Oud-Hollands

De grootste verrassing op de conceptkandidatenlijst van het CDA is de naam van minister Donner (Justitie, CDA). Deze telg uit een geslacht van Haagse juristen en bestuurders had nog niet eerder belangstelling getoond voor het handwerk in de Tweede Kamer. Dat hij nu aangeeft eventueel lid te willen worden van het parlement is zonder meer interessant.

De opstelling aan de top van de kandidatenlijst van de grootste regeringspartij kan worden gezien als een politieke boodschap. Deze luidt: het CDA kiest voor continuïteit. Er wordt niet geëxperimenteerd met onbekende namen of onbewezen talenten in de partijtop. De jongste kandidaat op de lijst is het Kamerlid Sterk (33), die overigens ook alweer kan bogen op ruim vier jaar parlementaire ervaring.

Pijnlijk nauwkeurig is bij de opstelling van deze lijst ook rekening gehouden met de verdeling van de ‘bloedgroepen’ waaruit het CDA bestaat: de verhouding Rome versus Reformatie is bij de eerste tien precies vijf op vijf.

Met de keuze van kandidaten lijkt ook de voor het CDA belangrijke regionale spreiding een rol te hebben gespeeld. Zoals met de hoge plaats van de backbencher Schreijer, boerin en woordvoerder landbouw, ook rekening gehouden wordt met de agrarische achterban van de christendemocraten.

Ten slotte is ook de verhouding van de seksen redelijk in evenwicht (zes mannen, vier vrouwen).

De partij heeft dit keer niet zoals in 2002 om symbolische redenen een vrouw op de tweede plaats gezet. Dat valt toe te juichen. Destijds was de tweede positie voor het toenmalig Kamerlid Van der Hoeven, inmiddels minister van Onderwijs. Maar tijdens de machtsstrijd die losbarstte in september 2001, na de mislukte paleisrevolutie van partijvoorzitter Van Rij tegen fractievoorzitter De Hoop Scheffer, bleek Van der Hoeven merkwaardig genoeg geen rol van betekenis te spelen. De strijd ging tussen de toenmalige nummer drie op de lijst, Balkenende, en de kroonprins van de zuidelijke katholieken, Van Geel, met de bekende afloop. De tweede positie is nu voor de katholiek Verhagen, die als fractievoorzitter een sterk profiel heeft opgebouwd in de afgelopen jaren.

De top van de lijst spreekt verder boekdelen door degenen die er juist níet op staan. Ministers als Bot (Buitenlandse Zaken) en De Geus (Sociale Zaken) hebben om verschillende redenen aangegeven niet in aanmerking te willen komen voor een plek in de Kamer. Dat valt alleen maar te respecteren. Opvallend is ook de afwezigheid van het politiek talent Eurlings, die nog bezig is aan zijn rijpingsproces in het Europees parlement.

Bij de eerste tien ontbreken ook namen van allochtone partijleden. Een Kamerlid als de van afkomst Turkse Çörüz, die moslim is en een belangrijke stabiliserende rol speelde in de bewogen afgelopen jaren, had bij de bovenste tien niet misstaan.

Bij de samenstelling van de top van de lijst heeft het CDA kennelijk geen afspiegeling willen geven van de inmiddels multiculturele samenleving. Nu is het eerder een oud-Hollands onderonsje. Het is de vraag of dat verstandig is.