‘Miami Vice’ is vleesgeworden misdaaddroom

Miami Vice. Regie: Michael Mann. Met: Colin Farrell, Jamie Foxx, Gong Li, Naomie Harris, Cirián Hinds, Justin Theroux, Luis Tosar, Barry Shabaka Henley. In: 36 bioscopen.

Vergeet zo’n beetje alles wat je van Miami Vice weet. Vergeet de jaren tachtig. Vergeet de seks en de swing. Vergeet de palmen en de stranden. Vergeet het openingsmuziekje van Jan Hammer. Regisseur Michael Mann heeft er in de bioscoopversie, twintig jaar na dato, niet voor gekozen om zijn tv-serie op te pimpen. Dit keer zien we de oorspronkelijke hoofdrolspelers Don Johnson en Phillip Micheal Thomas niet meer terug als Crockett en Tubbs. Zij worden nu gespeeld door Colin Farrell en Jamie Foxx, introvert en vertwijfeld. Dit is geen vrolijke filmadaptatie à la Starsky and Hutch (Michael Mann schreef in de jaren zeventig ook nog aan die tv-serie mee) of Charlie’s Angels. Dit is bittere ernst.

Scheen de zon tenminste nog in de tv-serie die, ook in de jaren tachtig al, de grimmige kant van de drugsglamour liet zien, anno 2006 is er in de film alleen ruimte voor grofkorrelige duisternis in verzadigde kleuren. Cameraman Dion Beebe heeft het tevoorschijn getoverd, want betoverend blijft het, uit de HD-videocamera, waarmee Mann sinds Collateral twee jaar geleden bij voorkeur werkt.

De plot van Miami Vice is ontleend aan die van Smuggler’s Blues, een aflevering uit het eerste tv-seizoen waarin Crockett en Tubbs undercover gaan als drugsdealers. Maar Mann wil geen vlotte politiefilm afleveren. Hij grijpt de kans om in een zwijgzaam psychologisch drama zijn eigen thema’s te exploreren: de dunne scheidslijn tussen goed en kwaad, tussen politieagent en misdadiger, vooral als die identiteiten naadloos in elkaar schuiven in het grijze gebied waarin de undercoveragent opereert.

Daarnaast is Miami Vice ook een meditatie over machismo. Je hebt Crockett en Tubbs natuurlijk, met hun Ferrari’s, speedboten, changeant Armani-pakken en weekendtassen vol wapens. Zij zijn de vleesgeworden misdaaddroom. Hun geduchte tegenstrevers worden niet gehinderd door enige kennis en zijn dus niet bepaald ‘lastig’ voor de twee. Tussenpersoon José Yero (John Ortiz) is een Cubaanse intellectueel met bril en grote baas Arcángel de Jesús Montoya (Luis Tosar) een sadistisch-zachtaardige estheticus. Het echte meesterbrein is een vrouw (de Chinese actrice Gong Li). Zij is de ultieme kille, criminele verleiding, een en al seks, maar ook een en al onbereikbaarheid.

Interessant in dat opzicht is ook de subtiele gedaanteverwisseling die Colin Farrell Crockett heeft laten ondergaan. Met zijn treurige hangsnor en vette achterovergekamde haren ziet hij er niet langer uit als een supercop, en hij gedraagt zich ook niet meer zo. Hij zweet. Hij beeft. Hij is zenuwachtig. Hij is bijna een junk die ontwenningsverschijnselen krijgt als hem te lang zijn dosis boefje-spelen wordt onthouden.

De nihilistische Miami Vice roept niet de gebruikelijke flash en rush op die bij politiethrillers hoort, niet de stiekem-lekkere identificatie met het slechte in de veilige zekerheid dat alles verder wel goed zit. Het Miami Vice-format is eigenlijk te beperkt voor wat Michael Mann sinds Thief (1981) en Heat (1995) vertellen wil. Maar opwindend is de film zeker.