Het gezicht dat de oorlog dichtbij brengt

Soms krijgt een oorlog even een gezicht. Zoals afgelopen zaterdag, toen de twintigjarige zoon van de Israëlische schrijver David Grossman in Libanon sneuvelde. De foto van de jonge sergeant ging de hele wereld over. Door dit noodlot zag ik ineens de gezichten van al die andere jonge mannen en vrouwen voor me, die vochten voor hun goede zaak.

Canvas maakte het geweld in het Midden-Oosten gisteravond zichtbaar met de documentaire Kenneret leeft . Een film over een gezicht, het gezicht van het Israëlische meisje Kenneret dat in 2001 bij een zelfmoordaanslag in Tel Aviv zwaar verminkt werd. De kracht van de documentaire lag vooral in de videodagboeken die Kenneret vier jaar lang had bijgehouden. Ze zijn hartverscheurend. „Misschien zie ik er ooit weer menselijk uit”, zegt Kenneret bijvoorbeeld. Of: „Ik lijk wel een monster.” Of: „Het zijn mijn slechte dagen waarin ik een gewoon mens wil zijn.” Waarop ze begint te huilen.

Op een gegeven moment krijgt Kenneret de kans om in Europa en de Verenigde Staten voordrachten over haar ellende te houden en daarmee geld te verdienen om haar dure plastische chirurgie van te kunnen betalen. In de slotscène van deze bijzondere film vertelt ze aan haar videocamera dat ze een onenightstand heeft gehad met een man wiens naam ze al niet meer weet. „Ik voel me weer geweldig”, juicht ze. En even later vol zelfspot: „Ik was een knap meisje en nu ben ik een freakshow.” Wat een beetje liefde niet kan doen.

Een minder opgewekte uitspraak was van Llink-presentator Bas Westerweel die in het leuke, reisprogramma Zomerzin , na te hebben geparapent, in het zwembad zegt: „Wat een pokkenleven.” Al bedoelde hij het ironisch, toch heeft het iets raars om een presentator zoiets te horen zeggen.

Llink had op Nederland 3 een hele reisavond geprogrammeerd. In Mr. Kahoona jaagden op het strand van Mombassa zwarte mannen en vrouwen op blanke partners die hun een ticket naar Europa konden verschaffen. En Llink op reis liet een Zuid-Afrika zien, waar het voor een toerist in Soweto aangenaam toeven lijkt te zijn. „Het valt me op dat de mensen hier ondanks de armoede positief zijn”, zei presentator Johan Eikelboom. Een beetje journalistieke duiding was bij zo’n uitspraak op zijn plaats geweest.

Journalistieke duiding was er volop in de ingelaste aflevering van Aspekte bij het ZDF, gewijd aan de bekentenis van schrijver Günter Grass dat hij aan het eind van de oorlog bij de Waffen-SS heeft gediend. In twintig minuten tijd werd de geschiedenis van de SS en Grass op voortreffelijke wijze samengevat. Benadrukt werd daarbij dat vanaf 1943 ook mensen bij de SS werden ingelijfd die zich niet vrijwillig hadden aangemeld. Vervolgens was er een rondje commentaar van vrijwel iedereen die er in de Duitse publieke opinie toe doet. De conservatieve historicus Joachim Fest wees Grass’ zwijgen af, terwijl SPD-coryfee Egon Bahr milder oordeelde en zei dat Grass in zijn politieke uitspraken in het vervolg wat minder gelijkhebberig zal zijn. Collega-schrijver Martin Walser had echter het volste begrip voor Grass en zei: „Hij heeft gezwegen omdat hij wist wat er anders met hem zou gebeuren: het leven was hem onmogelijk gemaakt.” Ook in Duitsland kreeg de oorlog zo een gezicht.