Animo voor stille tocht tegen geweld is gesleten

Op 17 augustus 1996 werd Joes Kloppenburg vermoord. In die tijd is de woede over ‘zinloos geweld’ gesleten. Het publiek windt zich nu op over terreur en geweld van voetbalsupporters.

„Wanneer was de laatste actie tegen zinloos geweld?” Als iemand het antwoord moet weten, is het Anja Krassenburg. Zij werd in 1994 Landelijk Coördinator van de Dag tegen Geweld. Toch moet Krassenburg „diep nadenken”. „Ik denk dat het in 2003 was”, zegt ze uiteindelijk. Krassenburg organiseert geen stille tochten meer. Ze begeleidt werknemers die door psychische problemen in de WAO terechtgekomen zijn. „Dat is mijn thema, nu”, zegt ze. Ze is gestopt met zinloos geweld.

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat Joes Kloppenburg werd vermoord. Hij werd doodgeslagen in een steeg in Amsterdam omdat hij ‘kappen nou’ had geroepen tegen twee jongens die passanten in elkaar sloegen. Hij was een van de eerste bekende slachtoffers van zinloos geweld in Nederland. Maar de maatschappelijke golf van verontwaardiging die naar aanleiding van zijn dood over het land trok, is geluwd.

Er zijn geen stille tochten meer, voor jongens als Meindert Tjoelker en Daniel van Cotthem, die werden doodgeslagen zonder reden. De groepjes, stichtingen en particulieren die ‘iets’ wilden doen voor slachtoffers en het voorkomen van zinloos geweld en rond 2000 als paddenstoelen uit de grond schoten, zijn bijna allemaal verdwenen. Net als de Landelijke Organisatie voor Veiligheid en Respect, de LOVR, in 2000 opgericht.

De laatste opleving van de beweging was de nummer 1-hit ‘Zinloos’ van rappers Lange Frans en Baas B., uit 2004. Zij schonken de opbrengst aan de stichting ‘Kappen Nou!’ van de vader van Joes Kloppenburg. Maar verder? „Wie komt er nog zijn bed uit voor een stille tocht”, vraagt Krassenburg zich af.

De stichtingen tegen zinloos geweld die nog bestaan, hebben het werkterrein verbreed. De stichting Meld Geweld in Rotterdam probeert nog steeds „mensen bewust te maken dat ze iets tegen geweld op straat kunnen doen”, zegt directeur Jacqueline de Jong. In dat kader organiseert zij op vijf oktober een Dag tegen geweld in de publieke sector. De ‘Landelijke stichting tegen zinloos geweld’ (van de lieveheersbeestjes) organiseert onder andere campagnes tegen pesten op scholen en tegen geweld in het verkeer. Maar ook dat is geen zinloos geweld zoals gebruikt tegen Kloppenburg.

„De zinloosgeweldbeweging is over zijn hoogtepunt heen”, weet Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en directeur van het Verwey Jonker Instituut. Rond 2000 bracht Boutellier de lokale burgerinitiatieven tegen zinloos geweld in kaart. Toen voorspelde hij dat de bewegingen een lang leven beschoren zou zijn. Hij had zich vergist zegt hij nu. „Het lijkt erop of anno 2006 het momentum over is.”

„Er wás een momentum”, zegt Jaap de Ruijter de Wildt, vader van de in Groningen vermoorde Anne. Hij was kortstondig voorzitter van de LOVR. „Dat was in 2000. Maar het moment is voorbijgegaan zonder dat we de beweging hebben kunnen bestendigen. We wisten niet hoe we dat moesten doen.” „Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat het voor een groot deel voorbij is”, zegt ook Jan Kloppenburg, vader van Joes, die in 1998 de stichting Kappen Nou! oprichtte. Zijn stichting blijft bestaan, om informatie te verstrekken over geweld en de bestrijding ervan. Maar hij is niet meer voorzitter. „Het is nooit een beweging geweest”, zegt De Ruijter de Wildt. „Het was altijd slechts een reactie op incidenten.”

Is er geen zinloos geweld meer of is het publiek eraan gewend geraakt?

Hans Boutellier denkt dat het is weggeblazen door de radicalisering van islamitische jongeren, de integratieproblematiek en de moorden op Fortuyn en Van Gogh. „Zinloos geweld is daardoor overvleugeld”, zegt hij. „Er is een soort slijtage ontstaan”, denkt Jelle Kuiper, oud-hoofdcommissaris van politie in Amsterdam, die, net als Jan Kloppenburg, zitting had in het Landelijk Platform tegen Zinloos Geweld op Straat. „Mensen wennen aan de meest afschuwelijke dingen die ze om zich heen zien gebeuren.” Hij denkt dat de maatschappelijke verontwaardiging is verschoven naar andere thema’s. Zoals huiselijk geweld en voetbalvandalisme. „Dat zijn vuurtjes die nog wél branden”, zegt Kuiper.

Er zíjn ook minder afschuwelijke incidenten, oppert De Jong, van de stichting Meld Geweld. De cijfers van moord en doodslag vertonen de laatste jaren een dalende tendens. En ten slotte, zeggen alle ondervraagden: de beweging werd te groot. Alles en iedereen wilde er bijhoren: voorvechters voor de belangen van slachtoffers, voor nabestaanden, mensen die ‘respect’ wilden propageren. „Te veel kapiteins op één schip. Dat is lastig varen”, zegt Jan Kloppenburg.

Is alle aandacht voor niets geweest? Nee, zegt Boutellier. „De beweging heeft het onderwerp op de agenda gezet.” De politiek reageerde door strengere straffen, voor zowel daders als medeplichtigen. Er kwam cameratoezicht en spreekrecht voor nabestaanden in de rechtszaal. „De beweging is zeker niet voor niets geweest”, zegt ook Jelle Kuiper. „Op die manier is duidelijk gemaakt door de brede samenleving dat gewelddadig gedrag niet gepikt wordt. Dat is effectiever dan alleen het optreden van de justitiële keten.”

„Joes is een soort icoon geworden”, zegt Jan Kloppenburg. „De meerderheid van de bevolking weet wie hij is. Voor mij is het dus zeker niet voor niets geweest.”

Is het doel bereikt? „Nee”, zegt De Ruijter de Wildt. Er is „nog altijd een gevoel in de samenleving dat het te ver is gegaan; te veel agressie, te veel egoïsme. Er zijn misschien minder moorden, maar de daders worden steeds jonger en gewelddadiger.”