Dansen op het overnamefeest Private equity zorgt voor opleving in adviessector

Investeerders besteden miljarden aan overnames. Tijdens het huidige overnamefestijn zijn bankiers, advocaten en strategieadviseurs hun belangrijkste handlangers.

In New York was Mark van Dam begin van dit jaar nog als advocaat betrokken bij de uitkoop door grote investeringsmaatschappijen van autoverhuurder Hertz bij Ford Motors. Het prijskaartje voor Hertz: 14 miljard dollar (10,9 miljard euro). Maar dit voorjaar verruilde de 37-jarige Nederlandse jurist het gerenommeerde kantoor Debevoise & Plimpton op Third Avenue voor Loyens & Loeff aan de Amsterdamse Zuidas. „Ik wil mijn internationale ervaring hier gebruiken”, zegt Van Dam in het kantoor van Loyens & Loeff.

Aan de zuidrand van Amsterdam huizen veel van de banken, advocatenkantoren en adviseurs die als bedienend personeel ronddansen op het overnamefeest dat met de private equity-fondsen als gangmakers van de VS naar Europa is overgewaaid. In Nederland bereikte dat feest deze zomer zijn voorlopige hoogtepunten met de beursexit van VNU, de aankoop van kabelmaatschappijen Essent Kabelcom en Casema en het verwerven van de halfgeleiderdivisie van Philips door investeerdersconsortia. Miljardendeals door deze durfkapitalisten zijn in Nederland plotseling niet uitzonderlijk meer.

Voor de adviseurs hoeft een deal soms niet eens door te gaan om toch een leuke opbrengst binnen te halen. Neem Stork, dat begin juli bekendmaakte tussen de 15 en 20 miljoen euro uitgegeven te hebben aan consultants, advocaten en zakenbankiers. Stork liet onderzoeken of het behoud van een beursnotering gunstig zou zijn voor het uitvoeren van zijn toekomstplannen. VNU, dat in juli door een consortium van investeringsmaatschappijen van de beurs werd gehaald, rapporteerde in juni dat het in het eerste kwartaal 44 miljoen euro aan ‘transactiekosten’ had gespendeerd, waarvan 14 miljoen aan advieskosten.

„Private investeerders zijn voor ons de ideale klant”, zegt Herman Kaemingk van Loyens & Loeff. „Als juristen leven wij van transacties, en voor private equity zijn transacties hun kernactiviteit.” En het gaat bij een overname door private equity om nogal wat transacties, zo maakt hij duidelijk. „Als de private equity-firma’s geld ophalen, regelen wij na vaak langdurige onderhandelingen de contracten met hun investeerders. Als verschillende private equity-fondsen samenwerken in een consortium om een overname te plegen, zoals steeds vaker gebeurt, regelen wij de overeenkomsten. We helpen ze met het vormgeven van de contracten om een bedrijf kopen.”

Vervolg DURFINVESTEERDERS

ACHTERGROND: HOE HET PRIVATE EQUITY KAPITAAL DE WERELD VEROVERT

Private equity zorgt voor opleving in adviessector

Vervolg van pagina 14

We zijn betrokken bij de onderhandelingen met banken over de schulden die worden aangegaan. En we helpen de fiscale constructies op te tuigen, die voor deze investeerders enorm belangrijk zijn om hun rendementen te behalen”. 

Alle grote advocatenfirma’s – of het nu om puur Nederlandse kantoren gaat als De Brauw Blackstone Westbroek, Nauta Dutilh en Loyens & Loeff of om vestigingen van buitenlandse firma’s als Allen & Overy, Linklaters en Clifford Chance – zien hun ondernemingsrechtpraktijken opleven als gevolg van de diensten die ze mogen aanbieden. Bij een deal met private equity zijn vaak zoveel partijen betrokken, – de leden van een consortium die samen een bod uitbrengen, de banken die de leningen verstrekken, de verkopende partij, het management dat meegaat en zich met aandelen in moet kopen, de raad van commissarissen – dat advocaten van veel kantoren aanschuiven aan de verschillende onderhandelingstafels die opgesteld worden voor één overname.

