Aziatisch kindermeisje als betaalbaar, gedwee statussymbool

In Hongkong kun je ze op zondag bij honderden in het stadspark zien zitten. In Singapore niet. In Jakarta ook minder (maar dat is dan ook een stad zonder parken): jonge huishoudsters en kindermeisjes die een dagje vrij hebben en elkaar dan opzoeken. Hongkong is in trek want het betaalt goed, zo’n 350 euro per maand, en er is een dag per week vrij. Singapore is ook in trek omdat het goed betaalt, maar daar doen ze niet aan vrije dagen. In Jakarta heerst willekeur over vrije dagen en wordt aanzienlijk slechter betaald: vijftig tot zestig euro per maand plus kost en inwoning.

Geleidelijk aan begint het kindermeisje in het Midden-Oosten en in heel Azië een massaal verschijnsel te worden. Vroeger waren het de blanken en een kleine elite die het zich konden veroorloven. Maar de middenklasse groeit, het kindermeisje is een betaalbaar statussymbool aan het worden en dankzij de blijvende toeloop van arme mensen blijven de prijzen laag. Want het zijn de jonge meisjes uit arme gezinnen op het platteland die veelal de stap naar de grote stad op deze manier willen maken.

Overal zie je de jonge meisjes in hun witte verpleegsterpakjes achter kleine kinderen aansjokken – op school, in de ballenbak van de Ikea, het klauternet van de Kentucky Fried Chicken of in het winkelcentrum, op een paar meter afstand schuifelend achter de hooggehakte hippe moeder. Het blijft altijd weer wennen om het te zien: moeder die een bloesje past met een prijskaartje zo hoog als tien maandsalarissen van het kindermeisje, waar ze naast staat.

Er zijn ruim een miljoen Filippijnse kindermeisjes in het buitenland werkzaam, van wie 750.000 bij de rijkere families in het Midden-Oosten. „Een geweldig exportproduct”, noemt de Filippijnse president Gloria Arroyo ze. Ook Indonesië is goed voor ruim een miljoen kindermeisjes in het buitenland en een onbekend aantal in eigen land.

Dankzij een paar niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) krijgen deze dienstbare, schuchtere hulpjes de laatste tijd een stem en die zegt dat het hier niet alleen een geweldig exportproduct betreft. „Ze worden als slaven behandeld”, oordeelt Maita Santiago van Migrante International in Manila, waar een klachtenlijn is opgezet. „Omstandigheden die doen denken aan slavernij”, schreef mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch recentelijk in een rapport, op grond van klachten en eigen onderzoek.

Het geval van de 28-jarige Filippijnse Sheila Macatia is inmiddels in heel Zuidoost-Azië bekend. Ze werkte bij een Saoedische familie, van 5 uur ’s ochtends tot middernacht, was nooit vrij en had na een half jaar pas 200 dollar salaris ontvangen. Ze vluchtte, werd opgepakt, door de familie van diefstal beschuldigd en tot een bekentenis gedwongen zodat ze er met slechts vijf zweepslagen vanaf kwam. Inmiddels is ze terug in Manila. Haar wens voor de nabije toekomst is een baan als kindermeisje overzee.

De Saoedische minister van Sociale Zaken heeft inmiddels zoveel pijnlijke voorbeelden op zijn bureau gekregen dat hij de fase van het vergoelijken van „incidentele en betreurenswaardige gevallen” al royaal achter zich heeft gelaten. Nu noemt hij in een interview met Filippijnse en Indonesische media de afhankelijkheid onder Saoedische tieners van deze kindermeisjes „stuitend”. Minister Algosaibi: „Een gezonde tiener commandeert zijn hulp om het glas water aan te reiken dat tien meter verderop staat en een vierjarig meisje vindt het doodnormaal om te spreken over ‘mijn Filippino’, en ‘mijn Indo’ en haar ook zo orders te geven.”

Human Rights Watch richtte recentelijk zijn pijlen ook op Singapore, waar wel ordelijk wordt betaald, omdat de kindermeisjes daar nooit een dag vrij hebben. Eén vrije dag per week in deze hoogst moderne en welvarende stadsstaat zou toch mogelijk moeten zijn, zegt de organisatie. De Singaporese regering bestudeerde de zaak en kwam vervolgens met een negatief oordeel. Een vrije dag voor een hulp in de huishouding is buitengewoon onhandig voor de werkgever, aldus het ministerie van Sociale Zaken, waarbij overigens werd aangegeven dat een dag vrijaf geven niet verboden is. Zodoende bleef alles zoals het was.

Logischerwijs richten de ngo’s zich op de kindermeisjes, niet op de kinderen. Zelf heb ik situaties gezien waar een rotjoch puur voor de lol zijn klerenkast elk kwartier leeggooide, zodat het kindermeisje alles weer zwijgend en gedwee kon oprapen, opvouwen en terugleggen. Met ouders die dat wel best vonden, want zo werd iedereen toch maar mooi aan de gang gehouden.

In elk geval ontwikkelen veel ouders een talent om de hulpjes op straat als lucht te behandelen. Niet door ze af te snauwen, maar simpelweg in de zin van geperfectioneerd negeren. Wat een kind daarvan overhoudt? Misschien toch een nogal bijzondere omgangsvorm?

Anderzijds zijn er de moderne ouders die allebei werken en daarom een kindermeisje nemen, zoals in het westen een crèche wordt benut. Ze investeren in een beetje scholing voor hun hulp en proberen ongewenste bejegeningen door hun kinderen zoveel mogelijk te voorkomen.

Maar ook met goede bedoelingen blijft het behelpen. Want een kindermeisje is geen gouvernante, maar zelf nog vaak een half kind en amper geschoold. En eerder iemand die wat beduusd en verdwaald lijkt in een wereld vol welvaart dan een zelfbewuste vrouw die kinderen in een of ander gareel zou weten te houden.