Man zonder armen

‘Bij me blijven Hasna, niet naar rechts kijken!” Vriendin S. herhaalt de zin een paar keer, tegelijkertijd geeft ze me een ruk naar links. Maar ik ben ook maar een mens, en de mens staat er nu eenmaal om bekend juist van de verboden vruchten te willen eten. En dus draai ik mijn hoofd om en zie waar ze me tegen had willen beschermen.

Op de grond zit een man zonder armen. Naast hem ligt iemand van wie alleen de verbrande rug nog zichtbaar is. Het is al vrij laat op de avond, maar in het schoteltje vóór hen zijn weinig sporen van menslievendheid te vinden, laat staan sporen van geld.

Ik ben voor het eerst in Barcelona. En hoewel ik dit soort menselijk leed in Marokko wel gewend ben, blijf ik hier keer op keer perplex staan. De grote stroom toeristen merkt de twee bedelaars niet eens op. Al ‘wauw’-roepend en wijzend naar de mooie gebouwen, trekken ze en masse richting Ramblas om zich daar te storten op de stomste toeristenattracties ooit. Trekpleisters als de rij levende standbeelden op deze boulevard – een soort wedstrijd ‘wie- kan-er-in-de-domste-outfit-het-langst-stil-staan’.

De irritaties lopen bij mij hoog op. Met mijn schamele studentenloon kán ik het wereldleed niet op mijn schouders nemen, en dat doet pijn. Helaas is mijn droom van een samenwerkende wereld, op weg naar gelijke verdeling van eigendommen, te idealistisch.

Hoewel het theoretisch zou kunnen werken, zit er een addertje onder het gras: het egocentrisme van de mens, de aanhoudende roep om bevrediging. En als een ander daardoor wordt benadeeld, is het pech.

Dus leven we in een wereld waarin de één moet bedelen om te kunnen eten, de ander zijn eten laat staan omdat hij het niet lust, en weer een ander de helft weggooit omdat het te veel is.

Hasna El Maroudi

Studente modevormgeving aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en oud-columniste van Spunk, het online jongerenmagazine dat is gelieerd aan NRC Handelsblad.