Archaea in de bodem belangrijker dan bacteriën

De broeikasgassen stikstofoxide en distikstofoxide (lachgas) die in de atmosfeer gemeten worden, zijn misschien niet afkomstig van van bacteriën maar van archaeabacteriën. Dat concludeert een internationale groep microbiologen onder leiding van Christa Schleper (Universiteit van Bergen, Noorwegen) vandaag in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Het team van Schleper onderzocht welke micro-organismen in de bodem ammonium kunnen omzetten, de eerste stap in de zogeheten nitrificatie-reactie. Men keek op verschillende plaatsen in Europa naar het voorkomen van het gen dat codeert voor het sleutelenzym ammoniummonooxygenase (amoA). Het overgrote deel van het aantal genkopieën van dit enzym, zo bleek, behoorde niet tot bacteriën maar tot een klasse archaea die bekend staan als de crenarcheota.

Het team van Schleper heeft nog niet aangetoond dat de crenarcheota bij het omzetten van ammonium daadwerkelijk actiever zijn dan bodembacteriën. Is dat zo, dan moeten modellen die het broeikaseffect voorspellen misschien op de schop.

Hoogleraar Mike Jetten van de Radboud Universiteit in Nijmegen bevestigt dat: „De stikstofcyclus en de koolstofcyclus zijn nauw aan elkaar gekoppeld. En bij bacteriën is dat anders dan bij archaea.”

Jetten: „Eerst zagen we dat archaea een belangrijke rol spelen in de nutriëntencyclus in de oceanen. Nu blijken ze ook belangrijk in de bodem. Dogma’s die honderd jaar gelden blijken niet heilig.”