De investeerders zijn trouwe klanten. „Als ze een bedrijf in het vizier krijgen, bellen ze je alvast om je te reserveren. Soms duurt het dan maanden voordat je ook echt iets voor ze gaat doen”, zegt Kaemingk. „En de investeerders en vaak ook hun dochterbedrijven houden hun staf zo klein mogelijk en hebben daarom een minimaal aantal juristen. Die huren ze liever van buiten in. Als je eenmaal bij een koop een goede relatie hebt opgebouwd, blijf je de hele levenscyclus van de investering aan ze verbonden. Tot de verkoop van het bedrijf aan het eind of de beursgang die je ook weer mag doen.”

Bij strategie-adviseurs als McKinsey, The Boston Consulting Group of Booz Allen & Hamilton en financieringspecialisten van kantoren als Ernst & Young en PriceWaterhouseCoopers, zorgen de private investeerders voor een opleving na een aantal lastige jaren. Voor andere kantoren liggen er kansen om in Nederland verder te groeien, omdat ze al een langjarige ervaring hebben met het adviseren van private equity.

Strategie-adviseur Bain & Co, sinds 1998 in Amsterdam gevestigd, is een van die partijen. „Wij doen dat al meer dan twintig jaar”, zegt Phil Deane . De Brit werkte jarenlang voor private equityklanten in de VS, maar verruilde Amerika twee jaar geleden voor het kantoor van Bain & Co in de Rembrandttoren. „We identificeren de bedrijfstakken die interessant zijn voor private equity om in te investeren, omdat ze een periode van grote verandering doormaken of omdat er nieuwe internationale combinaties mogelijk zijn door in verschillende werelddelen bedrijven te kopen. Als er een deal wordt voorbereid, onderzoeken we onafhankelijk van het management wat de mogelijkheden voor groei van het bedrijf zijn. En als de deal eenmaal gesloten is, huurt dat management ons vaak weer in om die groei dan ook daadwerkelijk te helpen realiseren.”

Maar ook bedrijven huren adviseurs in om te kijken of ze met private equity in zee moeten gaan. Deane: „We krijgen meer vragen van grote bedrijven om mee te kijken welke onderdelen nog echt tot hun onderneming behoren en welke misschien kunnen worden afgestoten. En als het komt tot een veiling van zo’n onderdeel, dan lichten we het bedrijf door en verstrekken we informatie aan de verschillende bieders.”

Zonder de banken zou het feest nooit zo uitbundig kunnen zijn, als het nu is. Allereerst spelen hun zakenbankiers de rol van koppelaars die gevraagd of ongevraagd de investeerders op aantrekkelijke prooien wijzen. Daarnaast zorgen kredietafdelingen van de banken ervoor dat het feest kan worden betaald door tegen een leuke rente leningen te verschaffen aan de private investeerders. Die investeringsmaatschappijen betalen zelden meer dan een vijfde van de overnamesom uit eigen zak en financieren de rest van de overname door hun nieuwe aanwinst met een flinke schuldenlast op te zadelen.

Voor de banken is dat niet alleen lucratief vanwege de rente die zij op de leningen ontvangen, maar meer nog om de provisie die ze krijgen voor het afsluiten ervan. Die bedraagt tussen de 1,5 en 2 procent van de schuldenlast die wordt gefinancierd door de banken. Met leningen die oplopen tot in de miljarden gaat het al snel over tientallen miljoenen euro’s. Veel Amerikaanse zakenbanken strijken die beloning op en verkopen de schulden door aan andere partijen. Daarmee zijn ze het risico kwijt, terwijl ze wel hun winst pakken.

In Nederland spelen ABN Amro en ING mee in dat partijtje, vooral omdat zij vaak betere relaties hebben met de Nederlandse overnameprooien. „Geld lenen kunnen er meer”. zegt Mark Milders, hoofd overnamefinanciering van ING Wholesale Banking. „Het gaat om een goede relatie bouwen. De vraag is hoe je aan tafel komt. Dat kan alleen door goede contacten te houden, door ze op tijd te bellen. Je moet weten wat er gebeurt en de mensen kennen. En als ik niet gebeld wordt, dan bel ik zelf”.