Oud geld bestaat niet

De Nederlander is al snel betweterig, maar hoort dat pas als het te laat is.

Bescheidenheid over de bankrekening wordt echter niet op prijs gesteld.

Arme zakenreiziger. Dacht u zich zo vlak voor vertrek nog snel even in te lezen over de onhebbelijkheden van dé Zuid-Afrikaan, blijkt die helemaal niet te bestaan. De Vhavenda, de Xhosa, de Zulu, de Sotho, de Ndebele, de Tswana, de Lobedu en ook de Swazi hebben ieder zo hun eigenaardigheden. Om over de Afrikaners, de Indiërs, Kaap-Maleiers of Chinezen maar te zwijgen. Zakendoen met ieder van die bevolkingsgroepen vergt zijn eigen aanpak.

Dat begint al met het handen schudden. Dat kan op zoveel manieren als er bevolkingsgroepen zijn. U zult niet de eerste Nederlander zijn die begint te zweten als een Zuid-Afrikaan na de handpalm ook de duim nog even stevig vastgrijpt. Tip: beheers die hand-duim-handbeweging zo snel mogelijk. Dat is uw paspoort tot Zuid-Afrika.

Er zijn elf verschillende talen. Dat is tenminste de officiële telling. Maar u had ergens in de Lonely Planet gelezen dat je met Nederlands een heel eind kunt komen hier. Klopt, maar kijk uit. Mijn eerste uitglijder met die taal was een interview, nu tien jaar geleden, met de toenmalige minister van Landbouw. Derek Hanekom was lid van de zwarte ANC-regering van Nelson Mandela. Nadat de minister keurig in het Afrikaans antwoord had gegeven op al mijn Nederlandse vragen, dacht ik hem een mooi compliment te maken. „You sound like a real Dutchman”, zei ik. Toen de minister kwaad weg beende, legde zijn woordvoerder uit dat Dutchman gelijk staat aan Afrikaner, oftewel onderdrukker. Alleen een Afrikaner boer zal u gebroederlijk tegen zijn bierbuik drukken als u zegt: „Ek is Hollander.” Het is maar met wie u zaken wil doen.

U bent Nederlander dus u wilt aardig gevonden worden. Maar pas op. Welke kleurige shirts u Mandela op de televisie ook heeft zien dragen, trek gewoon uw krijtstreep aan bij de eerste zakenlunch. Blanken in traditionele Afrikaanse kledij worden hier door zwart én wit net zo serieus genomen als toeristen in safaripak. En, als er toevallig gedanst wordt omdat het plaatselijke koor is uitgenodigd voor de gelegenheid, aanvaard dan uw verlies. Blijf stil staan en probeer vooral niet de ritmische bewegingen van uw omstanders te imiteren. Nederlanders zijn weer goed in andere dingen.

U bent naar Afrika gekomen. Maar de naam Zuid-Afrika is hoe dan ook misleidend. Afrika ligt ten noorden van hier. Aan de andere kant van de grens. Erken dat ook. Stel geen domme vragen voor u bent geland. Of ze hier e-mail hebben bijvoorbeeld. Of mobiele telefoons. Die hadden Zuid-Afrikanen eerder dan Nederlanders.

Laat ook het typisch Nederlandse vingertje thuis: „Wij komen u wel vertellen hoe het werkt in de echte wereld.” Doe het niet. Ook niet als men u niet terugbelt. Ook niet als het werk niet meteen goed is gedaan, wat vaak voorkomt. „Het is erg Brits hier”, zegt Slendebroek. „Men vindt je al snel te direct of te betweterig. Ze zullen dat nooit in je gezicht zeggen. Dat hoor je via anderen.” Als het al te laat is.

Als u daartoe bereid bent, zult u spoedig kennis maken met het toverwoord in de Zuid-Afrikaanse zakenwereld: Black Economic Empowerment ofwel BEE. Dat is het mechanisme waarmee de regering de blanke dominantie van het zakenleven wil breken. Niemand weet nog hoe het precies werkt. De regels veranderen voortdurend. Maar dat maakt niet uit. U moet meedoen, of op zijn minst pretenderen geïnteresseerd te zijn. Het werkt ongeveer zo. Ieder bedrijf krijgt een rapport, de zogenoemde BEE-scorecard. Op dat rapport wordt genoteerd hoeveel zwarten u in dienst heeft, hoeveel zwarten deel uitmaken van het dagelijks bestuur of met hoeveel bedrijven in handen van zwarte directeuren u zaken doet. Daarmee scoort u punten. „BEE kun je beter niet negeren”, zegt Sandra Cox van de Nederlandse Kamer van Koophandel in Johannesburg. „Wat je er verder ook van vindt: deal with it.”

En als u zich aan al die goede adviezen heeft gehouden, u bent beleefd, niet bot of betweterig geweest, dan is er volgens de echte kenners nog een belangrijke tip: wees niet bescheiden over het geld op uw bankrekening. Oud geld bestaat hier niet. Wat je hebt, moet gezien worden. „Laat die etiketten zien”, zegt managementgoeroe Lovemore Mbigi. „Breng die dure auto mee naar de afspraak. Hang uw vrouw vol met dure juwelen en geef haar een handtas van een klinkend merk. Neem uw klant mee naar het duurste restaurant en trakteer hem op de duurste maaltijd. Zo verdient u hier respect. Voor bescheidenheid bestaat hier geen begrip.”

Negende deel in een serie over hoe je je zakelijk gedraagt in het buitenland. Eerdere afleveringen staan op www.nrc.nl