Een shawl om naar de tropen

Een airconditioning in de auto is geen onbetaalbaar accessoire meer. De eerste auto’s met airco reden in 1940 al rond in de VS. Europa volgde twintig jaar later. Nog even en alle auto’s zijn voorzien van airconditioning. Maar hoe ga je ermee om?

De cijfers spreken voor zich. De laatste tien jaar is de verkoop van auto’s met airconditioning in Nederland explosief gestegen. Vijf jaar geleden lag het percentage al op ruim 70 procent, in 2010 verwacht de brancheorganisatie Rai dat 89 procent van alle nieuwe auto’s er een heeft. Vooral toen populaire merken in hun scherpgeprijsde actiemodellen standaard een airco aanboden, volgde de doorbraak.

Weinig is tenslotte comfortabeler dan ’s zomers met de ramen dicht in de file te rijden. Het maakt autorijden onder extreem warme omstandigheden bovendien veiliger, want je houdt het bestuurdershoofd letterlijk en figuurlijk koel. Wetenschappelijke onderzoeken hebben dat duidelijk aangetoond.

Lang was airco een luxe artikel, aanvankelijk voorbehouden aan Amerikanen. Het extravagante merk Packard rustte er zijn modellen in 1940 als eerste mee uit. Waarbij je het aircosysteem voor het wegrijden door een handeling onder de motorkap moest inschakelen, en na afloop uitzetten.

Tijdens het rijden werd de temperatuur geregeld door de ramen meer of minder open te draaien. Na de oorlog volgde in Amerika met zijn extreem hete regio’s de eerste doorbraak. Vooral montage achteraf van airco’s als een accessoire genoot in het begin grote populariteit. Je herkent een ‘klassieke’ Amerikaanse airco aan de enorme compressor onder de motorkap en de brede, zwaar verchroomde uitstroomroosters onder het dasboard. Successievelijk werd de airco standaard in Amerikaanse auto’s.

Europa volgde eenzelfde trend, zij het twintig jaar later. Prijzige luxe auto’s kregen airconditioning als geïntegreerd extra vanuit de fabriek mee, montage achteraf door een specialist kon ook. Tot de jaren tachtig aanbraken. Automatische airco’s met thermostatische temperatuurinstelling deden hun intrede, op extreem luxe modellen konden zelfs het dashboardkastje en het zitvlak van bestuurders- en bijrijderstoel mee worden gekoeld.

Dat soort snufjes kosten ook nu nog enkele duizenden euro’s. De explosieve doorbraak volgde in de jaren negentig, met de simpele airco, standaard gemonteerd en nu algemeen geaccepteerd als een onmisbare voorziening. De betrouwbaarheid verbeterde enorm en dankzij moderne materialen en technieken is een airco tegenwoordig een compact stukje techniek. Dat je de temperatuur zelf moet regelen (door bijmenging van warme lucht van het verwarmingssysteem) maakt de kopers niets uit: als het ’s zomers maar koel is in de auto. De overgang van het milieuonvriendelijke freon als koudemiddel naar het iets minder schadelijke (want chloorvrije) 100/34A vond sinds halverwege de jaren negentig plaats.

Met de algemene acceptatie van de airco in de auto doken ook de nadelen en vooroordelen op. Zo verbruiken auto’s met airco meer brandstof. De aandrijving van de aircopomp kost net als in een keukenkoelkast energie. Een procent of 3 tot 4 gemiddeld is gebruikelijk, en vooral bij kleine auto’s met weinig vermogen voel je dat de trekkracht met ingeschakelde airco minder is.

Hoe meer koele lucht wordt gevraagd, hoe hoger de energiebehoefte. Volgens velen wordt je er ook verkouden van. Ook dat kan kloppen, tenminste bij ondeskundig gebruik. Een airco moet je niet te koud instellen – tussen de 20 en 26 graden Celsius wordt aanbevolen. En richt de luchtstroom nooit op het gezicht. Dat een airco alleen ’s zomers bij extreme warmte zinvol is valt onder de grote misverstanden. Vooral wanneer het buiten vochtig is, bij regen of mist, bewijst een airco evengoed zijn nut. Beslagen ramen zijn sneller schoon en droog wanneer de airco wordt gebruikt.

Dat airco’s duur zijn in onderhoud en reparatie is slechts ten dele waar. Alleen wanneer men het systeem langdurig niet gebruikt en geen onderhoud wordt uitgevoerd kunnen de verdamper en afdichtingen verdrogen en lek raken en – in het ergste geval – kan ook de pomp kapotgaan. Vervanging daarvan kan 500 euro of meer kosten. Vooral oudere tweedehands auto’s met airco die lang hebben stilgestaan voordat zich een koper meldde zijn in dit opzicht kwetsbaar.

Dringend advies: gebruik de airco regelmatig, ook in de winter. En tot slot: airco’s kunnen stinken als natte sokken. Dat vindt zijn oorzaak in schimmels op koelelementen. Maar ook daarvoor is de remedie simpel. Schakel kort (5 tot 10 minuten) voor het einde van een rit de airco uit. Dan kan het condensvocht op het koelelement onder het dashboard nog even drogen voordat de auto wordt weggezet. Zelfs voor gesofisticeerde systemen als van een Lexus of Jaguar is dat aan te raden, zeggen experts. Dat er soms een plasje water onder een auto met airco ligt duidt overigens niet op lekkage van het systeem: het is gewoon condenswater.