Nachtgasten

Dat wordt de komende jaren brood eten, dacht ik toen ik voor het eerst de keuken zag van het huis waar ik als eerstejaars ging wonen. No way ging ik in dat smerige excuus-voor-een-keuken-hol koken. Over de gewezen witte tegels lag een rouwsluier van gestold vet, huisstof en spetters tomatensaus. Op het fornuis lag zo’n dikke laag compost dat hij nauwelijks meer te onderscheiden was van het bladderende fineer dat als aanrecht diende. Er stond een hoeveelheid vuile vaat alsof er dagelijks door tien mensen gekookt, en hooguit een keer per maand afgewassen werd (dat bleek een optimistische schatting – het waren twaalf mensen en de afwasfrequentie lag meer richting het kwartaal). Mijn blik gleed over morsige koffiebekers, beschimmelde pastapannen en borden die de sporen droegen van lang geleden genoten eieren. In een hoekje roestte en rammelde de koelkast er vrolijk op los.

Na een week had ik de broodjes Nutella wel gezien en ontwikkelde ik een efficiënte kooktechniek waarbij het erom draaide zo weinig mogelijk van de keuken aan te raken. De mise en place vond plaats in mijn eigen kamer, waar ik ook mijn eigen bordje en bestek, mijn twee pannen, mijn vergiet en mijn kokmes bewaarde. Zo jongleerde ik mij eenzaam door de eerste maanden van mijn studentenleven.

Ik kan me de exacte datum niet meer herinneren, maar op een dag raakte ik gewend aan de groezeligheid in onze gemeenschappelijke keuken. Ik sopte mijn toegewezen vierkante decimeter plank-ruimte schoon, deed voor één keer de afwas voor het hele huis en ging eens flink boodschappen doen. Vanaf dat moment runde ik een soort table d’hôte. Dankzij mijn voorraadplank kon je bij mij altijd aanschuiven. Bijvoorbeeld als het de hele dag regende en niemand de deur uitwilde voor boodschappen. Of aan het einde van de maand als iedereens geld op was. Maar vooral ’s nachts om vier uur, wanneer zelfs de shoarmatent op de Leidse Breestraat dicht was, had ik vaak gasten. Strontlazarus kookte ik spaghetti met tonijnsaus voor zes personen.

En die viezigheid? Welke viezigheid?

Voor zes dronken studenten:

500 g spaghetti

een scheut olijfolie

2 uien, kleingesneden

2 blikken tomaatblokjes

2 blikjes tonijn, uitgelekt

Kook de spaghetti volgens de instructies op de verpakking beetgaar. Verhit de olie in een hapjespan en fruit hierin de uien op middelhoog vuur. Voeg na vijf minuten de tomaatblokjes toe en breng de saus aan de kook. Roer er de tonijn door en laat nog even pruttelen. Maak de saus op smaak met zout en peper uit de molen. Als je dit recept maakt terwijl je nuchter bent, heeft het zeker zin om een paar extra’s uit de voorraadkast toe te voegen. Wijn, oregano, kappertjes, olijven, ansjovis en knoflook maken de pasta alleen maar lekkerder.

Herkenbaar? Praat mee over studentenhappen op www.nrc.nl/kokenetc. Hoe vies is jullie keuken en wat eet jij als je midden in de nacht (dronken) thuiskomt?