Leger Libanon laat Hezbollah ongemoeid

De eerste Libanese regeringsmilitairen hebben vandaag posities ingenomen ten zuiden van de rivier de Litani. Maar zij hebben niet tot taak gekregen de fundamentalistisch-shi’itische organisatie Hezbollah te ontwapenen.

De Libanese regering keurde gisteren het plan van premier Fouad Siniora goed om 15.000 man regeringstroepen naar het zuiden te sturen, waar ze met de hulp van de nog te versterken VN-vredesmacht UNIFIL het regeringsgezag moeten vestigen. Naarmate het leger en UNIFIL hun controle over het gebied uitbreiden, trekken de nog achtergebleven Israëlische troepen zich over de grens terug.

Volgens een kabinetsverklaring zal het leger niet de aanwezigheid van enige gewapende groep of enig gezag buiten de jurisdictie van de staat toestaan. Maar er werd geen melding gemaakt van terugtrekking van de strijders van Hezbollah of van de raketten waarvan Hezbollah er de afgelopen maand duizenden op Noord-Israël afschoot.

Minister van Informatie Ghazi Aridi verduidelijkte na de twee uur durende kabinetszitting dat „er geen confrontatie zal zijn tussen het leger en broeders in Hezbollah [..] Dat is niet de missie van het leger”. Hij voegde daaraan toe: „Ze gaan niet jagen of, God verhoede het, wraak nemen” op Hezbollah. Als regeringsmilitairen Hezbollahwapens tegenkomen, zullen ze die confisceren, zei hij. Regeringsfunctionarissen hadden eerder aangegeven dat er een akkoord was tussen Siniora en Hezbollah dat de shi’itische strijdmacht haar wapens en manschappen in het zuiden kon laten als ze die uit het zicht hield.

Volgens VN-bestandsresolutie 1701 dient Hezbollah zijn gewapende aanwezigheid in Zuid-Libanon ten zuiden van de Litani op te geven, in afwachting van zijn algemene ontwapening. Maar Hezbollahleider Hassan Nasrallah heeft deze week al duidelijk gemaakt dat er voorlopig geen sprake van kan zijn dat zijn organisatie haar wapens inlevert.

Hezbollahstrijders, ook de ongewapende die de afgelopen dagen nog op motortjes rondreden, smolten vandaag weg toen de regeringseenheden het in de oorlog zwaar beschadigde Zuid-Libanon binnentrokken, aldus getuigen en veiligheidsbronnen. Meer dan 100 vrachtwagens, diepladers met tanks en jeeps reden de geïmproviseerde brug over de Litani over naar de voornamelijk christelijke stad Marjayoun, 8 kilometer van de Israëlische grens. Het Israëlische leger liet tegelijk weten te zijn begonnen „verantwoordelijkheid over te dragen” in het zuiden in een gefaseerd proces dat „afhankelijk is van de versterking van UNIFIL en het vermogen van het Libanese leger om het gebied onder effectieve controle te krijgen”. (AP, Reuters, AFP)