GM-gras ontsnapt uit proefveld

Een genetisch gemanipuleerde grassoort bedoeld voor golfterreinen is ontsnapt uit het proefveld in Oregon. Het gras werd aangetroffen op bijna vier kilometer van het proefveld.

Onderzoekers onder leiding van Jay Reichman van het Environmental Protection Agency (EPA) hebben in Jefferson County in de Amerikaanse staat Oregon in de natuur grasplantjes gevonden die net als het GM-gras resistent zijn tegen onkruidbestrijdingsmiddel RoundUp,. Dat was nabij een boerderij waar het bedrijf Scotts Company in 2003 veldproeven met een experimentele genetisch gemanipuleerde grassoort uitvoerde. Het gaat om fioringras (Agrostis stolonifera), een soort die laag blijft en dichte matten vormt: ideaal voor golf-greens. Door de ingebouwde resistentie tegen RoundUp zou dit gras makkelijker onkruidvrij zijn te houden.

Het onderzoek van Reichman zal verschijnen in het oktobernummer van het vaktijdschrift Molecular Ecology. Het is de eerste keer dat in de VS uitzaaiing van genetisch gemanipuleerde gewassen is geconstateerd. Eerder gebeurde dat al met koolzaad in Canada.

Reichman en zijn medewerkers onderzochten 20.400 jonge Agrostis-plantjes in een straal van 4,8 kilometer rond het proefveld. Ze ontdekten negen plantjes die resistent waren tegen RoundUp. Overigens was negentig procent van de oppervlakte privégrond en niet toegankelijk.

Twee jaar geleden publiceerden Reichman en zijn medewerkers al een studie waarin zij aantoonden dat stuifmeelkorrels van GM-fioringras 21 kilometer ver konden komen, dankzij de wind.

Het genetisch gemanipuleerde fioringras is omstreden omdat het in verschillende opzichten afwijkt van veel andere transgene gewassen. Zo is fioringras meerjarig (in tegenstelling tot maïs, soja of koolzaad) en heeft het wilde soortgenoten die het ook nog eens makkelijk kan bestuiven via de wind. Er zijn tenminste zes wilde grassoorten bekend waarmee fioringras kan kruisen. De risico’s voor ontsnapping van genetische gemanipuleerde planten zijn hierdoor veel groter dan bij andere gewassen.

De negen resistente grasplantjes die Reichman vond bleken allemaal Agrostis stolonifera; de gevreesde kruisingen zijn niet geconstateerd. De gebruikte moleculaire merkers maakten geen onderscheid tussen zaailingen die direct afkomstig waren van het proefveld en zaailingen die voortkwamen uit een succesvolle bestuiving van niet gemanipuleerd fioringras.