gelderland-Midden tegen het licht moet houden. Resultaten worden begin september verwacht.

Voor de ondernemingsraad is dit onderzoek echter geen reden om stil te blijven zitten. De raad gaat zelf ook op onderzoek uit. De maat is vol als blijkt dat het eerder genoemde hoofd personeelszaken niet vrijwillig is vertrokken, zoals eerder werd gesteld.

De raad vraagt Van Deursen om opheldering. Als die niet bevredigend is, besluit hij het vertrouwen in Van Deursen op te zeggen. Als ook korpsbeheerder Krikke twijfelt aan het vermogen van Van Deursen om intern orde op zaken te stellen, legt hij zijn functie neer. Of daarmee een einde is gekomen aan de onrust binnen het korps valt volgens vakbondsbestuurder Hans van Duijn nog maar te bezien. „Het korps is op dit moment gebaat bij rust. Maar of die er komt hangt af van de uitkomsten van de onderzoeken die nog lopen.”